‘Tegoed levensloop ook na 65 opnemen’

Geld dat in de levensloopregeling wordt ingelegd, moet ook ná het 65ste levensjaar opgenomen kunnen worden. Dat zal mensen stimuleren om in deeltijd door te werken na de leeftijd waarop zij AOW krijgen.

Dat stellen Lans Bovenberg, hoogleraar economie in Tilburg en directeur van het kennisinstituut over pensioenen Netspar, en Peter Conneman, directeur van personeelsadviesbureau Mercer. Zij hebben voorstellen ontwikkeld om de levensloopregeling verder te verbeteren, die zij op eigen initiatief aanbieden aan minister Donner (Sociale Zaken, CDA).

Het kabinet schrijft in het regeerakkoord dat de levensloopregeling zo zal worden aangepast dat die „over de volle lengte van het arbeidzame leven de mogelijkheden tot (blijvende) arbeidsdeelname ondersteunt”. Bovenberg en Conneman geven een schot voor de boeg, omdat besprekingen tussen het kabinet en de sociale partners hierover op zich laten wachten. Dat komt door de impasse over de zogeheten participatietop, waarop naast het omstreden ontslagrecht ook zou worden gesproken over de levensloopregeling.

Het saldo dat werknemers opbouwen in de levensloopregeling, moet nu nog vóór de leeftijd van 65 jaar worden afgebouwd. Dit is verkeerd, vinden Bovenberg en Conneman, want werknemers worden erdoor gestimuleerd het geld aan te wenden om eerder te stoppen met werken. Het kabinet wil juist wil dat werknemers lánger doorwerken. Zij vinden dat de „kunstmatige scheiding tussen 65- en 65+” in de levensloopregeling moet worden geschrapt. Daarnaast stellen zij voor om werknemers vanaf hun 55ste jaar alleen nog maar toestemming te geven het levensloopsaldo op te nemen voor oudedagsverlof als zij in deeltijd blijven werken. De twee stellen voor de levensloopregeling samen te voegen met de spaarloonregeling.

Lees de voorstellen op www.nrc.nl/economie