Uruzganoperatie blijkt struikelblok krijgsmacht

`Uruzgan` vreet aan de kracht van het leger`, kopte NRC Handelsblad op 5 juni. Nauwelijks drieënhalf jaar nadat de Kamer het groene licht gaf aan aan het krijgsmachtplan van het kabinet Balkenende III, zijn er problemen. Hoewel deze operatie ver binnen het ambitieniveau blijft, zoals dat in het plan van 2003 werd vastgelegd, blijkt een operatie als in Uruzgan een struikelblok.

Jaarlijks wordt zo`n 8 miljard euro voor de krijgmacht gevoteerd. In de eerste plaats moet men die gebruiken om het door de volksvertegenwoordiging vastgelegde ambitieniveau te realiseren, dat is de essentie van het bestaansrecht van de krijgsmacht Daarop moet men kunnen rekenen, maar dat blijkt dus niet mogelijk. Verontrustend.

Maar even desastreus is de wijze waarop men de financiële problemen wil oplossen. Hier en daar een beetje af, ondertussen gevechtskracht schrappend en de hele structuur van staven handhavend. Minister Van Middelkoop zal nu moeten laten zien wat hij is, een beheerder óf een bestuurder die een maximum aan bedrijfsresultaten wil boeken en daartoe harde maatregelen durft te nemen.

Uitgangspunt voor een nieuw plan moeten díe taken zijn die met grote waarschijnlijkheid zullen opdoemen. Dat vereist het maken van keuzen. Vervolgens moet het nut van alle organisatie-elementen aan die taken worden getoetst.

Datgene wat daaraan onvoldoende bijdraagt moet verdwijnen. Het vereist krachtdadigheid, maar er kan zo veel geld worden bespaard. Dat kan worden gebruikt voor taken die een grotere prioriteit hebben. Te lang heeft het aan moed ontbroken om die stap te zetten.