Krakerskunst

OT301 is een werkplaats voor experimentele kunst en muziek in Amsterdam.

Ze werden bekroond. „Het is de vraag of we nu nog tot de subcultuur behoren.”

Leden van OT301 in hun ‘kunstfabriek’ Foto Bram Budel De mensen van de cultuurfabriek in het oude filmacademie gebouw aan de Overtoom 301 in de oude filmzaal van de academie. Ze hebben de Amsterdamprijs voor de kunsten gewonnen. vlnr: Peter Rutten met zoon Sjeng, Nienke Jansen, Erik Wuthrich (met rood t-shirt), Dierck Roosen (met Pet), Duki, Suzi Superglue, Mouika Stepak (oranje shirt), Bas Louter. FOTO: BRAM BUDEL
Leden van OT301 in hun ‘kunstfabriek’ Foto Bram Budel De mensen van de cultuurfabriek in het oude filmacademie gebouw aan de Overtoom 301 in de oude filmzaal van de academie. Ze hebben de Amsterdamprijs voor de kunsten gewonnen. vlnr: Peter Rutten met zoon Sjeng, Nienke Jansen, Erik Wuthrich (met rood t-shirt), Dierck Roosen (met Pet), Duki, Suzi Superglue, Mouika Stepak (oranje shirt), Bas Louter. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Bouwmateriaal in alle hoeken, stof op de vloeren, tekeningen op de muren. Welkom in ‘broedplaats’ OT301, ofwel de ‘kunstfabriek’ zoals de oprichters liever zeggen. OT301 biedt een podium en werkplaats voor experimentele kunst en popmuziek onder het motto ‘no culture without subculture’. Deze aanpak is maandag beloond met de Amsterdamprijs voor de kunsten.

Dierck Roosen, een van de oprichters van OT301, vindt de bekroning wel ironisch. Onlangs nog brak een gemeentelijke opsporingsunit met grof geweld het gebouw binnen op zoek naar een wietplantage. Nu krijgt OT301 erkenning van dezelfde gemeente voor hun „nieuwe culturele impulsen vanuit diverse disciplines”.

De voormalige Filmacademie aan de Overtoom 301 werd in 1999 bezet door krakers. Vorig jaar kochten zij het gebouw van de gemeente voor 525.000 euro, gefinancierd door de idealistische Triodos Bank. In de tussenliggende zeven jaar groeide OT301 uit tot een plek voor idealistische en kunstzinnige projecten.

Bij binnenkomst zie je aan je linkerhand het veganistische restaurant De Peper, dat onlangs nog in The New York Times een lovende recensie kreeg. Geheel gerund door vrijwilligers vraagt het restaurant zes euro voor een maaltijd als je weinig geld hebt, en tien euro als je meer te besteden hebt. Tegenover het restaurant zit de succesvolle galerie Public Space With A Roof, een multidisciplinair ‘laboratorium’ waar kunstenaars debatteren en hun werk tonen. Pièce de résistance van het gebouw zijn de twee forse concertzalen, waar experimentele popconcerten en underground-danceparty’s worden gegeven.

„We willen het klein en experimenteel houden”, zegt Roosen. „Ik krijg ongeveer zeven verzoeken per week om een houseparty of concert te geven, waarvan ik de meeste afhoud omdat ze te commercieel zijn.” De bar en het podium zijn cadeautjes van Paradiso, steun waar het collectief onmogelijk zonder kan. Zelfs de portiers werken vrijwillig tijdens de concertavonden.

Vorig jaar kreeg OT301 een eenmalige subsidie van het stadsdeel om het pand op te knappen. De bioscoopzaal op de bovenste verdieping – hier beleefde Turks Fruit zijn première – is geheel vernieuwd. Twee avonden in de week worden er arthousefilms vertoond.

OT301 heeft het officiële kunstcircuit lange tijd bewust gemeden. Roosen: „We konden veel eerder subsidies aanvragen, maar we wilden zelf het wiel uitvinden. Dat heeft het initiatief veel goed gedaan. We kunnen nu ook zonder overheidssteun overleven.” Dat de voormalige krakers door de kunstprijs alsnog officiële erkenning krijgen, baart ze weinig zorgen. „Toegegeven, je kunt je afvragen of we na deze prijs nog tot de subcultuur behoren”, zegt Roosen. Zolang we ons eigen dingen kunnen doen, zit ik daar niet mee.”

Dat er dankzij de publiciteit een ander publiek naar het gebouw komt, juicht OT301 alleen maar toe. „Pas als de nette dames uit Zuid andere mensen verjagen, moeten we ons zorgen gaan maken”, zegt Roosen. Met het prijzengeld – 35.000 euro – gaat OT301 waarschijnlijk meer subsidies werven. Ze hebben anderhalf miljoen euro nodig voor een grootscheepse verbouwing.

De leden zijn niet bang om arrivé te worden. Roosen: „Over dertig jaar zijn we even commercieel als Paradiso, maar dan zijn er altijd anderen die de subcultuur vertegenwoordigen.”