Rugzakje sluit niet

Het geld van de rugzakjes moet beter beheerd worden, vindt de vereniging van leerlingbegeleiders.Vincent Bongers

Leerlingen met een handicap gaan lang niet altijd meer naar het speciaal onderwijs. Als ze een ‘rugzakje’ meebrengen kunnen ze ook op gewone scholen terecht. foto jØrgen krielen ©jØrgen Krielen/Almere 30-03-2006/ Leerlingen vh Helen Parkhurst College
Leerlingen met een handicap gaan lang niet altijd meer naar het speciaal onderwijs. Als ze een ‘rugzakje’ meebrengen kunnen ze ook op gewone scholen terecht. foto jØrgen krielen ©jØrgen Krielen/Almere 30-03-2006/ Leerlingen vh Helen Parkhurst College Krielen, Jorgen

Leerlingen die met een ‘rugzakje’ de middelbare school binnenkomen, krijgen geen waar voor hun geld. Dat vindt althans de vereniging van schooldecanen en leerlingbegeleiders, de NVS-NVL. Vorige week publiceerde deze vereniging een eigen onderzoek onder zorgcoördinatoren in het voortgezet onderwijs. De conclusie: het financieringssysteem voor de begeleiding van ‘leerlingen met een beperking’ is niet flexibel genoeg en werkt bureaucratisering in de hand. Het geld dat deze leerlingen in hun rugzakje meebrengen, verdampt voor de ogen van de zorgcoördinatoren. De NVS-NVL spreekt van een verspilling van zestien miljoen euro dit schooljaar.

Michiel Westerik, zorgcoördinator op het Groenhorstcollege in Ede geeft een voorbeeld: “Bij ons op school loopt een jongen rond die autistisch is. In het huidige systeem moet hij begeleid worden door een deskundige van buiten de school. Hij functioneert op dit moment goed, dus die hulp is eigenlijk overbodig. Maar hij wordt wel gegeven. Dat is dus zonde van het geld. Het zou beter zijn als de school meer invloed had op wanneer en wat voor hulp er wordt ingeroepen.”

de helft

De gedwongen inkoop van begeleiding, die vooral is de NVS-NVL een doorn in het oog. Scholen krijgen maar de helft van het rugzakgeld in handen, de andere helft gaat naar een zogenoemd Regionaal Expertise Centrum (REC), in ruil voor begeleiding (zie ook kader). Met andere woorden: scholen kunnen maar gedeeltelijk zelf bepalen hoe zij een rugzakleerling helpen. De REC’s zijn opgericht

“Ik wil absoluut niet beweren dat de REC’s niet functioneren”, zegt Gerrit Witteveen van de NVS-NVL. “Veel ambulante begeleiders zijn uitstekend. Dat blijkt ook uit ons onderzoek. Maar als een school twee keer zoveel geld zou krijgen, komen er ook andere oplossingen in beeld. Een school kan dan zelf een orthopedagoog of onderwijsassistent aanstellen. Of een klasje voor rugzakleerlingen formeren.” Ook het feit dat op de zorgmarkt een gezonde concurrentie zal ontstaan, spreekt Witteveen aan. “Dat zal de kwaliteit van de externe zorg ten goede komen en de prijs gunstig beïnvloeden”, meent hij.

De NVS-NVL riep zorgcoördinatoren op via internet een lijst van twaalf vragen in te vullen. 284 medewerkers van 204 scholen hebben dat ook gedaan. Witteveen: “Het blijkt dat 80 procent van de respondenten hoogstens de helft van het geld dat naar een REC gaat, ook daar zou willen besteden.” Als je dat doorrekent naar alle scholen en alle rugzakleerlingen kom je, zegt Witteveen, uit op een bedrag van rond de zestien miljoen euro per jaar.

De NVS-NVL noemt als oorzaak de structuur van het voortgezet onderwijs met zijn zes tot veertien verschillende vakdocenten waarmee leerlingen – en dus ook rugzakleerlingen – te maken krijgen. Die zijn nauwelijks te coachen door één ambulant begeleider. Scholen lossen dit op door hun eigen zorgcoördinatoren en remedial teachers in te schakelen die, zegt de NVS-NVL, vaak voldoende zijn toegerust om dit te doen. Een andere oorzaak is dat er bij de REC’s domweg niet voldoende ambulante begeleiders beschikbaar zijn, vanwege de explosieve groei van het aantal rugzakleerlingen.

doodgeslagen

René Verhulst, voorzitter van de WEC-Raad, vindt het een “doodgeslagen biertje discussie”. Hij beaamt de groei van het aantal leerlingen met indicatie. “Het klopt dat er daardoor niet altijd zorg op maat kon worden geboden. Maar we hebben al uitvoerig met alle belanghebbenden besproken hoe het beter moet.” Verhulst vindt het maar niks dat deze discussie nu opnieuw wordt aangezwengeld. “In een flinterdun en subjectief onderzoekje wordt vastgesteld dat de ambulante dienstverlening niet goed functioneert en dat het probleem bij de gedwongen winkelnering ligt”, zegt hij. “Dat gaat mij veel te ver. Waar het op neerkomt is dat de scholen gewoon zelf het geld willen hebben.” Verhulst moet er niet aan denken wat er dan met dat geld zou gebeuren. “Dat onttrekt zich aan elke controle.” Het gaat om het aanbieden van specialistische hulp, vindt hij, en die kun je gewoon het beste toevertrouwen aan de REC’s.

Inmiddels is het probleem ook onder de aandacht van de politiek gekomen. Margot Kraneveldt, Tweede Kamerlid voor de PvdA en woordvoerder onderwijs, wil van de gedwongen winkelnering af. “Schoolbesturen moeten zelf kunnen beslissen waar en wanneer zorg moet worden ingekocht”, zegt zij. “Dat kan natuurlijk bij een REC zijn, maar het is niet goed dat dit verplicht is. Het leidt tot meer bureaucratie en dus hogere kosten.” Maar áls je de gedwongen winkelnering afschaft, dan is wel belangrijk dat de scholen scherp gecontroleerd worden, vindt Kraneveldt. Ook CDA en ChristenUnie neigen ertoe de scholen meer speelruimte te geven.

Docent Michiel Westerik is blij dat de huidige regeling weer op de politieke agenda staat: “Ik sta in principe achter het idee om zo veel mogelijk leerlingen met een beperking in het reguliere onderwijs in te passen, maar dan moet je ze wel optimaal kunnen begeleiden. Nu lukt dat lang niet altijd.”