Zware kritiek op regie rijk bij aanleg hsl

Verkeer en Waterstaat heeft „onvoldoende regie” gevoerd bij de hogesnelheidslijn. Hierdoor namen de kosten enorm toe en is grote vertraging ontstaan. Onduidelijk is wanneer de snelle treinen gaan rijden.

Dit concludeert de Algemene Rekenkamer na twee maanden onderzoek. De Tweede Kamer had dringend verzocht om een rapport over het miljardenproject. Het is vandaag openbaar gemaakt.

De commissie-Duivesteijn, die voor de Tweede Kamer enkele grote infrastructurele projecten onderzocht, leverde in 2005 al forse kritiek op het Nederlandse deel van de snelle spoorverbinding tussen Amsterdam, Brussel en Parijs. De onderzoekers van de Rekenkamer stellen vast dat de ingewikkelde opzet van het project, met diverse marktpartijen, juist strakke regie vereiste. Alleen al voor de onderbouw zijn zeven contracten met allerlei partners gesloten.

Minister Eurlings (CDA) heeft zich de forse kritiek aangetrokken: hij heeft directeur-generaal Bert Keijts van Rijkswaterstaat benoemd tot regisseur van de hsl.

De aanlegkosten van de hogesnelheidslijn werden in de jaren negentig geraamd op bijna 3,5 miljard euro. Vorig jaar waren ze opgelopen tot 6,3 miljard euro, en door nieuwe tegenvallers zal het bedrag vrijwel zeker oplopen tot zeven miljard.

De Rekenkamer waarschuwt in haar rapport voor extra risico’s, zoals de wankele positie van de High Speed Alliance (HSA), een samenwerkingsverband van NS en KLM voor de exploitatie van de lijn. Uit een niet aan de Tweede Kamer gezonden berekening blijkt twijfel over de punctualiteit van de treinverbinding. Bovendien zou het aantal reizigers tegenvallen. „Er moet rekening worden gehouden met (veel) lagere reizigersaantallen dan door HSA werd verondersteld”, aldus de Rekenkamer. „Mede daardoor zal HSA een verliesgevende onderneming zijn, waardoor ook de continuïteit van het vervoer niet is gewaarborgd.”

In een reactie rept Tweede Kamerlid Duyvendak (GroenLinks) van „een bontjassentrein” die op de rand van het bankroet staat. „Eurlings moet onmiddellijk orde op zaken stellen en ervoor zorgen dat een maximaal aantal reizigers tegen een redelijk tarief gebruik kan maken van de lijn.”

Het CDA vermoedt dat „in al die contracten nog een hoop ellende ligt opgesloten”. Kamerlid Koopmans van deze partij hoopt „dat nu een hardleerse periode is afgesloten” waarin voorgangers van Eurlings niet deden wat de Tweede Kamer of de commissie-Duivesteijn dringend adviseerde. Koopmans: „De snelle treinverbinding is een treurmars geworden.”