Onderklasse van schoolboeken

Het schoolboek behoort tot de onderklasse van de boekenpiramide, aldus Marita Mathijsen in haar column in W&O (9 juni). Daarin heeft zij gelijk: universiteits- en instituutsbibliotheken bewaren in de regel geen schoolboeken of complete lesmethoden voor onderzoekers of volwassen lezers die nog eens willen nagaan hoe ze een vreemde taal, natuurkunde of geschiedenis hebben geleerd. Maar de tragiek die Mathijsen schetst is minder tragisch dan het lijkt. Op zolders, in vergeten kasten en kelders van lagere en middelbare scholen lagen - en liggen - afgedankte schoolboekjes geduldig te wachten op een tweede leven. En omdat veel onderwijzers en leraren, de gebruikers van schoolboeken, het moeilijk over hun hart kunnen krijgen deze `letterschooiertjes` weg te gooien, gaan ze dikwijls op zoek naar een goede bewaarplaats en komen dan vaak terecht bij het Nationaal Onderwijsmuseum te Rotterdam. Het Onderwijsmuseum verzamelt en inventariseert al vijfentwintig jaar schoolboeken - óók de lesboeken wiskunde en aardrijkskunde, waarvan Mathijsen beweert dat er geen compleet overzicht samen te stellen zou zijn van deze vakken. De collectie exacte vakken bijvoorbeeld beslaat voor de periode 1820-1960 meer dan 60 meter. Dus ook voor de onderklasse, de letterschooiertjes, wordt in bibliotheekland gezorgd.