‘Geen enkele politicus die het voor ons opnam’

De bezuiniging bij de overheid gaat veel banen kosten. Maar ambtenaren lijken zich drukker te maken over de laatdunkende verhalen over hun werk, dan over het verlies van hun baan.

Het centrum van Den Haag met linksboven de hoftoren van het ministerie van Onderwijs, geflankeerd door VROM. In het midden het gebouw van Volksgezondheid, rechts Binnenlandse Zaken. Foto Bas Czerwinski 22-11-2004, DEN HAAG. LUCHTFOTO'S VAN DEN HAAG CENTRUM. FOTO BAS CZERWINSKI
Het centrum van Den Haag met linksboven de hoftoren van het ministerie van Onderwijs, geflankeerd door VROM. In het midden het gebouw van Volksgezondheid, rechts Binnenlandse Zaken. Foto Bas Czerwinski 22-11-2004, DEN HAAG. LUCHTFOTO'S VAN DEN HAAG CENTRUM. FOTO BAS CZERWINSKI czew

Vijftig ambtenaren kijken naar één man: topambtenaar Roel Bekker. Hij heeft meegeschreven aan het plan om bijna 15.000 banen bij het Rijk te schrappen, waarna het kabinet hem heeft aangesteld om van deze bezuinigingsoperatie een succes te maken. Het heeft hem al de bijnaam ‘slager van het Binnenhof’ opgeleverd.

„De overheid moet wat minder aanwezig zijn”, zegt Bekker tegen de ambtenaren. Dat hoort hij overal waar hij komt. „Minder ambtenaren is dus een goed uitgangspunt.”

Bekker en de ambtenaren treffen elkaar op het ministerie van Onderwijs. Door Bekker uit te nodigen wilden enkele bij vakbond Abvakabo FNV actieve ambtenaren van dit ministerie discussie uitlokken. „Wij zijn het zat om af te wachten wat de nieuwste bezuinigingsronde voor ons in petto heeft. Wij zijn loyaal aan onze bewindslieden, maar we nemen geen blad voor de mond”, staat in het begeleidende pamflet dat ze hebben geschreven.

Maar na Bekkers betoog blijft het stil. De ambtenaren reageren niet, de oproep tot discussie ten spijt. De gespreksleider zet een stelling op een scherm. „Voordat je gaat taakstellen, moet je eerst vaststellen welke problemen de rijksoverheid moet oplossen.” Bekker is het daar niet mee eens. „Ik vrees dat het niet erg opschiet, eerst een jaar een intellectuele discussie voeren over wat de problemen zijn. We weten wat de problemen zijn, en met hoeveel ambtenaren het minder kan.” De ambtenaren blijven zwijgen.

„Vinden jullie werkelijk dat er zoveel banen wegkunnen?”, vraagt de gespreksleider aan de ambtenaren. „Er mag wel een hiërarchisch laagje tussenuit”, zegt een jonge ambtenaar. Er wordt volgens haar dubbel werk gedaan. „Er zit veel overlap in het werk van departementen. We moeten het overleg tussen departementen eenvoudiger maken.”

De hoogste ambtenaar van het ministerie van Onderwijs, Koos van der Steenhoven, valt haar bij. Hij vindt dat zijn ministerie met minder mensen toekan. „Elke organisatie kan een productiviteitsstijging bereiken, elk jaar kan het 1 tot 1,25 procent beter. Dat maakt 5 procent in vier jaar. Dat is de eerste slag. Als je dat niet inhoudt, dan groeit het ambtenarenapparaat.”

Iemand van de vakbond protesteert nu voorzichtig en zegt dat „je wel moet aantonen dat ambtenaren er uit kunnen”. De rest zwijgt. Het is tekenend. Voor behoud van hun verworven salarisrechten stroomt het Malieveld vol, maar voor het behoud van de duizenden banen die het kabinet wil schrappen is nog geen ambtenaar in het geweer gekomen.

Naar buiten toe houden ambtenaren hun kritiek voor zich. „Ik heb er wel een mening over, maar als ambtenaar kan ik mijn mening niet vrijuit geven wanneer die afwijkt van het kabinetsbeleid”, zegt een beleidsambtenaar van het ministerie van Volksgezondheid.

Na afloop van de discussiebijeenkomst spoedt Bekker zich terug naar zijn kamer – met in zijn handen het boek ‘Lang leve de ambtenaar’ van Jacques Wallage, een kadootje van de aanwezige ambtenaren. Bekker vond de discussiemiddag „wel leuk”, maar „aan gepraat moet niet te veel tijd opgaan: in mijn bedrijfsleventijd noemden we dit niet declareerbare uren.” Bekker werkte in de jaren negentig bij adviesbureau Twijnstra Gudde.

Bekker heeft het druk. Afgelopen week stuurde elk ministerie de uitgewerkte bezuinigingsplannen naar hem op. Zo hebben ambtenaren van Verkeer en Waterstaat uitgezocht welke 1.700 van de 16.000 banen moeten verdwijnen. Alle plannen bij elkaar leveren bijna 13.000 banen minder op. Eerst moesten er nog 14.800 banen weg, maar dat getal is inmiddels wat verlaagd.

Waar precies hoeveel banen weg moeten, de ambtenaren bieden het op een presenteerblaadje aan. Zij lijken ‘de ambtenaren-Bijbel’, het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR), voorbeeldig te volgen, waarin staat: „De ambtenaar is gehouden de plichten uit zijn functie voortvloeiende nauwgezet en ijverig te vervullen.”

De ambtenaren hebben zelf ook het initiatief genomen tot de bezuiniging. Tijdens de verkiezingen probeerden partijen elkaar te overtreffen in bezuinigingen op de overheid. Het CDA wilde 1,25 miljard bezuinigen, de PvdA 1 miljard. Om erger te voorkomen, kwamen de 13 secretarissen-generaal, inclusief Roel Bekker, met hun eigen plan dat 750 miljoen euro moest opleveren. Dat nam het kabinet bijna ongewijzigd over.

Een ambtenaar van Volksgezondheid kan zich nog steeds opwinden over de – volgens het Centraal Planbureau onrealistisch hoge – bezuinigingen op ambtenaren die de partijen tijdens hun verkiezingscampagnes presenteerden. „Er was geen enkele partij die tegen die borrelpraat over ‘nutteloze raamambtenaren’ inging. Geen enkele politicus die het opnam voor ons.” Op Volksgezondheid moeten ongeveer 1.100 van de 7.000 ambtenaren weg. „Op onze directie zouden we er juist wel een paar mensen bij kunnen gebruiken.”

Het grootste probleem van veel ambtenaren met de bezuiniging is het ongunstige beeld over hun werk dat wordt opgeroepen. Dat beeld klopt niet, zegt een ambtenaar van Financiën. „Bij elke directie waar ik tot nog toe gezeten heb, werkten de mensen hard.” De ambtenaar van Volksgezondheid vindt het geroep om minder ambtenaren ook ‘goedkoop’. „Als dezelfde mensen ergens last van hebben en er gebeurt niets, kijken zij wel naar de overheid.”

En dat is volgens deze ambtenaar nu een extra groot probleem. „Dit kabinet wil luisteren, meedenken, samen met anderen problemen op te lossen. Het vorige kabinet wilde juist terugtreden. Toen zeiden sommige ministers ook nog wel eens dat burgers hun eigen verantwoordelijkheid moesten nemen.” Hij is er nog niet zo zeker van of het activisme van het huidige kabinet samen zal gaan met fors snijden in het ambtenarenapparaat.

De ambtenaren werken dus wel de bezuinigingsplannen uit, maar ze hebben hun twijfels over hoe veel banen er werkelijk zullen verdwijnen. „De bezuinigingsdoelstellingen van de vorige kabinetten zijn uiteindelijk ook nauwelijks gehaald. We zijn er een beetje cynisch over”, zegt een beleidsambtenaar van het ministerie van Financiën. Wat niet helpt is dat de bezuiniging helemaal naar achteren is geschoven. De helft van de bezuiniging moet worden gehaald in 2011. Dat is het jaar waarin er al weer een nieuw kabinet zit.

Reageren? Stuur een e-mail naarambtenaren@nrc.nl