Meewerken aan een veilige wereld voor anderen

Pieter Buitendijk (24)

gaat in september politieke geschiedenis en internationale betrekkingen studeren. Was marinier eerste klasse. Diende in Irak en Afghanistan. SFIR en ISAF 1 (2006).

„Ik zie de veteranendag als een soort aai over de bol; als een nationaal gebaar. Zo van ‘jongens, bedankt voor jullie inzet voor Nederland’. Het is Nederland eigen om het werk van militairen in vreemde landen te bagatelliseren. Was het echt allemaal wel zo belangrijk wat we met onze militairen doen? Zo denken veel mensen. Je ziet ze denken: ‘je hebt al je benen toch nog? Zo spannend zal het wel niet zijn geweest’.

Ik heb na de havo gesolliciteerd bij het Korps Mariniers, een elite-eenheid van de marine. Dat is precies wat ik wilde. Die elite trekt me aan. Ik wil de beste van het beste zijn. De opleiding was loodzwaar. Ik heb kadetten gillend weg zien rennen, zo heftig was het soms.

Ik wilde avontuur en actie. Bovendien geeft het me een goed gevoel dat ik meewerk aan een veilige wereld voor anderen.

Het klopt dat ook hulporganisaties als het Rode Kruis meewerken aan een betere wereld, maar ik wilde een stap verder gaan. Het gaat me om het militair zijn. Dat geeft een machtig gevoel: dat jij en je eenheid in staat zijn werkelijk alles voor elkaar te krijgen. Dat is het gevoel dat ik bij de mariniers krijg, zoals in de tv-serie Band of Brothers.

Als 20-jarig groentje ging ik naar Irak. Ik vond het echt leuk. Het constante gevoel van spanning en gevaar was verslavend.

Ik leerde om op te letten. Dat doe ik nu nog steeds op straat. Waar is die man die mijn nek straks gaat omdraaien? In paniekerige situatie ben ik het die altijd rustig blijf, zo ben ik getraind.

Toen ik zelf terugkwam uit Irak zat ik nog in de ‘kill-mode’. Een vriend sloeg me hard op mijn schouder, gewoon als teken van vriendschap. Op dat moment begreep ik dat niet, instinctief wilde ik me omdraaien en hem eigenlijk heel hard slaan. Ik kan me best voorstellen dat mensen doordraaien als ze het leger verlaten.

Ik denk dat veel jonge mensen niet altijd goed beseffen welke keuze ze maken als ze het leger in gaan. Zelf dacht ik daar wel goed over na. ‘Ik ga niet beloven dat iedereen levend terugkeert uit Irak’, zei mijn commandant al tegen ons.

Vergeleken met toen is mijn leven nu wat saai. Het enige spannende nu is het bierdrinken op vrijdagavond.

Ik werk nu als bijbaan in het Legermuseum in Delft. Maar het kriebelt. Ik heb toch weer het gevoel dat ik de top wil bereiken. Met een goed gevoel kijk ik terug op mijn tijd bij de mariniers maar mijn weg naar de ‘elite’ bewandel ik nu door te gaan studeren.