De snippen van Zalm

Hoe zou het zijn met Gerrit Zalm?

Die zit, kunnen we aan de hand van de kabinetskalender uitrekenen, ook al weer ruim honderd dagen thuis. Werk(e)loos duimen te draaien? Nee hoor, valt mee. Zalm zit niet stil. De oud-minister van Financiën leidt een druk bestaan als spreker, voor al uw congressen en partijtjes. Hij heeft zich aangesloten bij een sprekersbureau, dat wel meer voormalige bewindslieden uitvent.

Volgens zijn agent is Zalm „de meest gevraagde ex-politicus sinds 1970”. Die populariteit voerde hem al langs diverse podia door het gehele land: van de Hogeschool Zuyd te Heerlen, via Rabobank Flevoland tot de CFO-dag in Noordwijkerhout.

Gemiddeld draaft de ex-excellentie twee maal per week op. Zijn tarief ligt rond de 4.500 euro. Op een bierviltje berekend zou Zalm op een jaarinkomen van zo’n 4,5 ton uitkomen. Dat is vier maal zoveel als hij als minister verdiende en 2,6 keer de gewenste Balkenende-norm voor de semipublieke sector.

Naar alom verluidt kondigt Zalm volgende week zijn eerste paar vaste betrekkingen aan. Dat zullen nevenfuncties zijn in de categorie commissaris, adviseur of deeltijdhoogleraar.

Aan een nieuwe zware fulltime baan is de 55-jarige kennelijk nog niet toe. Hij wordt natuurlijk vaak genoemd als toekomstige president van De Nederlandsche Bank (DNB), maar ja, de termijn van de zittende, Nout Wellink, loopt pas af in 2011.

Mocht Zalm tegen die tijd inderdaad voor die functie gaan, dan weet hij sinds gisteren dat hij op zijn huidige inkomen zal moeten inleveren. De Tweede Kamer bepaalde dat de nieuwe president in elk geval minder moet verdienen dan de 390.000 euro van Wellink. Als die verlaging in dezelfde, voorzichtige mate plaatsvindt als bij Hans Hoogervorst als nieuwe baas van toezichthouder AFM (min 12 procent), zou Zalm op een kleine drieënhalve ton uitkomen. Nog steeds tweemaal ‘Balkenende’.

Zalm zal meewarig terugdenken aan drie jaar geleden. Toen richtte hij met instemming van het parlement het nieuwe beloningspakket in voor DNB, gebaseerd op de verhouding 1:3:9, tussen de salarissen van de premier, de DNB-president en bankdirecteuren uit de vrije sector. Inmiddels is die ‘9’ flink opgelopen, maar nu moet die ‘3’ verder omlaag. Het is ook nooit te weinig.

In besloten kring heeft Zalm wel eens zijn ideale oplossing geopperd, om van al het gezeur af te zijn: het Singaporese model, waarbij de norm veel hoger ligt. In de Aziatische stadsstaat verdient de minister-president 4 miljoen dollar. En de minister van Financiën 3 miljoen.

Philip de Witt Wijnen