Ik ben vandaag boos

Wat hebben wij een pech vandaag, u en ik. U omdat u zich tijdens het lezen van deze column behoorlijk – en verdorie terecht! – zal ergeren aan de ladingen zelfbeklag die er in zijn gelost. Ik omdat ik een grote behoefte heb aan mijn bescheiden schild, uit restjes afstand en trots vervaardigd. Uitgerekend op het moment dat ik verondersteld word een column te schrijven, blijkt dat schildje echter zoek.

Ik ben vandaag alleen maar boos, klagerig en zelfzuchtig. Had ik mijzelf niet succesvol aangeleerd een beetje dankbaar en nederig in het leven te staan? Geduld te oefenen? Mat ik mijn lichaam niet regelmatig op sportieve wijze af met het oog op een bescheiden endorfinelozing? Werk ik niet hard genoeg? Kijk ik niet voortdurend toe op de nauwkeurige besteding van elke vrije minuut waarmee culturele gaten en kennisvacua kunnen worden opgevuld?

Mijn lot valt niet te vergelijken met dat van verdrinkende vluchtelingen, politieke gevangenen en ouders van dode kinderen. Het kan onnoemelijk veel erger. Word ik verondersteld daar geruststelling uit te putten? Is dit een puberale denkwijze? Ben ik een vergissing? Heb ik dan geen trots? Wil ik een kind? Zijn zoveel vragen bij het begin van een column al niet intens vervelend?

Natuurlijk bestaan er directe aanleidingen. Vijandige vrienden, bijvoorbeeld. Al een tijdje infiltreren zij in mijn uitdunnende sociale leven. Heeft het met mijn zienswijze te maken? Met dat afgezaagde halflege glas? (Ik heb dat altijd een rare metafoor gevonden. Als je het over een glas pis hebt, is het dan beter halfvol?) Is het in feite goed bedoeld wanneer nieuwe kennissen en vreemden vinden dat mijn uitstraling niets doet vermoeden dat naar rock-‘n-roll of kwaliteiten neigt? (Wanneer zij zeggen dat ik er hoegenaamd niet uitzie alsof ik in een band heb gezongen, boeken schrijf, klopboormachines hanteer, met een motorfiets rijd, een hoop relaties achter de rug heb? De laatste keer heb ik geantwoord dat ik een little box full of surprises ben. De mededeling kwam als een schok voor de belediger van het moment.) Ben ik te beleefd? In my life / why do I smile / at people who I’d much rather / kick in the eye? Gedraag ik mij als een verstijfd konijn in het koplamplicht van een aanstormende wagen?

Jaren geleden las ik in een interview met Suzanne Vega dat zij ook last heeft van wat zij als ‘een te braaf imago’ samenvatte. Op de cover van haar laatste cd draagt zij een uit de kluiten gewassen baret. Moet ik het geluk in die richting zoeken?

Ben ik gek? Is het dat? Moet ik mij daar meer of minder zorgen om maken? Ik bén wel eens bij een psycholoog langsgegaan. Hij noemde mij ontzettend boeiend en drukte mij op het hart dat hij enkel gaapte uit vermoeidheid. Dat hij niet bovenmenselijk was, zei hij. Toen zag ik er geen heil meer in hem te betalen. Bovenmenselijkheid is toch het minste wat je van zo iemand kan verwachten. Hij vond het erg jammer dat ik ging. Ik was een schuldgevoel rijker.

Wat wil ik dan? Wel, een aangenaam alternatief lijkt mij om een identieke tweeling te zijn en een rijk te regeren, zoals die Kaczynski’s. Mijn rijk hoeft de afmetingen van Polen niet eens te benaderen. Ik denk aan de haalbaarheid van verwarmen en schoonmaken. Ik ben niet gek. Nu ik er zo bij stil sta, ben ik zelfs tamelijk oké. Zo’n therapeutische column mag dan een inbreuk op het ego zijn, opluchten doet hij wel. Volgende keer bedenk ik wat voor u.