Zeventien jaar jeuk in Athene

In de commissie voor Buitenlandse Zaken van het Europees parlement is een rapport aan de orde gekomen van de Nederlandse afgevaardigde Erik Meyer over de Europese vooruitzichten van Macedonië, dat de Grieken weigeren onder deze naam te erkennen.

Gesteld wordt dat ieder land het recht heeft zijn eigen naam te kiezen, dat de alternatieve naam ‘Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië’ (FYROM) waaronder het bij de VN en de EU is ingeschreven „verwarring veroorzaakt” en dat paspoorten met de naam Macedonië in EU-verband moeten worden erkend. Meyers rapport kreeg in de commissie algehele bijval, met uitzondering van die van de vier Griekse afgevaardigden – van alle partijen – die tegen stemden.

De affaire is in de Griekse media enigszins weggestopt, maar de enkele kranten die erover berichtten schreven naar waarheid: „Ons isolement is nu volmaakt.”

Er is inderdaad wel wat veranderd sinds de EU-topconferentie in Lissabon in 1992, waarbij premier Mitsotakis nog een groot succes boekte: de lidstaten stelden vast dat zelfs een samengestelde naam waarin het woord Macedonië voorkwam (zoals Nieuw Macedonië) ongewenst was. Sindsdien heeft meer dan de helft van alle landen de republiek onder de naam Macedonië erkend. Daaronder zijn Rusland, China, de VS – tot grote Griekse teleurstelling – en zelfs de oude bondgenoot Servië. Voor de EU-landen is het nog officieel FYROM, maar alom wordt ook de naam Macedonië in het spraakgebruik gebezigd. Alleen Grieken hebben het over FYROM, of, nog liever, over ‘Skopje’.

De kwestie komt volgend jaar april weer aan de orde als de NAVO zich moet buigen over Skopje’s aanvraag tot lidmaatschap. President Bush liet onlangs in Tirana weten dat wat dit betreft door „Macedonië” en Albanië nog aan allerlei voorwaarden moet worden voldaan, maar hij dacht daarbij niet aan de naamskwestie.

Er loopt al jaren een bemiddelingsoperatie onder de Amerikaan Matthew Nimitz, maar daar zit totaal geen schot in. De Griekse regering komt met versluierde dreigementen dat zij een veto kan uitspreken over het Macedonische lidmaatschap van NAVO (en EU) als dat onder de naam Macedonië gebeurt.

De toenmalige premier Mitsotakis kwam in 1993 met de verzuchting dat de hele naamskwestie binnen tien jaar zou zijn vergeten. Dat is niet helemaal uitgekomen; de herdoping van het vliegveld van Skopje onder de naam Alexander de Grote heeft hier nieuwe opwinding veroorzaakt. De ultrarechterzijde, inclusief kerkleiders, waarschuwt dat Skopje absoluut niet tot de NAVO mag worden toegelaten, ook niet onder de naam FYROM. Bisschop Anthimos van Thessaloniki heeft al nieuwe massabetogingen voor april 2008 aangekondigd, onder de misleidende en geografisch incorrecte leuze „Macedonië is Grieks”. In 1992 trok zo’n manifestatie meer dan een miljoen deelnemers. De toenmalige bisschop noemde toen de bewoners van het buurland smalend „zigeuner-skopjanen”.

Ook de uiterst rechtse partij LAOS (Orthodoxe Volksconcentratie) maakt zich warm voor het gevecht tegen de „naamsdiefstal”, en pleit voor een Grieks veto. Pikant daarbij is dat uiterlijk in maart volgend jaar verkiezingen worden gehouden waarbij LAOS voor het eerst in het parlement denkt te komen, door overschrijding van de drieprocentbarrière. Haar populistische leider Jorgos Karatzaféris trekt van alle kanten stemmen, zelfs van de communisten, maar vooral van de regerende conservatieve Nieuwe Democratie. In het grotendeels Macedonische noorden van het land staat LAOS al op zo’n zeven procent.

Maar er duiken, zij het nog verstolen, ook geluiden op waarin wordt gepleit voor een realistischer benadering van de kwestie, waarvan een Macedonisch minister onlangs zei dat „onze kinderen erover zullen lachen”. Hier en daar wordt in de Griekse media openlijk gerept van „een verloren strijd”. Eén bijdrage in het debat heette: „Zeventien jaar jeuk”. De socialistische minister van Buitenlandse Zaken Thódoros Pángalos betoogde jaren geleden al dat „geen sterveling buiten Griekenland iets van ons begrijpt”. Wat soms wordt onderstreept is dat Griekenland, zolang het nog partij is in een lokaal conflict, niet de leidende rol op de Balkan kan spelen die het land toekomt en die op economisch terrein al een feit is geworden.