Met drugsgeld omgetoverd tot seksdorp

Campo Alegre, het grootste openlucht bordeel van het Caraïbisch gebied, moet op last van de rechter worden geveild. De afgelopen jaren werd het met drugsgeld omgetoverd tot een gelikt pretpark.

Bij de ingang van Campo Alegre staan vier Nederlandse vrouwen nerveus grappenmakend entree te betalen. Door het loketluikje krijgt ieder een flinke stapel Campo-dollars. Een wulpse dame met half ontblote borst siert de plek waar normaal de afbeelding van een Amerikaanse president staat. Om hun pols krijgen ze een roze plastic bandje, als in een all-inclusive resort.

Het is dinsdagavond, de enige avond dat vrouwelijke klanten welkom zijn in het grootste openlucht bordeel van het Caraïbisch gebied. Daarom is het ook niet druk, veel mannen blijven weg op dinsdag uit angst ‘in Campo gezien te worden’. Maar Esther, Yvonne, Charlotte en Milou, allevier werkzaam bij een internetbedrijf op Curaçao, vinden het spannend. Ze zijn bij wijze van bedrijfsuitje in Club Mirage, dat op Curaçao nog altijd bekend staat als Campo Alegre.

Campo is een luxe dorp, afgesloten door vijf meter hoge, met prikkeldraad afgezette muren. De peeskamers zijn ondergebracht in fleurig geschilderde barakken, overal staan met neonstrengen omwikkelde palmbomen. Naast de luchtgekoelde bar, de Campo-dollars en het overal aanwezige neon, zijn er een internetcafé, een SM-kasteeltje en een sportschool met plexiglas douchecabine om het pretparkgevoel compleet te maken.

Op het braakliggende terrein achter de nachtclubachtige bar moet een all-inclusive hotel verrijzen. Inclusief een of meerdere meisjes. Maar die plannen staan op losse schroeven nu Campo wellicht moet worden geveild. Eigenaar Giovanni van Ierland en partners zijn het Openbaar Ministerie ruim 20 miljoen euro schuldig voor verdiensten uit drugssmokkel en het witwassen van de opbrengst binnen Campo Alegre (zie kader). De pretparkelementen van Campo zijn hoogstwaarschijnlijk met dit geld gefinancierd. In 2003 werden zij veroordeeld voor een reeks strafbare feiten, waaronder valsheid in geschrifte en deelname aan een criminele organisatie.

De vier vrouwelijke collega’s merken weinig van deze zaak. Wel schrikken ze van de prostituees die zonder gene door het dorp paraderen. Tachtig procent van hen komt uit Colombia, 20 procent uit de Dominicaanse Republiek. „Ik had verwacht dat de vrouwen in hun kamers zouden zitten”, zegt Yvonne.

Campo-consultant Micha, die net zoals de anderen in Campo niet met zijn naam in de krant wil omdat hij niet met de criminele kant van het bordeel in verband wil worden gebracht, is teleurgesteld over het vonnis van de rechter. Volgens Micha vervult het bordeel een belangrijke sociale rol binnen de Curaçaose samenleving.

In 1949 opende Campo Alegre voor het eerst de deuren. Door bezoekende soldaten en buitenlandse arbeiders van de Shell raffinaderij was een onhoudbare situatie ontstaan. Prostitutie was overal. Om een barrière tussen Curaçaose vrouwen en de gastarbeiders op te werpen besloot de overheid een vergunning af te geven voor het bouwen van 25 paviljoens met een restaurantgebouw nabij de luchthaven Hato. Uitbater werd de charismatische zakenman Hugo Bakhuis, grootvader van Giovanni van Ierland.

Inmiddels is zestig procent van de mannelijke Campobezoekers Curaçaoënaar, de overige veertig procent bestaat uit toeristen. Het was de bedoeling de toeristische markt flink uit te breiden. „We hadden grootste plannen, nu is het maar afwachten wat er gaat gebeuren”, zegt Micha.

„Toen ik hier twintig jaar geleden voor het eerst kwam”, zegt vaste klant Xavier vanachter een fles whisky aan de bar, „waren de straten tussen de barakken nog ongeplaveid. Toen stond er nog een oud vrouwtje gebraden kippenpootjes te verkopen. Primitief, maar veel gezelliger.”

Op de sofa’s naast de bar zit Titiana (27) uit Bogota. Ze werkte al eens eerder als prostituee in Campo. „Toen was het hier minder mooi, maar de kamers waren wel veel goedkoper”, zegt ze. Nu betaalt ze 40 euro per dag en aan bellen met thuis is ze al snel hetzelfde kwijt. „Je moet hier voor alles betalen, zelfs een glas water.”

Titiana heeft, net zoals als de andere 120 meisjes, voor drie maanden een visum om in Campo te mogen werken. In die tijd wil ze ruim 8.000 euro verdienen. Klanten betalen bij haar de standaardprijs; 22 euro. „Campo is oké”, ze geeuwt, „maar er zijn te veel zwarten, die betalen niet goed.” Titiana heeft liever Amerikaanse klanten. Nederlanders zijn het ergst; „die willen alles voor niets.”

Tegen middernacht loopt de bar vol voor de paaldansshow. Ook de catwalk is een onderdeel van de Campometamorfose. „We willen de vrouwen leren hoe ze zich moeten gedragen, met het oog op de rijkere klanten die we willen trekken”, zegt Micha. „Je hebt arme meisjes, anderen zijn middelmatig, die willen vooral een financiële voorsprong opbouwen. Maar 30 procent is professioneel. Die laten hun borsten vergroten, leren vreemde talen, voelen zich artiest.” Na de show staan de Nederlandse collega’s weer buiten. „Ik had meer verwacht”, zegt Milou. „Je ziet wel sexy geklede dames hier, maar verder is het hier een gewone uitgaanstent.”