Nieuwe behandeling onvruchtbaarheid stopt

Twee Brabantse ziekenhuizen hebben een voor Nederland nieuwe behandeling voor onvruchtbaarheid bij vrouwen na kritiek tijdelijk gestaakt. De Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO), die toezicht houdt op de behandeling van proefpersonen bij medisch-wetenschappelijk onderzoek, noemde het toepassen van de voor Nederland nieuwe methode een „ongewenste en zorgelijke ontwikkeling”.

De nieuwe techniek, de zogeheten in-vitromaturatie (ivm), zou pas moeten worden aangeboden „wanneer uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de methode veilig en betrouwbaar is”, zegt algemeen secretaris van de CCMO Marcel Kenter.

Ivm heeft als voordeel dat vrouwen geen zware hormooninjecties nodig hebben om hun eicellen tot groei aan te zetten. Veel patiënten zijn overgevoelig voor de hormonen: die kunnen hen ziek maken en zelfs in gevaar brengen. Ivm wordt al sinds 1991 in enkele andere landen (onder meer Canada, Finland en Duitsland) toegepast, maar was nog nooit eerder in Nederland aangeboden.

Ivm is een techniek waarbij eicellen van een vrouw in een laboratoriumglaasje, dus buiten haar lichaam, worden gerijpt. Na een dag wordt het gerijpte eitje in het lab met een zaadcel bevrucht en pas enkele dagen later in de baarmoeder van de vrouw teruggeplaatst. Sinds begin dit jaar zijn in het St. Elisabethziekenhuis in Tilburg en het Jeroen Boschziekenhuis in Den Bosch vijftien vrouwen volgens deze methode behandeld. Bij de bekende in-vitrofertilisatie (ivf) wordt het eitje van de vrouw pas in de reageerbuis gedaan als het al gerijpt is. Alleen de bevruchting met de zaadcel vindt dan plaats in het laboratorium.

De betrokken Brabantse specialisten hebben een paar maanden geleden voor hun nieuwe behandeling een aanvraag gedaan bij de CCMO. Hoewel de commissie kritisch tegenover de nieuwe techniek staat, kon ze geen bindende uitspraak doen, omdat het hier niet om wetenschappelijk onderzoek gaat.