‘Onbesuisde’ NAVO drijft Karzai in het nauw

De Afghaanse president Karzai hekelt het optreden van zijn bondgenoten tegen de Talibaan. De NAVO doodt steeds meer burgers.

„President Karzai heeft het recht om teleurgesteld en boos te zijn over de omvang van het aantal burgerslachtoffers in de afgelopen dagen.” Zo klonk gistermiddag in Kabul het mea culpa van de NAVO, nadat de Afghaanse president Hamid Karzai verontwaardigd had uitgehaald over het „onbesuisde” militaire optreden van stabilisatiemacht ISAF in het zuiden van Afghanistan. Inderdaad, „we moeten het beter gaan doen dan we tot dusver hebben gedaan” , zei NAVO-woordvoerder Nick Lunt gisteren. „Maar anders dan de Talibaan zijn we er niet op uit om burgerslachtoffers te maken, en dat is een cruciaal verschil.”

Het was dit weekeinde niet de eerste keer dat de NAVO, die het bevel voert over ISAF, het hoofd boog. Bijna een half jaar geleden, op 3 januari, blikte een NAVO-woordvoerder terug op het jaar 2006, en hij zei: „De grootste fout die we hebben gemaakt [...] is het doden van onschuldige burgers.”

De NAVO kondigde op dezelfde persconferentie een nieuwe tactiek aan, die moest leiden tot minder onschuldige slachtoffers in de strijd tegen de Talibaan. Maar medio 2007 moet worden geconstateerd dat die nieuwe aanpak tot dusver teleurstellend heeft uitgepakt – om het mild uit te drukken. Alleen al dit jaar zijn er bijna net zoveel burgers gedood door NAVO- en coalitietroepen in Afghanistan als in heel 2006 (ruim 230 doden volgens Human Rights Watch). In de zuidelijke provincie Helmand kwamen vrijdag nog 25 burgers om door luchtaanvallen, terwijl er volgens de Afghaanse autoriteiten 62 burgers de dood vonden in Uruzgan, bij de recente gevechten tussen Talibaan en buitenlandse troepen rond Chora.

In Kabul sprak de Afghaanse president Karzai gisteren harde woorden uit aan het adres van de NAVO en de operatie Enduring Freedom (die onder leiding van de Amerikanen en onafhankelijk van de NAVO antiterreuracties uitvoert). De buitenlandse troepen zouden excessief geweld gebruiken in de strijd tegen de Talibaan, volgens Karzai. Hij noemde de doden slachtoffers van „onbesuisde acties”. Als voorbeeld verwees hij naar het aantal van 39 luchtbombardementen dat had plaatsgehad in Helmand.

Vorig jaar vielen de meeste burgerslachtoffers nog door zelfmoordaanslagen en bermbommen van de Talibaan. Maar dit jaar is dat anders. De buitenlandse troepen zouden, volgens persbureau AP, verantwoordelijk zijn voor 203 burgerdoden, terwijl de Talibaan 178 onschuldige slachtoffers op hun geweten zouden hebben. Hoe accuraat de cijfers zijn, is lastig vast te stellen. De Talibaan en gewone burgers zijn, vooral in het zuiden, moeilijk van elkaar te onderscheiden.

Het is de zoveelste keer dat president Karzai zich opwindt over de burgerslachtoffers in zijn land. In december barstte de president zelfs in tranen uit toen hij een toespraak hield over het onderwerp.

De Afghaanse president zit echter in een lastig parket. Want Karzai dankt zijn macht in Afghanistan vooral aan de steun van het buitenland, de Verenigde Staten in het bijzonder. Met het oplopen van het aantal burgerslachtoffers door toedoen van buitenlandse troepen, ziet de president zijn eigen positie met de dag zwakker worden.

Vooralsnog houdt de oppositie in het Afghaanse parlement in Kabul zich gedeisd omdat Karzai het Westen achter zich heeft staan, maar de vraag is voor hoe lang.

Zaterdag beschuldigde Karzai de buitenlandse troepen er van hun eigen gang te gaan, zonder overleg te voeren met Afghaanse autoriteiten. In de toekomst zouden militaire operaties moeten worden afgestemd met de regering, zoals al eerder is vastgelegd – zei Karzai. Of zo’n coördinatie tot minder burgerdoden leidt, is evenwel twijfelachtig.

Volgens militaire analisten zijn er gewoon te weinig grondtroepen in Afghanistan. Daardoor zijn ISAF en de coalitietroepen bij hun operaties op de grond te afhankelijk van luchtsteun. Bij luchtaanvallen is de kans op burgerslachtoffers per definitie groter. In Irak (160.000 buitenlandse militairen) zijn bijvoorbeeld ruim drie keer zoveel soldaten aanwezig als in Afghanistan.

In eigen land zijn Karzais gezag en populariteit de afgelopen jaren in hoog tempo afgebrokkeld. De ongekende corruptie in het land, de slecht functionerende overheid, de onveiligheid en de uitermate trage wederopbouw hebben tot grote onvrede geleid onder de Afghanen. Zes jaar na de verdrijving van de Talibaan is hun geduld aan het opraken. Een snelle kentering van de situatie is vooralsnog niet in zicht.

Dat maakt langzamerhand de vraag urgent: hoelang zullen de Afghanen de buitenlandse aanwezigheid en Karzai tolereren, als het aantal onschuldige slachtoffers blijft groeien en wederopbouw uitblijft?