Ambtenaren zien veel ‘foute’ collega’s om zich heen

Zes procent van de ambtenaren ziet belangenverstrengeling en misbruik van informatie bij directe collega’s. Dat is lang niet in lijn met het aantal ‘fouten’ dat aan het licht komt.

Rotterdam, 29 juni. - Belangenverstrengeling, misbruik van vertrouwelijke informatie of het hebben van dubieuze contacten door ambtenaren komt vaker voor dan uit officiële cijfers blijkt. Uit nieuw, representatief onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken onder 30.000 ambtenaren in alle overheidsdiensten, van ministerie tot waterschap, blijkt dat 3,2 procent van de ondervraagden vorig jaar regelmatig vormen van belangenverstrengeling bij directe collega’s heeft vastgesteld. Als het gaat om misbruik van vertrouwelijke of gevoelige informatie, zegt 2,7 procent van de ondervraagden dat in 2006 regelmatig geconstateerd te hebben. De bevindingen staan in het rapport Integriteit van de overheid.

Afgezet tegen de totale omvang van het ambtelijk apparaat in Nederland, 953.475 formatieplaatsen, zou dit betekenen dat meer dan 34.000 ambtenaren belangenverstrengelingen hebben meegemaakt. En zo’n 12.395 ambtenaren zouden collega’s hebben betrapt op ‘dubieuze’ contacten. De percentages zijn in lijn met onderzoek van de Vrije Universiteit uit 2005. Toen gaven topambtenaren uit dezelfde doelgroep hun mening over de omvang van corruptie en fraude in overheidsland. Dat zorgde voor een schatting dat één op de twintig politici corrupt zou zijn en 3,2 procent van de ambtenaren.

De perceptie van de ambtenaren wijkt daarmee sterk af van de officiële cijfers over integriteitsschendingen. Een inventarisatie van Binnenlandse Zaken leverde vorig jaar welgeteld 170 geregistreerde schendingen op, van alle ministeries gezamenlijk. Dit is een stijging ten opzichte van 2005, toen de ministeries slechts 136 gevallen registreerden. De stijging is „een gevolg van toenemende aandacht voor integriteit en de daarop volgende completere registratie”, verklaart Binnenlandse Zaken.

Maar kloppen de cijfers wel? Moeten er, afgaande op wat ambtenaren om zich heen zien, niet veel en veel meer ‘foute ambtenaren’ rondlopen? Feit is dat de registratie bij veel ministeries niet op orde is, bevestigt een woordvoerder van het ministerie. Want slechts twee ministeries, Verkeer en Waterstaat en Buitenlandse Zaken, zijn goed voor 120 van de 170 registraties. De overige twaalf ministeries zouden gezamenlijk dus maar 50 integriteitsschendingen hebben gehad. Dat is een onwaarschijnlijk laag aantal. Het toeval wil dat juist deze twee ministeries veel werk gemaakt hebben van het aanpakken en registreren van ambtenaren die de fout in gaan. Hier lijkt dus het gezegde ‘wie zoekt, die vindt’ op te gaan.

Bij het rijk werken in het totaal 174.388 ambtenaren. Verantwoordelijk minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) noemde de gebrekkige registratie van integriteitsschendingen onlangs op een congres „onacceptabel”. Ze refereerde aan andere uitkomsten van het nieuwe onderzoek: 17 procent van de ondervraagde ambtenaren zegt geen vertrouwen te hebben in de integriteit van de eigen organisatie. Vijftien procent van de departementale ambtenaren vindt dat leidinggevenden onvoldoende het goede voorbeeld geven als het om integriteit gaat. „Als ambtenaren al geen vertrouwen hebben in de eigen organisatie, hoe kunnen we dat dan wel vragen van de mensen, voor wie we ons werk doen?” vroeg Ter Horst.

De politie, met 58.000 medewerkers verdeeld over 25 regiokorpsen, slaagt er wel in jaarlijks de integriteitscijfers centraal te registreren. „Een kwestie van er aandacht voor vragen en desnoods afdwingen”, aldus hoofdcommissaris G. Huijser van Reenen, verantwoordelijk voor het landelijk integriteitsbeleid. Vorig jaar voerde de politie 1.393 onderzoeken in eigen gelederen uit, waarbij 1.495 agenten betrokken waren (3 procent van het personeel). In 180 gevallen ging het om een strafbaar feit, in 507 gevallen om plichtsverzuim.

Het aantal integriteitsonderzoeken bij de ministeries vertoont de afgelopen twee jaar een stijgende lijn. Voor commissaris Huijser van Reenen geldt het principe: hoe meer zaken je draait, des te beter het is. „Dat geeft aan dat je weet wat er intern speelt en er beleid op kan maken”, zegt hij. „De politie maakt zich kwetsbaar met publicatie ervan. We zijn het enige land in Europa waar dat gebeurt. Het publiek heeft er recht op te weten hoe we intern met misstanden omgaan en dat afhandelen.”