Rode draad is wat Europa nu níét mag

De Europese regerings-leiders hebben afscheid genomen van het federale ideaal. Meer dan ooit hebben ze gekozen voor zichzelf.

De contouren voor een nieuwe poging om het bestuur van de Europese Unie van inmiddels 27 landen te hervormen zijn vastgesteld. Rode draad in het vijftien pagina’s tellende, zwaar bevochten akkoord is niet wat de Europese Unie mag, maar wat Europa níét mag.

De zaterdagochtend in alle vroegte afgesloten slag van Brussel was niet alleen de laatste Europese top van de Britse premier Tony Blair, maar ook van diens Belgische collega Guy Verhofstadt. Juist het vertrek van de laatste lijkt symbolisch voor de staat waarin de Europese Unie thans verkeert.

Verhofstadt, de ultieme pleitbezorger van de Verenigde Staten van Europa, verlaat het Europese toneel op een moment dat dit ideaal volledig is weggezakt. Meer dan ooit, en vooral ook openlijker dan ooit, kozen de EU-landen voor zichzelf.

En daarmee is het Europa van de kleine stappen het Europa van de nog kleinere stappen geworden. „Sta me toe verbitterd te zijn”, zei de Italiaanse premier Romano Prodi tegen de Italiaanse krant La Repubblica. „In jaren heb ik niet zo pijnlijk duidelijk het bestaan van twee Europa’s gezien: het ene, dat van de meerderheid die in de Europese Unie gelooft en vooruit wil, en het andere dat het terugdringen van de rol van de Unie als nationaal politiek doel heeft gesteld.”

De grote boosdoeners in Prodi’s ogen: Groot-Brittannië, Polen, Tsjechië en Nederland. Dezelfde landen die er in de nacht van vrijdag op zaterdag van langs kregen van Verhofstadt. Een feit van geen geringe politieke betekenis: founding father Nederland dat door twee andere pioniers van de Europese Unie definitief in het kamp van de eurosceptici is geplaatst.

Frans Timmermans, de Nederlandse staatssecretaris van Europese Zaken en tot voor kort jarenlang mister Europe van de PvdA-fractie, is de verpersoonlijking van de Nederlandse wending. „Het nieuwe Europa zal zich ontwikkelen langs andere lijnen dan oorspronkelijk werd gedacht door het Europa van de federalisten”, zei hij gisteren zonder blikken of blozen voor de televisie.

Het nieuwe Europa krijgt een reglement van orde dat, in tegenstelling tot de definitief begraven Grondwet, juist het beperkte karakter van de samenwerking moet benadrukken. De vele voetnoten met uitzonderingen zijn hiervan een treffende illustratie.

Van de gezwollen tekst in de ‘Verklaring van Laken’ waarmee de regeringsleiders in december 2001 hun Europese hervormingsproject begonnen, is weinig meer over. „Eindelijk is Europa op weg om zonder bloedvergieten één grote familie te worden”, zeiden zij toen. De Unie diende uitgebouwd te worden tot „een stabiliserende factor en een lichtbaken in de nieuwe multipolaire wereld”.

De Europese Unie – erkend als economische grootmacht – heeft nog altijd de ambitie om als politieke factor in de wereld mee te spelen, maar zij heeft zichzelf ten behoeve van individuele lidstaten voorzien van nieuwe remparachutes. Zoals de coördinator voor het buitenlands beleid, die in de ‘oude’ Grondwet toch al beperkte speelruimte had, die geen minister meer mag heten en nu een nog zichtbaarder leiband heeft.

En dan was er in 2001 nog die andere doelstelling: die van de transparantie om nader tot de burgers te komen. De Europese Grondwet had van dat voornemen al weinig overgelaten, maar de doorzichtigheid lijkt na het akkoord van dit weekeinde geheel verdwenen. Of zoals de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker vaststelde: „Dit nieuwe verdrag is een vereenvoudigd verdrag, maar zeer gecompliceerd”.

Maar toch waren er zaterdag in het Brusselse ochtendgloren vooral winnaars. Polen heeft nog vijf jaar extra (tot 2014) bijna evenveel stemmen als Duitsland. Groot-Brittannië heeft opnieuw de garantie dat het zichzelf mag blijven. Nederland heeft een flink deel van zijn wensen binnengehaald. En bondskanselier Angela Merkel kan pronken met een akkoord. Ook dat hoort bij Europa: het had allemaal nog erger gekund.

Politici over het akkoord: nrc.nl/expertblogeuropa.