Minder tijd fiscus voor opsporen zwart geld

Nederlandse belastingplichtigen met buitenlandse bankrekeningen hoeven straks minder lang beducht te zijn voor navorderingen van de fiscus. De verjaringstermijn zal waarschijnlijk korter worden.

In een advies van advocaat-generaal Wattel van de Hoge Raad, dat vandaag zou worden gepubliceerd, staat dat het onderscheid tussen de verjaringstermijn op navorderingen bij binnenlandse en buitenlandse bankrekeningen in strijd lijkt met de Europese regels voor vrij kapitaalverkeer. Wattel beveelt de Hoger Raad aan uitsluitsel te vragen bij het Europese Hof.

Voor binnenlandse naheffingen geldt een termijn van maximaal vijf jaar; voor navorderingen in het buitenland twaalf jaar. Dit onderscheid is indertijd gemaakt omdat het achterhalen van informatie uit het buitenland tijdrovender is. In zijn advies schrijft de advocaat-generaal dat het onderscheid wel gerechtvaardigd is voor landen met een bankgeheim, maar dat het verschil van zeven jaar buitenproportioneel lijkt.

Landen met een vorm van bankgeheim in de EU zijn Luxemburg, België en Oostenrijk, alsmede de Britse Kanaaleilanden. Buiten de EU bestaan tientallen belastingparadijzen.

Als de Hoge Raad het advies overneemt en deze zaak vervolgens aan het Europese Hof in Luxemburg voorlegt, zal het nog twee à drie jaar duren tot er een definitieve uitspraak komt.

Een kortere buitenlandse verjaringstermijn kan leiden tot minder inkomsten voor de schatkist. De afgelopen vijf jaar heeft de fiscus 391 miljoen euro binnengehaald op verzwegen buitenlandse rekeningen.