Gevangen maar niet getemd

De Egyptenaren hielden katten al duizenden jaren in gevangenschap voordat ze getemd werden. Dat blijkt uit onderzoek op een dierenbegraafplaats.

Op een 5.700 jaar oude dierenbegraafplaats in Hierakonpolis, Zuid-Egypte, is het begraven skelet van een jonge kat gevonden die voor zijn dood een of meer maanden in gevangenschap is gehouden. De archeologen van de Katholieke Universiteit Leuven die het dier vonden, denken dat het gaat om een getemde kat, niet om een huisdier. Hun artikel over de kat en de dierenbegraafplaats wordt binnenkort gepubliceerd in de Journal of Archaeological Science.

Op het grafveld werden ook resten gevonden van bavianen, olifanten, wilde ezels, hartenbeesten (een antilopesoort), nijlpaarden en oerossen. Sommige dieren waren samen met mensen begraven, maar de kat was begraven met de beenderen van ten minste zeven bavianen en een nijlpaard van slechts een paar dagen oud. Dat de kat een of meer maanden in gevangenschap moet hebben geleefd, leiden de archeologen af uit een geheelde botbreuk in het skelet die het dier in de vrije natuur waarschijnlijk niet overleefd had.

Een paar jaar geleden werd een 9.500 jaar oud begraven kattenskelet gevonden op Cyprus. Sindsdien woedt een felle discussie over de domesticatie van de kat. Samen met de ezel is de kat het enige dier dat in Egypte werd gedomesticeerd en zich vanuit dat land over de wereld verspreidde. Dat de kat kon worden gedomesticeerd, wordt wel verklaard uit de dociele aard van de lokale ondersoort Felis sylvestris lybica.

De Vlaamse archeologen, onder leiding van Veerle Linseele, betogen dat de Cyperse kat en de net gevonden kat uit Egypte hooguit een aanwijzing zijn voor het temmen van katten, een voorstadium van domesticatie. Pas toen tijdens het Middenrijk (ca. 2000-1800 voor Chr.) katten regelmatig werden afgebeeld zou sprake zijn geweest van domesticatie, waarbij katten van generatie op generatie als huisdieren bij mensen leven. Hooguit kan het begin van die domesticatie worden gelegd bij een oude tekening in een graf van rond 2400 voor Chr., van een kat aan een halsband. De vele gemummificeerde katten uit Egypte stammen uit veel latere tijd. Pas in de Romeinse tijd lijkt de tamme kat, die in graanschuren op muizen jaagt en soms door de mens als vriend wordt beschouwd, zich op grote schaal te verspreiden naar gebieden buiten Egypte.

Volgens Linseele wijst de context van het 5.700 jaar oude kattenskelet op een ritueel-godsdienstige functie van katten in die tijd, waarvoor ze in gevangenschap werden gehouden. Maar dit is nog geen domesticatie. De archeologen trekken een parallel met leeuwen, die ook lang in gevangenschap werden gehouden, terwijl niemand dat ziet als domesticatie. Volgens Linseele en collega’s is in Hierakonpolis grote moeite gedaan om veel dieren in gevangenschap bijeen te brengen en waarschijnlijk te offeren. Waarom, is een raadsel. De archeologen vermoeden dat de grote variëteit de chaos van het dierenrijk moest verbeelden, waaraan door massale slachting ritueel een einde kon worden gemaakt. Dergelijk symbolisme is ook bekend uit latere tijden in Egypte, al is de omvang van dit dierenkerkhof ongekend.