Swingende dijenkletsdans

Scène uit ‘Sandpaper Ballet’ van Mark Morris. Foto Angela Sterling
Scène uit ‘Sandpaper Ballet’ van Mark Morris. Foto Angela Sterling Sterling, Angela

Het Nationale Ballet: Forsythe, Morris, Fonte. Gezien: 16/6 Muziektheater, A’dam. Tt/m 24/6. www.het-ballet.nl; (020) 6255455.

Ze dacht dat na haar danscarrière alleen de dood zou resten, maar soliste Anna Seidl vertelt bij haar afscheid van het Nationale Ballet dat moederschap en een nieuwe studie soelaas bieden. Haar woorden waren zaterdag de opmaat voor een avond moderne dans die ook tot boegeroep leidde.

Het Nationale Ballet wil zich behalve met klassiek Zwanenmeren-repertoire profileren in eigentijds werk, en dat neemt niet iedereen voor lief. Neem William Forsythe’s baanbrekende Steptext (1985). Hij deconstrueerde destijds de klassieke danstaal door alle etherische lijnen abrupt af te breken. In Steptext breekt hij ook gêneloos Bachs Partita af. Forsythe deconstrueerde de klassieke danstaal virtuoos, met onmenselijk goede dansers. Voor het Nationale Ballet is de keuze voor Steptext gedurfd maar ongelukkig. Want hoe mooi de dansers ook zijn – vooral Igone de Jongh wordt steeds sterker – ze hebben niet de woedende energie en de brutale geknaktheid van echte Forsythianen. Vergelijk het met vreemdelingen die perfect Nederlanders spreken, maar wel met een accent. De vier dansers lijken verdwaald als het licht aan- en uitgaat, en al die gekantelde heupen en gymnastische benen blijven, hoe knap ook, te risicoloos.

De tweede Amerikaan op het programma was Nicolo Fonte (41), die op het intense Shaker Loops van componist John Adams een abstracte choreografie maakte. In (In) verse form komen en gaan tien dansers op en af in een wit decor met een golvend touwtjesgordijn. In duo’s, trio’s en groepen wordt druk bewogen, vaak synchroon. Een lijn of verhaal is er niet, zelfs de gelaagde muziek van Adams lijkt de New Yorkse Fonte niet te volgen. Uiteindelijk lijken alle bewegingen willekeurig. Een beetje Forsythe, een beetje Kylian, wat klassieke spitzen; Fonte mixt de talen van zijn voorgangers zonder er zelf iets aan toe te voegen.

De swingende afsluiter kwam van de derde Amerikaan; Mark Morris. Morris (51) is een publiekslieveling, maar er zijn ook haters. Met zijn Sandpaper Ballet uit 1999 heeft het Nationale Ballet een dijenkletser ingekocht. 25 dansers bevolken het toneel in grasgroene pakken. Als de massa beweegt is het effect verpletterend. Met tekenfilmmuziek van Leroy Anderson vol geluidseffecten, showmuziek en croonerwalsjes weet Holland Symfonia onder Andrew Mogrelia wel raad. Komische effecten, zoals één danser die zich uit de massa losmaakt, worden in veel varianten herhaald. De dansers en het orkest hebben er lol in, maar qua kunst is het een pompeus dansante versie van Holiday on Ice. Je kunt je afvragen of dit Amerika-programma past bij zo’n groot gezelschap als het Nationale Ballet.