‘Ik wil de personages in’

Hij is een verre neef van Lars, en wie de zwarte humor van ‘Reprise’ proeft, herkent dat ook wel bij Joachim Trier. Maar hij is een talent op zichzelf. Deze week gaat zijn film uit.

Joachim Trier (Foto AFP) PARK CITY, UT - JANUARY 21: Director Joachim Trier attends the Withoutabox/Filmfinders party at Cafe Terigo during the 2007 Sundance Film Festival on January 21, 2007 in Park City, Utah. (Photo by Evan Agostini/Getty Images) *** Local Caption *** Joachim Trier
Joachim Trier (Foto AFP) PARK CITY, UT - JANUARY 21: Director Joachim Trier attends the Withoutabox/Filmfinders party at Cafe Terigo during the 2007 Sundance Film Festival on January 21, 2007 in Park City, Utah. (Photo by Evan Agostini/Getty Images) *** Local Caption *** Joachim Trier Getty Images / AFP

Bas Blokker

„Ik zou zwart willen zijn en in New York willen wonen”, zegt Joachim Trier. Tegenover me zit een wat bleke jongen van kortgeknipte blonde haren en een effen grijs T-shirt. Hij meent wat hij zegt, dat is duidelijk, maar toch flitst het wantrouwen even op. Hij is per slot van rekening verre familie van aartsbedrieger Lars von Trier (die het von gewoon voor zijn familienaam plakte.)

Dit gesprek vond plaats in februari, tijdens het filmfestival van Rotterdam. Vandaar ook dat Trier (geboren in 1974 in Denemarken, maar van Noorse komaf) er wat bleekjes uitziet: het Rotterdamse nachtleven en de eindeloze gesprekken met collega-regisseurs hebben hun tol geëist.

Dat van dat zwart en New York zegt Trier om aan te geven dat film maar één van zijn passies is. De andere passie is hip hop en Trier had daar net zo lief zijn carrière in gemaakt.

Maar het is film geworden en dat gaat goed. Reprise won prijzen op de festivals van Toronto en Karlovy Vary. Het is een tamelijk zwarte zedenschets van twee aanstormende talenten, die hun leven aan elkaar afmeten, waarbij hoofdpersoon Erik alle mogelijke varianten van hun beide levens de revue laat passeren. Zo buitelen drie vier vijf verschillende levenslopen van dezelfde personages over het scherm en het is bijna verbluffend om te zien hoe een jonge filmer als Trier al die ballen in de lucht weet te houden zonder dat er ook maar eentje op de grond valt.

Hij kijkt er zeer bescheiden bij.

„Filmen”, zegt hij, „is niet alleen een kwestie van het verhaal vertellen. Het is de uitdaging van de Europese cinema om meer te doen dan dat. Mijn helden zijn Antonioni en Tarkovski. Ik noem Reprise altijd ‘Antonioni op amfetaminen’. Omdat ik hetzelfde heb geprobeerd als Antonioni: de personages werkelijk binnen te gaan. Maar dan razendsnel.” Zijn Zweedse collega Christopher Boe (Reconstuction) is een geestverwant.

Hoe geestig en wrang de film ook is, en hoe gericht het verhaal ook lijkt op een onafwendbare ontknoping, het gaat Trier om de stemming van zijn personages, een groepje Nescio-achtige jongens die hij het liefst landerig op een steigertje laat zitten en ellendig laat doen tegen een aardige jonge vrouw. Ze hebben hun ziel onder hun arm, maar wie ernaar vraagt kan een opdoffer krijgen.

De vraag naar zijn eigen ervaring op dit gebied ligt voor de hand. Natuurlijk, zegt hij, zijn er overeenkomsten met wat ik zelf heb meegemaakt. „Ik ben ook hoog opgeleid. We groeiden allemaal op in een beschermde middenklasse, waar onze ouders het product van waren, en intussen dachten we heel hard na over hoe we anders zouden kunnen leven, in een alternatief circuit.”

Dat denken bracht hem bij de hiphop en in de skate-scene. „Tijd verdoen”, zegt hij, „was mijn belangrijkste drijfveer.” Hij zegt dat „jonge mensen van nu zo serieus zijn”, alsof hij zelf nog altijd onbezorgd door het leven raast en zich daarvoor schaamt.