Nachtkonvooi naar Onitsha

Elke nacht rijden vanuit alle delen van Nigeria bushtaxi’s in konvooi naar de marktstad Onitsha. De chauffeurs maken er een wedstrijd van, ziet Gerbert van der Aa

VOL GAS: stationwagons zijn populair in Afrika (links). Rechts: Bushtaxi's staan klaar in Wukari (foto) Foto's Corbis, Van der Aa
VOL GAS: stationwagons zijn populair in Afrika (links). Rechts: Bushtaxi's staan klaar in Wukari (foto) Foto's Corbis, Van der Aa Aa, Gerbert van der

Enkele tientallen bush-taxi’s staan klaar voor vertrek. Vanuit Wukari, een stad in het oosten van Nigeria, rijden ze vannacht naar Onitsha. Terwijl de zon langzaam ondergaat speelt de lokale jeugd op een betonvlakte langs de weg een partijtje voetbal. Een metershoog billboard roept Nigerianen op af te zien van seks voor het huwelijk. In de bushtaxi’s, bijna allemaal oude stationwagons van het merk Peugeot, is met wat wringen ruimte voor negen passagiers. Ze verzorgen in Nigeria het openbaar vervoer, de reizigers delen de kosten.

Ik ben ook op weg naar Onitsha, een belangrijke marktstad 500 kilometer naar het zuiden. Elke nacht reizen Nigerianen uit alle delen van het land erheen om te winkelen. Door ’s nachts te reizen besparen ze zichzelf hotelkosten. Als de reizigers ’s ochtends aankomen gaan ze direct naar de markt, doen hun inkopen en pakken dan ’s middags bepakt en bezakt een taxi terug naar huis, is mij verteld. Eigenlijk wilde ik liever overdag reizen, maar dan reist er vrijwel niemand van Wukari naar Onitsha. Dus sta ik nu in de rij.

wilde rijstijl

De bushtaxi’s rijden in konvooi. „Samen sta je sterk”, zegt een handelaar in verf die in dezelfde taxi zit als ik. Leunend tegen de auto vertelt de man, gekleed in een bruin gewaad en een rood alpinopetje, dat onderweg talloze wegversperringen zijn waar corrupte politieagenten reizigers geld proberen af te persen. „Als je daar met slechts een auto arriveert, ben je een makkelijke prooi. Maar een colonne van tien of twintig auto’s met meer dan honderd passagiers, schrikt politieagenten af. Daar willen ze liever geen ruzie mee.”

Het is tien uur ’s avonds als het konvooi zich in beweging zet. Luid claxonerend rijden de auto’s het stadje uit. Al snel blijkt dat sommige chauffeurs er een wedstrijd van maken. Vol gas proberen ze hun collega’s te passeren. Mijn taxi lijkt tot de voorhoede te behoren. Met een tevreden lach op zijn gezicht haalt de chauffeur de ene na de andere auto in, totdat we op kop rijden. De passagiers doen niet moeilijk, ik hoor niemand klagen over de wilde rijstijl.

Na 150 kilometer stoppen we in een dorp met een aantal wegrestaurants. Het is inmiddels één uur in de nacht. Uit het struikgewas langs de weg klinkt het oorverdovende lawaai van krekels. Wie geen volledige maaltijd wil, kan bananen, pinda’s, hardgekookte eieren en stukken geroosterd vlees kopen, waarmee een aantal kinderen leurend langs de auto’s gaat. Ik koop een plastic zakje met ijskoud drinkwater. De bedoeling is dat je daar een gaatje in bijt, waarna je het zakje leegzuigt. Er zit niet eens een bijsmaak aan.

Voor de deur van een restaurant doet een jongen in het licht van een schijnwerper een dans-act. Op muziek van Fela Kuti, de legendarische Nigeriaanse muzikant, maakt hij wervelende bewegingen. De passagiers van de bushtaxi’s vinden het geweldig. Na afloop van elk nummer krijgt de jongen een daverend applaus. Om hun waardering te uiten, plakken sommige toeschouwers bankbiljetten op het bezwete voorhoofd van de danser.

stickers met lijfspreuken

Naarmate we dichter bij Onitsha komen wordt het konvooi steeds groter. In elke stadje sluiten nieuwe auto’s aan, waaronder ook een Toyota-minibusje. Tot ongenoegen van de chauffeur van mijn bushtaxi heeft het busje een net wat hogere topsnelheid dan zijn Peugeot. Hij doet wat hij kan, maar uiteindelijk worden we betrekkelijk makkelijk ingehaald. De koppositie in het konvooi zijn we kwijt.

Bij een tankstation onderweg, waar alle auto’s hun brandstofreservoir laten vullen, heb ik tijd om de auto’s eens goed te bekijken. Een van de dingen die opvallen is dat op bijna alle autoruiten stickers met lijfspreuken zijn geplakt. ‘No food for lazy man’, staat op een van de stickers. „Ik geloof niet in liefdadigheid”, zegt de eigenaar van de auto, terwijl hij een kauwgom uit een papiertje haalt. „Als je iets wilt bereiken in het leven moet je hard werken.”

Van corrupte politiemannen hebben we, zoals voorspeld door de verfhandelaar, nauwelijks last. Een keer weigert een groep agenten de takken weg te schuiven die de doorgang versperren. Maar lang duurt het oponthoud niet. Na een korte discussie stapt een van de chauffeurs in zijn auto, neemt een korte aanloop en rijdt dwars door de takken heen. Daarna volgt onder groot gejuich de rest van het konvooi. De agenten kijken bedremmeld toe, ze durven hun geweren niet te gebruiken.

Precies op het moment dat de zon opkomt arriveren we in Onitsha. Alle stationwagons rijden naar het taxistation, even buiten het centrum van de stad. Aan de rand van de modderige zandvlakte hebben ondernemende jongens houten bankjes en tafeltjes neergezet, waarop ze gebakken eieren met Nescafé serveren. Ik schuif aan samen met sommige andere passagiers. Voordat de markt begint is er nog net tijd voor een goed ontbijt.

Gerbert van der Aa schreef ‘Nigeriaanse toestanden. Reis door het meest corrupte land van Afrika’ (Nieuw Amsterdam 2005)