Ouders vinden de crèche maar niets

Moeders die in deeltijd werken, krijgen kritiek van feministen en economen.

De crèche is vaak geen oplossing. „Een moeder zorgt zélf voor haar kinderen.”

Kinderdagverblijf Tinkelbel in Den Haag. Foto Roel Rozenburg DENHAAG:13NOV2003 Kinderdagverblijf 'Tinkelbel'. FOTO ROEL ROZENBURG
Kinderdagverblijf Tinkelbel in Den Haag. Foto Roel Rozenburg DENHAAG:13NOV2003 Kinderdagverblijf 'Tinkelbel'. FOTO ROEL ROZENBURG Rozenburg, Roel

Weet je wát zou helpen, om meer Nederlandse moeders op de arbeidsmarkt te krijgen, zegt Erna Hooghiemstra. Als de crèche bekend stond als ‘goed voor je kind’. Als je het op je cv zou kunnen zetten als je vroeger op een crèche gezeten hebt. Omdat crèchekinderen later socialer zijn, en beter met tegenslag om kunnen gaan. Omdat het goed is, als je niet louter door je ouders bent opgevoed.

Zover is Nederland nog lang niet, zegt Erna Hooghiemstra (45). Ze is lector jeugd en gezin(sbeleid) aan Fontys hogeschool in Eindhoven, en onderzoeker bij IVA Onderzoek en Advies. In Nederland is bijna niemand trots op de crèche.

„Deels is dat terecht”, zegt Hooghiemstra. De kwaliteit van de opvang is niet overal goed. Maar het komt ook vaak voor dat Nederlandse moeders de crèche wantrouwen omdat ze weinig ervaring hebben met kinderopvang. Een Nederlandse moeder zorgt zélf voor haar kinderen, is het heersende idee.

Dat is jammer, vindt Hooghiemstra. Want Nederlandse vrouwen moeten meer gaan werken. Anders kan Nederland straks de vergrijzing niet betalen. „Je kan de vergrijzing ook opvangen met migratie en het uitstellen van de pensioengerechtigde leeftijd. Maar het is goedkoper vrouwen te proberen te interesseren meer te gaan werken”, oordeelt ze.

Daarmee schaart ze zich in het ‘kamp’ van econoom Heleen Mees (zie kader). Maar niet helemaal. „Want Mees kijkt louter naar de economische noodzaak voor vrouwen om meer te gaan werken. Ik vind dat te beperkt. Je moet ook oog hebben voor de gevolgen voor kinderen als vrouwen meer gaan werken.”

De nieuwe minister van Jeugd en Gezin, André Rouvoet (ChristenUnie) zou beleid moeten maken waardoor het makkelijker wordt voor ouders om zorg en werk te combineren, zonder dat dat het kinderwelzijn schaadt, vindt Hooghiemstra. Gratis kinderopvang is niet de oplossing. „Het gáát ouders niet alleen om geld, ze willen vooral kwaliteit . Dus moet de overheid investeren in de kwaliteit van de kinderopvang.”

De huidige discussie over moeders op de arbeidsmarkt wordt ongekend fel gevoerd. Dat komt, denkt Hooghiemstra, omdat vrouwen zich persoonlijk aangevallen voelen zodra het gaat om hun kinderen. „Hier heerst het heilig geloof dat kinderen het beste af zijn als hun moeder altijd thuis is. Dat is bijna vrijwel nergens in Europa zo.” Dat komt deels doordat in Nederland amper onderzoek is gedaan naar de effecten van kinderopvang. In Scandinavië is dat er wel, en gaat iedereen ervan uit dat opvang ‘goed’ is voor kinderen.

Wat verder moet veranderen, is het idee in Nederland dat school en opvang twee gescheiden werelden zijn, zegt Hooghiemstra. Momenteel wordt er van half negen tot twaalf en van half twee tot drie ‘geleerd’ door kinderen. Vervolgens is er de ‘opvang’. Waarom? „Misschien is het veel beter voor kinderen om rond twee uur te gaan sporten, en om vier uur samen nog wat te lezen. Ik zou willen dat er een visie komt op hoe een leuke, zinvolle dagbesteding van kinderen eruit ziet, en dat opvang en school naadloos in elkaar overlopen.”

Vanaf 1 augustus zijn scholen verplicht voor- en naschoolse opvang voor kinderen te regelen als hun ouders dat wensen. Er zijn, vooral in de grote steden, nu nog lange wachtlijsten. Die moeten natuurlijk ook nog verdwijnen, zegt Hooghiemstra. En dan moeten er ook nog betere verlofregelingen komen. Die het mogelijk maken voor ouders in het eerste jaar van hun kind betaald verlof op te nemen,vindt ze. Verder zou het bekender moeten worden gemaakt dat het een recht is in Nederland om in deeltijd te werken. Dus ook voor vaders, meent Hooghiemstra.