Geen generatie-Einstein

Uit de slechte rekenscores die een kwart van de eerstejaarsstudenten aan de onderwijzersopleiding pabo hebben geboekt, is de conclusie te trekken dat het rekenonderwijs aan het mbo en aan de havo-richting cultuur en maatschappij niet voldoet. Gelukkig is het mogelijk om de slecht scorende studenten er later alsnog uit te halen. Dat gebeurt door middel van een rekentoets, waarbij vereist is dat de studenten sommen op het niveau van groep 8 van de basisschool kunnen maken. Zo wordt voorkomen dat ook nieuwe generaties basisschoolkinderen slecht leren rekenen.

De opgaven van de toets waren geen hogere wiskunde, maar simpel rekenen. Voorbeeld: een taart wordt in drie stukken verdeeld. Hoe groot is dan de helft van een van die drie stukken? De slechte uitslag van de test ontmaskert het marketingpraatje dat er een nieuwe, jonge generatie-Einstein is opgestaan, die bij conventioneel onderwijs niet is gebaat, veel zaken beter doorheeft dan de leraar en onder begeleiding alles zelf kan opzoeken op de computer. Deze illusie wordt nog steeds gekoesterd door de MBO-raad, die het onderwijs op mbo’s aan de verondersteld hoge intelligentie van deze generatie wil aanpassen.

Voor hoofdrekenen is geen hoge intelligentie vereist, mits de sommen veel worden geoefend en herhaald. Daar is in de ‘slimme’ onderwijsmethoden geen ruimte voor. Het inzicht in getallen wordt er niet groter op als leerlingen al vroeg met een rekenmachine mogen werken. Computers zijn een handig hulpmiddel, maar een onderwijzer zal ook zonder zakjapanner moeten kunnen lesgeven en een door een leerling gemaakte fout meteen moeten kunnen herkennen. Het is goed dat de commissie voor vernieuwing van het vak wiskunde zich meer op getalvaardigheid en hoofdrekenen gaat richten. Ook het mbo zou de adviezen ter harte moeten nemen. Gelukkig is de verplichte invoering van ‘het nieuwe leren’ in het mbo voorlopig twee jaar uitgesteld.

Schoolbesturen hebben belang bij zoveel mogelijk geslaagden. Het resultaat van onderwijsverbetering dient daarom met centraal opgestelde toetsen te worden gemeten, en mag niet worden overgelaten aan de scholen zelf. Het is een zegen dat er een rekentoets voor eerstejaars pabostudenten is ingesteld. Die moet niet worden afgeschaft. Onderwijs gaat niet alleen om pedagogische vaardigheden, maar ook om inhoudelijke kennis. Als centrale examens en eigen toetsen voor een bepaalde havo-richting of het mbo de rekenkennis niet goed meten, moet de pabo dat doen. Al kan dat beter gebeuren vóórdat de studenten worden toegelaten dan tijdens het eerste jaar. Centrale examens en toetsen zijn de enige manier om de kwaliteit van het onderwijs op peil te houden.

De vele eerstejaarsstudenten die voor de rekentoets van de pabo zijn gezakt, hebben dat te wijten aan slecht onderwijs. Wie een breuk niet doormidden kan delen, is op zijn zachtst gezegd geen Einstein. Maar dat is bijna niemand. Onderwijzers of leraren die goed lesgeven met oefenmogelijkheden – ook op de computer – kunnen de niet-Einsteins slimmer maken.