Bestaan die kastjes om kijkcijfers te meten echt?

„Hoe worden kijkcijfers gemeten?”, vraagt Sanne den Adel uit Utrecht. Het schijnt met kijkcijferkastjes gedaan te worden, maar Den Adel kent niemand met zo’n apparaat. Bestaan ze wel?

Ja, het kijkcijferkastje bestaat. En de Stichting Kijkonderzoek (SKO) gebruikt ze nog steeds voor haar onderzoek .

„Ongeveer 1.220 gezinnen hebben een meetkastje op de televisie aangesloten”, zegt SKO-directeur Bas de Vos. „Dat komt neer op zo’n 2.700 mensen. We proberen een afspiegeling van de samenleving te krijgen, dus zitten er allerlei soorten mensen in het panel. Dat is helemaal representatief.”

Met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek doet de SKO vooronderzoek onder zesduizend mensen. Als gezinnen instemmen, krijgen ze de apparatuur thuis geïnstalleerd. Het kastje registreert het kijkgedrag, de gegevens gaan naar de SKO. „Dat combineren we met uitzendingsgegevens over wat er wanneer is uitgezonden.”

Dat vraagsteller Den Adel niemand met een kastje kent, verbaast De Vos niets. „Nederland heeft 16,5 miljoen inwoners. De kans dat je iemand met een kastje kent, is heel klein.”

Carolien Grooten uit Eindhoven had drie jaar lang een meetkastje. Het was zwart en iets kleiner dan een videorecorder. Ieder gezinslid had een eigen code, die voor het kijken op het apparaat werd ingevoerd.

Grooten heeft wel een vermoeden waarom haar gezin is geselecteerd. „Ik heb vier dochters: de oudste was net aan het studeren, twee zaten op de middelbare school, en de jongste zat nog op de basisschool. Veel verschillende groepen dus.”

Twee jaar geleden hebben ze het kastje teruggegeven. „Twee kinderen waren uit huis, en het was wat gedoe om hem in de vakantie uit te schakelen. Het ging allemaal heel discreet en netjes. Het was geen inbreuk op de privacy. Van het onderzoeksbureau kregen we zo af en toe een kleinigheidje. Een flesje wijn, of een cadeautje als de kinderen jarig waren.”

Michiel van Blommestein