Schenken aan de voetbalclub

Fiscaal voordelig geld schenken aan uw sportclub? Fiscalisten en sportbonden bundelen hun krachten om dat te bereiken.

Belastinggeld gaat langs twee grote subsidiestromen naar nuttige doelen. De rechtstreekse stroom loopt formeel via de Tweede Kamer, in werkelijkheid verdelen allerhande commissies en platforms het beschikbare geld, vaak aan de hand van complexe verdeelsleutels. Naast deze bureaucratische benadering functioneert een anarchistisch subsidiesysteem. Daarin bepalen de individuele belastingbetalers de bestemming van het subsidiegeld.

Zij doen giften aan een zelfgekozen goed doel, waarna de overheid er blindelings geld bij doet. Een opmerkelijk detail is dat de staat er meer bovenop legt naarmate de schenker meer verdient. In sommige gevallen neemt de fiscus de helft van de gift voor zijn rekening. Het gaat namelijk om de geldstroom via een aftrekpost van de inkomstenbelasting: de giftenaftrek. De daarmee gemoeide 200 miljoen euro worden in de begroting keurig als belastingsubsidie verantwoord.

Het systeem werkt alleen voor fiscaal erkende goede doelen. Daar zijn er ongeveer 16.000 van, zoals musea, liefdadigheidsinstellingen, kerken en politieke partijen. Dat sportclubs daar niet bij horen vindt de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) discriminerend. Hij vindt dat ook de 28.000 amateursportverenigingen fiscale erkenning als goed doel verdienen. Daar heeft Erica Terpstra van de sportkoepel NOC*NSF wel oren naar. Samen benaderden de organisaties de staatssecretaris van Financiën, Jan Kees de Jager (CDA). Wetstechnisch is het simpel om de amateursportverenigingen als potentieel goed doel te kwalificeren. Toch reageerde de staatssecretaris zuinigjes op het idee het aantal goede doelen meer dan te verdubbelen.

In de eerste plaats betekenen meer aftrekmogelijkheden minder inkomsten voor de schatkist. Dat effect valt misschien mee. Andere goede doelen krijgen minder giften als de sportclubs erbij komen. Bovendien zit het er dik in dat de overheid minder rechtstreeks subsidieert zodra een fiscaal gefaciliteerde inkomensstroom op gang komt.

Een serieuzer probleem is dat De Jager de huidige belastingheffing al niet aankan. Laat staan dat hij er de controlelast bij kan hebben van zo’n uitgebreide giftenaftrek. Hij moet dan nagaan of het beleid en de boekhouding van de 28.000 amateurclubs jaar op jaar aan strenge eisen voldoen. Verder moeten zijn inspecteurs erop letten of gewone betalingen aan de sportclub worden vermomd als een aftrekbare gift. Wat is mooier dan jubileumfeesten en reisjes te laten subsidiëren door de fiscus? De belastingadviseurs zien wel mogelijkheden die controlelast over te dragen aan de sportbonden. Die moeten dan controleren of aangesloten verenigingen aan de officiële voorwaarden voldoen. Dergelijke handhavingsconvenanten worden al tussen de fiscus en sommige bedrijfstakken gesloten.

Het eindresultaat van de plannen van NOB en NOC*NSF is een andere verdelingssystematiek van overheidssubsidies. Individuele keuzes tellen zwaarder mee, vooral van hoog belaste sporters. Als prijs daarvoor krijgen de amateurverenigingen er een hoop administratieve rompslomp bij en worden de koepelorganisaties fiscale controleurs van hun eigen leden. Daar kan de wetgever voor kiezen. Als dat gebeurt, is de aftrek van sportgiften vanaf 1 januari 2009 mogelijk.

Aertjan Grotenhuis