Gejaagd door ’t getal

Bart Koubaa: Het gebied van Nevski. Querido,128 blz. €16,95
Bart Koubaa: Het gebied van Nevski. Querido,128 blz. €16,95

Bart Koubaa: Het gebied van Nevski. Querido,128 blz. €16,95

Zijn eerste roman heette Vuur, zijn tweede Lucht. Tegen iedereen die giste naar de titel van nummer drie (‘Aarde?’ ‘Water?’) zei hij dat het ‘Modder’ zou worden. Maar Bart Koubaa is er de schrijver niet naar om zich te verliezen in voorspelbaarheden. Zijn nieuwe roman heet Het gebied van Nevski, en van de vier elementen is water alleen vertegenwoordigd in bevroren vorm. De ik-figuur van het boek – een schrijver in wie de Gentse schrijver Van den Bossche alias Koubaa te herkennen valt – zakt namelijk door het ijs tijdens een bezoek aan het slagveld waar de Russische grootvorst Alexander Nevski in 1242 de Duitse Orde in de pan hakte. Bij terugkeer in Gent blijkt door bevriezing een deel van zijn hersenen te zijn beschadigd, met een taalstoornis tot gevolg. Om daaraan iets te doen, ondergaat hij niet alleen logopedie, maar ook observatie van een neuroloog, die hem aanraadt zijn gedachten op te schrijven. Dat doet hij 26 dagen lang, ‘omdat Gent een kluwen is van zesentwintig wijken en omdat er zesentwintig letters in ons alfabet zijn.’

Koubaa houdt wel van een beetje structuur in zijn boeken; zo verdeelde hij zijn quasi-Japanse roman Lucht in 17 hoofdstukken – net zoveel als er lettergrepen in een haiku zitten. In Het gebied van Nevski is zijn leidraad het in België gebruikte AZERTY-toetsenbord, zodat hij zijn 26 bespiegelingen kan beginnen met de A van Alex- ander en eindigen met de N van Nevski. Maar net als in Lucht betekent dit soort ordelijkheid niet dat er ook een makkelijk te vatten verhaal ontstaat. De auteur waarschuwt zelf al dat hij vloeiend schrijft, maar dat ‘de zinnen niet altijd betekenis [hebben] voor iemand met gezonde hersenen.’ Hij springt van de hak op de tak, komt telkens terug op een Gentse obsessie (de onopgehelderde verdwijning van een van de panelen van Het lam Gods van de gebroeders Van Eyck), geeft raadsels op en kan niet tegenhouden dat woorden opduiken waar ze niet thuishoren. Sommige passages zouden niet misstaan in de beroemde Monty Python-sketch waarin John Cleese een potje ‘word association football’ speelt.

Het gebied van Nevski is het verslag van een reïntegratieproces; in het eind keert de schrijver terug naar zivrouw en kind, terwijl zijn neuroloog op een congres vergeefs heeft geprobeerd zijn ontdekking van ‘het gebied van Nevski’ aan zijn collega’s te slijten. En de lezer? Die blijft achter met het gevoel een slim en gevarieerd boek gelezen te hebben dat hij niet echt begrijpt. Een roman die niet alleen vol zit met mooie en absurdistische zinnen, maar ook met wijze uitspraken – over de werking van taal en het geheugen, over de eksterachtigheid van de postmoderne schrijver. En tegelijkertijd een boek waarbij hij één verzuchting niet kan onderdrukken: gebruikte de schrijver zijn talent maar voor een roman die behalve goed geconstrueerd ook meeslepend is.