Planten rond de noordpool verspreiden zich met opvallend groot gemak

Het plantje Dryas octopetala groeide in de laatste ijstijd zo overdadig in Noord-Europa dat die tijd ‘het jonge Dryas’ heet. foto science
Het plantje Dryas octopetala groeide in de laatste ijstijd zo overdadig in Noord-Europa dat die tijd ‘het jonge Dryas’ heet. foto science Science

De huidige klimaatverandering is misschien een minder grote bedreiging voor het voortbestaan van plantensoorten dan wordt aangenomen. Het vermogen van planten om bij klimatologische veranderingen in hun areaal nieuwe vestigingsgebieden te bereiken blijkt heel groot. Bij modelberekeningen kan zelfs van ‘onbeperkte’ verspreidingsmogelijkheden worden uitgegaan. Dat blijkt uit Noors onderzoek naar de herkomst van de planten die tegenwoordig op Spitsbergen groeien (Science, 15 juni).

Tijdens de laatste ijstijd, die ongeveer 20.000 jaar geleden zijn maximum bereikte, was Spitsbergen (Svalbard is de officiële naam) zó totaal met ijs bedekt dat waarschijnlijk alle plantenleven was verdwenen. De planten die er nu zijn hebben zich dus pas op de geïsoleerde eilandengroep kunnen vestigen toen het ijs zich weer terugtrok. Zij hebben dat verbazend snel gedaan.

De onderzoekers, aangevoerd door Inger Greve Alsos van de universiteit van Oslo, vergeleken het DNA van negen verschillende plantensoorten op Spitsbergen (zoals kraaihei, rijsbes, kruidwilg, een dwergberk en een kleine braam) met dat van soortgenoten in de wijde omgeving van de eilanden: Groenland, Scandinavië en Noord-Rusland. In totaal is van 4439 planten het DNA onderzocht. De onderzoekers kozen drie soorten waarvan de zaden gewoonlijk door de wind worden verspreid, drie soorten met vlezige vruchten (aantrekkelijk voor vogels en zoogdieren) en drie soorten met zaad zonder speciale aanpassingen.

De grootste verwantschap werd in de meeste gevallen gevonden met planten uit het verre Siberië en niet met het meer nabije Scandinavië. Van belang is dat uit de huidige grote variatie in het DNA kan worden afgeleid dat de eilandengroep vele malen opnieuw vanuit het zuiden is gekoloniseerd. De bereikbaarheid van de archipel was en is dus heel groot.

De beperkende factor voor de vestiging van zuidelijke plantensoorten op Spitsbergen is kennelijk vooral de pionierfase. Dat valt ook af te leiden uit de waarneming dat het bij uitstek de meest koudebestendige Siberische planten waren die zich op Spitsbergen vestigden.

De verspreidingsmogelijkheden van planten spelen een rol in de discussie over de vraag hoeveel soorten er kunnen verdwijnen als de gemiddelde temperatuur op aarde deze eeuw met twee of meer graden stijgt. Het IPCC schatte het onlangs op tientallen procenten.

Misschien geeft Spitsbergen een te optimistisch beeld. De stranden liggen er vol bomen en boomstronken, soms inclusief kluit, die door de Siberische rivieren uit hun oevers zijn losgemaakt en met zeestromingen werden aangevoerd.

Karel Knip