Zee van spiegels 7

Kernenergie en zonthermische energie hebben allebei een zeer grote potentie en zouden allebei in principe de gehele elektriciteitsvoorziening van de wereld voor hun rekening kunnen nemen. (W&O 19 mei, 26 mei, 2 juni en 9 juni).

Investeringskosten. Bij een totale elektriciteitsvoorziening moet er rekening mee worden gehouden dat door wisselende vraag en de opvang van mogelijke calamiteiten het piekvermogen van een centrale 60% hoger moet zijn dan het gemiddeld geleverde vermogen. Als de toekomstige kerncentrales, die waarschijnlijk voor een flink deel kweekcentrales zullen zijn, 2000 / kilowatt piekvermogen kosten ($2500/kilowattpiek), dan is de benodigde investering $4000/kilowatt gemiddeld.

De toekomstige zonnecentrales zullen, inclusief stroomtransport over gemiddeld 3500 km een investering van $4575/kilowatt gemiddeld vergen.

Energiekosten. Naast de kapitaalskosten, die voor beide technologieën dominant zijn, en die weinig van elkaar verschillen, heeft kernenergie te maken met uraniumkosten en afvalverwerkingskosten, en zonthermische energie met arbeidskosten (vermoedelijk 20 werknemers per km2 spiegelveld, of 700 werknemers per gigawatt piekvermogen). De energiekosten zullen dus waarschijnlijk gelijk zijn.

Emissie van broeikasgassen. Per kilowattuur is de emissie van kerncentrales gelijk aan die van windparken. De energie terugverdientijden van windturbines zijn gelijk aan die van zonthermische centrales, nl. ongeveer een half jaar. De conclusie is dat kerncentrales en zonthermische centrales in hun gehele levenscyclus een gelijk uitstoot per kilowatt uur hebben.