Competitieve maar collegiale nieuwsman

Journalist Bob Kroon, die gisteren op 82-jarige leeftijd overleed, was een begrip. Binnenkort komt zijn autobiografie uit: ‘A Lifetime of News’.

Caroline de Gruyter

Onder buitenlandse correspondenten in Genève was er maar één die, in het Bahasa Indonesia, Soekarno nog kon nadoen. Er was er maar één die Portugees sprak omdat hij voor Time Magazine de Anjerrevolutie had verslagen. En maar één die een brief van psychiater Karl Gustaf Jung kon opdiepen met „geachte heer Kroon’’ erboven, een brief die onlangs bij Sotheby’s werd geveild voor 2.800 pond. Bob Kroon, die gisteren op 82-jarige leeftijd in Genève aan pancreaskanker overleed, was een begrip.

Hij begon eind jaren veertig voor Associated Press in Jakarta. Toen hij Indonesië werd uitgegooid wegens zijn verslaggeving over de Molukse opstand, vestigde hij zich in Genève – toen nog een stad waar de Groten der Aarde geregeld langskwamen en waar iedere zichzelf respecterende krant een correspondent had. Vandaaruit bereisde Kroon de wereld, met opdrachtgevers als Tros Aktua, de Telegraaf, Time Magazine en de International Herald Tribune. De laatste jaren werkte hij voor regionale Nederlandse kranten en de Wereldomroep, en hield hij lezingen op cruiseboten.

De wereld om hem heen veranderde. Nieuws wordt nu 24 uur per dag gemaakt, met weinig gelegenheid voor reflectie. Híj was uit de tijd dat vliegtuigen landden voor de nacht, om pas ’s ochtends verder te gaan. Hij was van de telex-generatie die pas verhalen stuurde als ze ‘rond’ waren. Maar nu had ook hij zes deadlines per dag, en sleepte hij altijd zijn laptop mee. Hij kon eindeloos soebatten om een interview met een minister te krijgen, al was het enkele minuten. De tijd van de scoops over de ‘linkse sympathieën’ van Beatrix en Claus was voorbij. Maar een nieuwsman bleef hij altijd.

Kroon kon gepassioneerd vertellen over de Russische inval in Praag, of zijn verloving met een Perzische ministersdochter (die haar vader natuurlijk verbrak). Of over die keer dat hij in Kathmandu in een afgebeulde DC-9 moest met te veel vluchtelingen aan boord, en de piloot opmerkte: „Don’t worry Mr Kroon, refugees don’t weigh too much!”

Op het laatst was Kroon zo doof dat hij keihard ging praten. Het hele VN-persbarretje luisterde dan mee. Zo was hij ieders geheugen, en het laatste bewijs dat Genève, waar VN-woordvoerders nu dicteren hoeveel ton melkpoeder ze in Darfur gedropt hebben, ooit het centrum was van de wereldpolitiek.

Hij stierf als secretaris van de correspondentenvereniging. Hij was de laatste die nog in zijn VN-kantoortje mocht roken. Hij was competitief maar collegiaal: hij bemiddelde bij ruzies en verleende sommigen zelfs onderdak. Laatst vertelde hij dat hij bij de chemokuur de oudste was: „De anderen zijn zestigers. Wat heb ik een prachtig leven gehad, denk ik dan.”

Binnenkort komt zijn autobiografie uit: A Lifetime of News. De laatste letter heeft hij vorige week getikt. Zelfs op zijn doodsbed stak hij nog grijzend beide duimen omhoog. Dat was Bob Kroon. Op weg naar nieuwe avonturen, waarschijnlijk.