Onthulling

Gisteren erkende hoofdredacteur Pieter Broertjes van de Volkskrant ruiterlijk op zijn voorpagina, dat de krant het woord ‘martelen’ niet had mogen gebruiken voor de verhoorpraktijken van Nederlandse militairen in Irak. Ik kan me niet herinneren dat een Nederlandse krant eerder zó openlijk het boetekleed aantrok.

De Volkskrant had kennisgemaakt met de keiharde wet van de onthullingsjournalistiek: wat onthuld wordt moet kloppen, van a tot z. Als een onthulling op één onderdeel, hoe nietig ook, onjuist is, keert zij als een boemerang terug naar de onthuller. De beschuldigde partij buigt de publieke discussie om naar dit ene zwakke punt, en de essentie van de onthulling raakt ondergesneeuwd.

Daar kunnen onderzoeksjournalisten je rake voorbeelden van geven. Het maakt hun metier tot het moeilijkste en ondankbaarste specialisme van de journalistiek.

Waarmee ik niet wil beweren dat de onthulling van de Volkskrant op een ‘nietig’ onderdeel de plank missloeg. Wie het woord ‘martelen’ centraal stelt in zijn publicatie, moet de onthulling des te sterker onderbouwen. Dat is onvoldoende gebeurd.

Wat is er fout gegaan?

Vanmorgen geeft hoogleraar internationaal recht Willem van Genugten, de deskundige aan wie de Volkskrant het woord ‘martelen’ ontleende, een interessant kijkje in de keuken. Zijn reactie staat onder de kop ‘Hoe het woord martelen in de krant kwam’ op de opiniepagina van de Volkskrant.

Ik proef irritatie bij Van Genugten ten opzichte van de Volkskrant, ook al blijft hij overtuigd van de integriteit waarmee de krant de kwestie heeft aangepakt. Hij heeft het over een hoofdredacteur die „zich ook publiekelijk begint te verschuilen achter mijn autoriteit”. Vervolgens legt hij tot in detail uit wat er is gebeurd.

Het komt erop neer dat verslaggever Jan Hoedeman hem confronteerde met feiten over mishandeling van krijgsgevangenen, zonder veel over de context van zijn artikel te zeggen. Hoedeman vertelde niet dat het om een onderzoek naar de Nederlandse krijgsmacht ging. Hij zei er evenmin bij dat er al snel een grote publicatie zou komen, waarin Van Genugten als enige autoriteit het woord ‘martelen’ voor zijn rekening nam.

Hoedeman had zich hier later voor verontschuldigd, schrijft Van Genugten, via een mailtje met de tekst: „Met terugwerkende kracht moet ik mij nog excuseren voor de onverwachtheid waarmee u op onze voorpagina terechtkwam.”

Een pijnlijke zin. Ik vermoed dat Van Genugten voortaan héél voorzichtig met journalisten zal omgaan. Als hij alles had geweten, zou hij zich „met veel groter terughoudendheid” hebben geuit, zegt hij nu. Hij zou hooguit van ‘vermeende marteling’ hebben gesproken.

Haast is de grootste vijand van de journalistieke onthuller. En angst – de angst dat de concurrent met de primeur op de loop gaat. Het leidt tot voorbarige, want niet voldoende onderbouwde berichtgeving. Dat is jammer, niet alleen voor die ene krant, maar voor de hele journalistiek. Menig onderzoeksjournalist zal met huiver kennis hebben genomen van de uitglijder van de Volkskrant. Hij weet weer wat hem te wachten staat als hij een fout maakt. Verwijten, hoon, leedvermaak, ook bij collega’s.

Toch moet hij doorgaan. Zonder hem geen journalistiek die ertoe doet.