Moeilijk wennen aan profcircuit

Thiemo de Bakker speelt volgende week voor het eerst het hoofdtoernooi op Wimbledon. Maar zijn voorbereiding verloopt stroever dan gewild.

De Bakker won vorig jaar Wimbledon bij de junioren. Foto Reuters Thiemo De Bakker of the Netherlands celebrates winning his boy's final match against Poland's Marcin Gawron at the Wimbledon tennis championships in London July 8, 2006. REUTERS/Alessia Pierdomenico (BRITAIN)
De Bakker won vorig jaar Wimbledon bij de junioren. Foto Reuters Thiemo De Bakker of the Netherlands celebrates winning his boy's final match against Poland's Marcin Gawron at the Wimbledon tennis championships in London July 8, 2006. REUTERS/Alessia Pierdomenico (BRITAIN) REUTERS

Rosmalen, 19 juni. - Een jaar lang geen grastennis spelen en dan voet op Wimbledon zetten. Veel tennissers zullen huiveren bij de gedachte. Omdat de bal niet hoog opstuit is gras een van de moeilijkste ondergronden. Dus grijpen zij elke mogelijkheid aan om zich voor ’s werelds belangrijkste grastoernooi te vereenzelvigen met deze grillige baansoort. De toernooien van Halle, Birmingham, Surbiton en Rosmalen gelden als ideaal opwarmertje.

Als Thiemo de Bakker later deze week naar Wimbledon reist, heeft hij één officiële singlewedstrijd op gras achter zijn naam staan: die tegen Antony Dupuis op de Ordina Open in Rosmalen. Gisteren was de 18-jarige tennisser uit ’s-Gravenzande een maatje te klein voor de Franse qualifier waarop hij in de eerste ronde stuitte. In twee sets trok Dupuis de partij naar zich toe: 7-5 en 7-6.

Nadat de juniorenkampioen van Wimbledon 2006 vorige week een wildcard van het organisatiecomité van Wimbledon kreeg toegewezen, merkte hij laconiek op dat hij „dan maar snel in Rosmalen moest gaan trainen”. Maar na zijn wedstrijd tegen de nummer 345 van de wereld kwam De Bakker tot de slotsom dat hij daar toch iets te lichtvaardig over had gedacht. „Winnen bij de profs is anders dan bij de junioren”, zei ’s werelds beste junior van 2006. „Voor ik prof werd, won ik alles wat er te winnen viel. Nu kom ik moeilijk op gang.”

De Bakker wordt beschouwd als een van de grootste Nederlandse talenten van dit moment. Zelfs de coach van Robin Haase, Dennis Schenk, noemde gisteren zijn naam in antwoord op de vraag van wie er de komende jaren het meest moet worden verwacht. „Thiemo heeft het sinds zijn overgang naar het proftennis wat moeilijk, omdat hij niet meer wegkomt met de foutjes die hij in het juniorencircuit maakte. Hij streeft naar perfectie en is teleurgesteld als hij kansen mist. Maar geloof me, deze jongen komt er wel.”

Het feit dat De Bakker geen officiële begeleider meer heeft sinds hij de samenwerking met zijn coach Eddy Bank beëindigde – hun karakters zouden naar verluidt te veel botsen – is volgens Schenk niet onoverkomelijk. „Er zijn genoeg trainers van de bond die Thiemo adviezen kunnen geven. Op Wimbledon wordt hij terzijde gestaan door Rohan Goetzke (technisch directeur van de tennisbond, red).”

Gisteren leek het er even op dat De Bakker een waardig opvolger had gevonden in zijn huidige manager Richard Krajicek, die hem vanaf de tribune zachtjes souffleerde. Maar ook de oud-Wimbledonkampioen van 1996 kon weinig verandering brengen in het afwachtende spel van De Bakker. Noch in het feit dat diens sterkste wapen, de service, hem geregeld in de steek liet. Weliswaar wist De Bakker van de zeventien breakpoints die hij tegen kreeg er veertien met zijn opslag weg te werken, maar eenmaal op voorsprong leek zijn arm wel van lood. Ook de ‘foutjes’ waaraan Schenk refereerde – de overmatige dropshots en slice forehand van De Bakker – kregen in zijn partij tegen Dupuis bij tijd en wijle de overhand. „Een jeugdzonde”, gaf De Bakker na afloop toe. „Als ik niet lekker op de baan sta, val ik daar automatisch op terug.”

De Bakker is de eerste om toe te geven dat hij niet eeuwig kan teren op zijn status als juniorkampioen. „Dankzij mijn juniorenranking heb ik de afgelopen weken drie wildcards ontvangen (Wimbledon, Rosmalen en Scheveningen, red.) maar op een gegeven moment is de koek op. Dan zal ik het echt op eigen kracht moeten doen.”

Wellicht kan De Bakker enige hoop putten uit de foto die sinds Roland Garros op zijn nachtkastje prijkt. Daarop staat hij in vol ornaat naast zijn collega-nummer één bij de profs. Tijdens het ‘kampioenendiner’ in Parijs had hij Federer één minuut gesproken, maar het was genoeg om een blijvende indruk te maken. „Federer is een grote meneer. Hem de hand te mogen schudden vond ik een hele eer.”