Vliegende wc weg uit Kenia

De gratis plastic tas heeft het landschap in Afrika in twintig jaar veranderd.

Kenia verbood deze maand de lichte plastic tas en heft nu belasting op de zwaardere.

In Burkina Faso noemen ze het de bloem van de Sahel, in Niger heet het de nationale vogel en in Kenia is het een vliegend toilet. De plastic zak versiert overal in Afrika het landschap, in de kleuren zeegroen, felblauw, pikzwart of condoomroze.

In de Keniaanse sloppenwijk Kibera wil George zijn behoefte doen. Hij stuurt zijn zoon naar buiten voor een plastic tas, hurkt in een hoekje van zijn éénkamerwoning en floep, daar gaat de zak met poep de heining over. In het nauwe steegje neemt een stroompje de zak mee naar een riviertje waarin de krotbewoners baden. Toiletten zijn er niet of nauwelijks in de sloppenwijken. „Je moet altijd goed uitkijken voor die vliegende toiletten”, lacht een inwoonster, die haar namaakhaar met een plastic tas beschermt.

Kenia produceert maandelijks vierduizend ton aan dunne plastic tassen, waarvan de meerderheid op straat en in de natuur belandt. De zak heeft een bijna eeuwig leven: het duurt een geschatte duizend jaar om plastic af te breken. De Keniaanse regering besloot deze maand lichte plastic tassen te verbieden.

De introductie van de gratis plastic tas heeft het Afrikaanse decor de afgelopen twintig jaar veranderd. Bij een ingang van het wereldberoemde wildpark Maasai Mara hebben over een lengte van tweehonderd meter honderden plastic tassen houvast gevonden aan verdorde takken. De Somalische savanne ligt bezaaid, voor iedere acaciaboom een plastic zak. Aan de rand van de Malinese hoofdstad Bamako slingeren lange koeientongen zich dagelijks om hoopjes plastic.

Een verbod van of een accijns op is het antwoord van Afrikaanse regeringen op de last van de plastic tassen. Rwanda bijvoorbeeld vaardigde in 2004 een compleet verbod uit, Kenia en Oeganda verboden deze maand alle lichte plastic tassen en voerden een speciale belasting in voor de zwaardere. „Deze maatregelen moeten de industrie aanmoedigen milieuvriendelijkere zakken te produceren”, zei Kenia’s minister van financiën, Amos Kimunya.

De boerenfamilie Higgins bij het Naivashameer, ruim honderd kilometer van Nairobi, past een simpele technologie toe voor de verwerking van plastic. Eerst wordt het verpulverd, dan gesmolten tot een zachte brei en vervolgens perst een machine de substantie tot keiharde palen. Die palen worden gebruikt voor de aanleg van een heel lang hek rond het wildpark Abedares. „Olifanten buigen gemakkelijk ijzeren palen om, houten stokken breken ze af. Maar deze palen uit verwerkt plastic krijgen ze niet kapot”, vertelt Mike Higgins met een triomfantelijke blik.

Naivasha is het centrum van de Keniaanse bloemkwekerijen; zij gebruiken jaarlijks tonnen plastic. „Vroeger sloegen de bloemenkwekers het plastic afval op, verbrandden of begroeven het”, zegt Sarah Higgins. „Heel voorzichtig ontstaat het besef dat plastic vervuilt. Kenia moet een plasticverwerkende industrie opbouwen. Ik zie steeds vaker dat auto’s het plastic afval komen ophalen.” Een totaal verbod op plastic is gemakkelijk voor een klein land als Rwanda dat het nauwelijks zelf produceerde, maar Kenia telt talloze plasticindustrieën, die jaarlijks tien procent groeien en duizenden arbeiders aan het werk houden. Alleen verwerking en recycling zijn een optie.

Desta Mabratu is een plasticdeskundige en werkzaam in Nairobi op het hoofdkantoor van Unep, de milieuorganisatie van de VN. Unep noemt de verwerking van plastic vooral in arme landen een groot probleem, en in het bijzonder in de steden. Stroompjes en rivieren raken verstopt, evenals de magen van vee en wilde dieren. De bewoners van Nairobi produceren dagelijks 1.500 ton afval. Hiervan wordt slechts een kwart opgehaald, vrijwel alleen bij de rijkere stadbewoners, en zij maken nog geen 40 procent van de stadsbevolking uit. Overal hoopt het plastic afval zich op.

Desta Mabratu wil twee vliegen in één klap slaan: bestrijding van de werkeloosheid én van de milieuverontreiniging. „Alle afval is een bron van werkgelegenheid in ontwikkelingslanden”, bepleit hij. „Laat de armen het plastic ophalen. Dat kan worden hergebruikt om wegen van te maken, of moderne handtasjes. In India bestaat het wegasfalt voor 15 tot 20 procent uit verwerkt plastic.” Als laatste mogelijkheid noemt hij het verbranden van plastic: „Dat is slecht want er komen gevaarlijke stoffen vrij en het is verkwisting.”

Een probleem blijft de lichte plastic zak. Tot het verbod deelden supermarkten er jaarlijks honderd miljoen uit in Kenia. Ze wegen vrijwel niets en vele honderden moeten er worden verzameld om recycling lonend te maken.

In een poging het natuurschoon rond het Naivashameer te bewaren loofde Mike Higgins vorig jaar een beloning uit aan straatkinderen als zij alle zakken zouden verzamelen. Een week later dumpte een vrachtwagen tonnen plastic afval op zijn boerderij. „Dat nooit meer”, verzucht hij. Alle zakken waren gevuld met uitwerpselen.

Bekijk het milieuprogramma van de VN op www.unep.org