Hoe absurder hoe beter: ‘Die Hard 4’

Die Hard 4.0. Regie: Len Wiseman. Met: Bruce Willis, Timothy Olyphant, Justin Long, Maggie Q. In: 100 bioscopen.

Dat John McClane onkwetsbaar is, wisten we al drie afleveringen van Die Hard lang. Het is de essentie van de succesvolle filmreeks geworden over de ogenschijnlijk eenvoudige politieman uit New York. McClane kan niet dood, dus kunnen de makers alles met hem uithalen. Tom en Jerry gaan ook niet dood, en juist daarom kunnen ze elkaar naar hartelust beschieten, bombarderen en platwalsen.

Het is even essentieel dat McClane wordt gespeeld door Bruce Willis, die prettig weinig onder de indruk is van zijn status als onsterfelijke. Als hij uit een vrachtwagen op een fly-over valt, dan terechtkomt op de vleugel van de straaljager die hem zojuist nog met raketten bestookte en vandaar over een helling van het viaduct naar de aarde terugrolt – altijd staat hij op met een welgemeend aagh. Even de spieren strekken en verder weer. Amerika redden.

Dit keer wordt Amerika bedreigd door een cyberschurk, een beveiligingsexpert (Tim Olyphant, minder indrukwekkend dan Alan Rickman en Jeremy Irons in eerdere delen) die door de regering is ontslagen en nu wraak neemt door vitale computers in het hele land te hacken en zo de maatschappij op losse schroeven te zetten. McClane wordt er toevallig bij betrokken doordat hij een klein hackertje moet oppakken, net op het moment dat de schurken hem willen doden. De jongen (Justin Long) is een wijsneus, maar natuurlijk nooit zo wijs als John McClane. Binnen een half uur heeft hij zijn auto al de lucht in gekatapulteerd om een helikopter uit te schakelen. Wow, zegt het hackertje, je hebt een helikopter neergehaald met een auto! „Mijn kogels waren op”, gromt McClane.

In een andere fijne scène moet McClane een Aziatische vechtvrouw (Maggie Q) uitschakelen. Nadat hij eerst de nodige klappen heeft geïncasseerd – McClane moet altijd even veel bloeden als die andere Verlosser – ramt hij haar tot moes, zoals je maar zelden een man een vrouw tot moes ziet slaan in de film.

In elk deel worden de fysieke uitdagingen van McClane absurder en dus is deel vier, 4.0, nog plezieriger om naar te kijken dan deel drie. Het doet er niet toe dat de straaljager net een model uit de Thunderbirds is. Dat onderstreept alleen maar de onbekommerde absurditeit van het spektakel. Je vraagt je wel af wat McClane nog kan overkomen in een volgend deel. Hee, die meteoor sloeg maar zo’n stukje naast me in de grond!