Hongaarse journalist afgetuigd

De in Hongarije bekende onderzoeksjournalist Irén Kármán is vrijdagnacht zwaar gewond en gekneveld aangetroffen aan de oever van de Donau in Boedapest. Ze werd bij toeval gevonden door een sportvisser. Ze is nu buiten levensgevaar.

Het voorlopige onderzoek duidt op een verband met Kármáns onderzoek naar Hongaarse zwendel met olie, een geruchtmakende zaak uit de jaren negentig die grotendeels onopgelost bleef. Het betrof handel in huisbrandolie die door een toegevoegde rode kleurstof te onderscheiden is van duurdere dieselolie. De huisbrandolie werd als dieselolie verkocht, waarmee naar schatting 375 miljoen euro winst werd gemaakt. Onderzoek naar de zaak liep in 2000 dood. Het dossier werd tot staatsgeheim verklaard, tot 2085.

Kármán (40) wijdde in 2006 een film en een boek aan wat volgens haar een doofpotaffaire is waarin politici en politie- en douanefunctionarissen direct betrokken zijn.

Kármán kreeg met regelmaat bedreigende telefoontjes en e-mails. In alle gevallen negeerde de politie Karmans noodkreet en wees enig verband met haar onderzoek naar de oliezwendel van de hand.

Recente gevallen van geweld jegens Hongaarse journalisten zijn niet bekend. Wel klagen onafhankelijke mediawaarnemers herhaaldelijk over politieke inmenging, in het bijzonder bij de Hongaarse publieke zenders die ‘als spreekbuis van de overheid’ worden gekarakteriseerd.

„De ervaring in Oost-Europa leert dat aanvallen op journalisten zich herhalen als politie en justitie zich niet voldoende inspannen bij het opsporen van dergelijke gevallen”, zegt Miklós Haraszti, voorzitter van de afdeling persvrijheid van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Kármán was een ander lot beschoren, zegt de vroegere dissident Haraszti, „als de Hongaarse politie alerter was opgetreden.”