‘Met kind leer je flexibel te zijn’

De overheid moet moeders niet verplichten fulltime te werken, vinden Minke Huisman en Sonja Copijn. „Er wordt geprobeerd arbeidsparticipatie af te dwingen.”

In Nederland heerst een masculiene bedrijfscultuur waarin ouders en het gezin te weinig worden gewaardeerd. Dat stellen Minke Huisman (48) en Sonja Copijn (36). Huisman is oprichter van Choice, een bureau voor loopbaanbegeleiding in Amersfoort dat zich vroeger vrijwel uitsluitend op vrouwen richtte en nog altijd door vrouwen wordt gerund. Copijn organiseert debatten over werk en gezin. Ze streeft ernaar dat werkgevers flexibiliteit voor ouders onderdeel van hun beleid maken. Copijn: „Bedrijven functioneren nog altijd grotendeels volgens het kostwinnersmodel. Kinderen worden nog steeds opgevat als lastig.”

Econome Heleen Mees, die in het debat over de verdeling van werk en zorg een sleutelrol speelt, verwijt Nederlandse vrouwen dat ze genoegen nemen met een deeltijdbaan. Huisman vindt deze benadering te eenzijdig. „Volgens Mees is werken een plicht. Maar vaak stoppen moeders niet uit vrije wil met werken, ze haken af omdat de mogelijkheid om het te combineren met de rest van hun leven niet wordt geboden. Ook in de politiek overheerst de angst dat moeders thuisblijven. Er wordt geprobeerd arbeidsparticipatie af te dwingen.”

Toen Huisman in 1993 Choice opzette, was 90 procent van de cliënten vrouw. Nu is dat nog ongeveer 70 procent. De cliënten van Choice willen werken, maar zich ook ontplooien en voor hun kinderen zorgen. „Juist die balans is belangrijk voor ouders. Als bedrijven echt graag ouders willen houden, dan zal flexibiliteit onderdeel moeten worden van de bedrijfscultuur. Van een kind opvoeden leer je loslaten, flexibel zijn, minder controle uitoefenen. Iemand die sport, leert doorzetten. Managers zouden de waarde, ook voor het bedrijf, van die activiteiten moeten inzien en ze juist stimuleren.’’

Volgens Sonja Copijn worden kinderen nu door managers en beleidsmakers vooral als kostenpost gezien. „Heleen Mees doet dat ook in haar columns. Ze zegt bijvoorbeeld dat vrouwen geen borstvoeding moeten geven, zodat ze sneller weer aan het werk kunnen. Economisch gezien klopt dat. Maar ik zou zeggen: kies voor kwaliteit, zie opvoeding als investeren in de maatschappij.”

Copijn vindt de economische benadering van emancipatie iets van een vorige generatie. Die van haar moeder, die zei dat ze vooral geen vriendje moest nemen en eerst maar moest gaan studeren. Copijn en Huisman benaderen de emancipatie liever vanuit ‘keuzes’. „Iedereen heeft de verantwoordelijkheid om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien”, zegt Huisman. „Maar als jij rondkomt met 20 uur per week en je voelt je gelukkig, dan moet je dat doen. Werk je liever 80 uur, dan doe je dat.”

Moet je niet gewoon accepteren dat vaders voor bedrijven aantrekkelijker werknemers zijn dan moeders, omdat ze minder energie en tijd in de kinderen steken? Huisman: „Nee. De meeste bedrijven willen vrouwen van verschillende leeftijden wel binnen boord houden. Dat lukt niet als vrouwen het gevoel krijgen dat het hebben van kinderen storend is, in plaats van een prestatie. Dat geeft hun bijvoorbeeld steeds een schuldgevoel als ze vroeger naar huis gaan om hun kind op te vangen.”

Huisman raadt ouders aan te blijven investeren in hun ‘marktwaarde’. Ook als ze minder werken om voor hun kind te zorgen. „Je doet een stap terug, maar je moet ervoor zorgen dat je daarna nog werk kan vinden. Volg een opleiding, doe vrijwilligerswerk, of schrijf een boek. De vrouwen die hier komen, zijn heel bewust bezig om economisch zelfstandig te blijven.”

De overheid hanteert een eenzijdige benadering van het gezin, vooral gericht op arbeidsparticipatie van vrouwen, zegt Huisman. „Het kabinet wil vrouwen sturen, bijvoorbeeld door kinderopvang beter betaalbaar te maken. Dat werkt niet. Het gaat om zulke fundamentele keuzes dat mensen zich niet zo makkelijk laten sturen. De overheid zou juist alleen keuzemogelijkheden moeten faciliteren.” Hoe dan? Copijn: „Door bijvoorbeeld niet specifiek kinderopvang te stimuleren, maar een bedrag per kind te geven dat ouders naar eigen inzicht kunnen besteden. Een groter bedrag dan de kinderbijslag. Ouders kiezen dan zelf of ze investeren in opvang of in een opleiding bijvoorbeeld, of dat ze langer niet gaan werken om zelf voor de opvoeding te zorgen.”

Eerdere afleveringen van deze serie zijn te lezen via nrc.nl/binnenland.