Denken en dan blussen

De brandweer bestaat niet alleen uit vrijwilligers, maar heeft een complexe structuur.

Daarom zijn nieuwe hoogopgeleiden nodig, die meer kunnen dan blussen.

Roy Schinning is brandweerofficier in Zaandam. Hij moet leidinggeven, beleidsstukken schrijven en natuurlijk blussen. Foto Roger Cremers Nederland, Zaandam, 25-06-2007 Roy Schinning, Brandweercommandant in Zaandam PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Roy Schinning is brandweerofficier in Zaandam. Hij moet leidinggeven, beleidsstukken schrijven en natuurlijk blussen. Foto Roger Cremers Nederland, Zaandam, 25-06-2007 Roy Schinning, Brandweercommandant in Zaandam PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

De vader van Roy Schinning (30) was brandweercommandant. Machtig vond zijn vader het werken met vrijwilligers. Mannen die er stonden voor hun dorp. Uitkeken naar af en toe een ‘uitruk’. Zoon Schinning: „Die mannen ademden de brandweer.”

Brandweerkorpsen die deels draaien op vrijwilligers zijn er nog in dorpen en kleine steden. Maar in grotere gemeenten redt een brandweerkorps het niet meer met vrijwilligers. Inmiddels is Roy Schinning brandweerofficier, en mensen zoals hij zijn steeds harder nodig.

Roy Schinning zwaaide twee jaar geleden af van de Brandweeracademie. De opleiding tot brandweerofficier wordt verzorgd door het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV), dat werkt in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Decaan Jaap Molenaar legt uit: „Hoogopgeleiden zijn onmisbaar bij de brandweer. Er is een grote organisatie te runnen. Honderd man is geen uitzondering. Je hebt mensen nodig die kunnen leidinggeven, beleidsstukken kunnen schrijven en een begroting kunnen maken.” In brandweertaal is dat ‘de koude kant’. De warme kant is de operationele. „Het leidinggeven bij incidenten. Je komt vaak in hectische situaties terecht. Dan moet je in staat zijn om complexe situaties snel te analyseren en op te lossen. En een behoorlijk evenwichtige persoonlijkheid hebben.”

Eigenschappen die Schinning in zijn eerste operationele dienst bij de regionale brandweer Zaanstreek-Waterland direct op de proef kon stellen. „Er was een grote brand op een industrieterrein. Ik was als eerste ter plaatse. In een paar seconden beslis je: dit gebouw is niet meer te redden, daar staat een bedrijfspand met gevaarlijke stoffen. Ik wist dat er binnen geen mensen waren. De hele nacht was ik in touw. Na afloop moest ik me wel even ontspannen en heb ik thuis een fles wijn opengemaakt.”

Ook de complexe organisatiestructuur van de brandweer vergt hogere denkkracht. Sinds de Brandweerwet van 1985 zijn alle Nederlandse gemeenten verplicht een gemeentelijke brandweer op te richten en deel te nemen aan een regionale brandweer. De gemeentelijke brandweer is uitvoerder. De regionale brandweer is verantwoordelijk voor de voorbereiding op incidenten en rampen, het beheren en verdelen van het materieel en het instellen van een alarmcentrale.

Op papier misschien een duidelijke taakverdeling, de dagelijkse praktijk leert anders, ervaart ook Schinning. „Iedereen wil overal wat van vinden. Nederland is ingedeeld in 25 regio’s en telt 495 brandweerkorpsen. Elk regionaal korps en elk gemeentelijk korps heeft een eigen commandant . Daarnaast hebben alle burgemeesters wat te zeggen over hun korps. Er zijn allemaal belangen. Bij grote rampen als de vuurwerkramp in Enschede wil het ministerie van Binnenlandse Zaken een vinger in de pap. Dan is het een landelijke aangelegenheid geworden.”

De organisatiestructuur werd nog complexer toen het kabinet in 2004 besloot tot het invoeren van veiligheidsregio’s die het kloppend hart van rampen- en crisisbeheersing moesten vormen. Grote rampen als in Enschede of Volendam hadden duidelijk gemaakt dat de samenwerking tussen brandweer, politie en hulpverlening tekortschiet. Conclusie: de regionale samenwerking binnen de brandweer moet intensiever. Volgens het NIFV is nog niet duidelijk wat dat betekent voor de toekomstige vraag naar brandweerofficieren.

Schinning ziet veel voordelen in regiovorming. „Je kunt het materieel gezamenlijk inkopen, efficiënter werken. Het is beter één korps te hebben op de grens van twee gemeenten dan twee losse korpsen. Een burgemeester heeft graag zijn eigen brandweer. Totale regionalisering van de brandweer is voor veel gemeenten nog een brug te ver.”