Zwak Frans parlement

De ruime overwinning van de nieuwe Franse president, Nicholas Sarkozy, bij de verkiezingen voor het parlement is niet zo groot geworden als werd voorspeld. In de tweede ronde hebben de socialisten gisteren hun verliezen weten te beperken. Sarkozy’s partij UMP haalde een absolute meerderheid van 323 van de 577 zetels binnen. De socialisten kwamen op 207, anderhalf keer zoveel als het huidige aantal zetels en twee keer zoveel als in sommige peilingen was voorspeld. Voor de socialisten is dat een schrale troost in een systeem dat vrijwel alle macht geeft aan de president en zijn partij.

Het Franse stelsel is ontworpen voor het scheppen van sterke parlementaire meerderheden die in twee rondes worden gekozen. Dit jaar werden voor het eerst de parlementaire verkiezingen vrijwel direct na de presidentiële verkiezingen gehouden. Zo moest worden voorkomen dat de president een coalitie moet vormen met de oppositie , een cohabitation die in het verleden wel tot politieke verlamming heeft geleid.

Van stagnatie is komende maanden in ieder geval geen sprake. Sarkozy gaat zijn mandaat ten volle uitbuiten. In versneld tempo wil hij zijn hervormingen deze zomer al door het parlement loodsen. Op het programma staan onder andere denivellering door verlaging van de inkomstenbelasting en verhoging van de BTW, een strengere immigratiewet en beperking van het stakingsrecht in het openbaar vervoer.

De socialisten hebben hun bescheiden opleving van gisteren te danken aan de maatschappelijke weerstand tegen deze plannen. Die kreeg extra gewicht door de beperkte opkomst van kiezers die bij drie ronden achter elkaar kennelijk moe werden van het stemmen. De hervorming heeft dus niet aan zijn doel tot versterking van de presidentiële meerderheid beantwoord.

Om ooit te kunnen regeren, zullen de socialisten intern schoon schip moeten maken. Collectivistische stromingen hebben te veel grip op deze partij, terwijl de Fransen individualiseren. De socialisten hebben het aan zichzelf te danken dat zij geen politiek gebruik hebben gemaakt van de stilstand onder de vorige president, Chirac, en dat de gaullisten aan de macht zijn gebleven. Er is grote verdeeldheid over het leiderschap van de socialisten. In de politieke strijd is zelfs de relatie tussen de voorzitter van de partij, François Hollande, en ex-presidentskandidaat Ségolène Royal verbroken.

Sarkozy is erin geslaagd de extreem-rechtse partij van Le Pen uit te schakelen en dat is een grote verdienste. Door besprekingen met de vakbeweging en de benoeming van voormalige progressieven in zijn kabinet hoopt Sarkozy zich met de oppositie te verzoenen. Zijn voorstellen maken een einde aan de stagnatie. Toch heeft de historische Franse voorkeur voor een sterke president die het raderwerk in beweging brengt, met daartegenover een zwak parlement, nadelen. De hoge score van de socialisten bewijst dat de oppositie niet is verdwenen. Als het debat niet in het parlement wordt gevoerd, kan de strijd zich verplaatsen naar de straat.