Dirk is geen crimineel, Dirk is sneu

Wie staat er voor de rechter en waarom? Dirk belaagde zijn ex met brieven en sms’jes. Maar zij liet het ook gebeuren, vindt de rechter.

Hoe vaak zouden rechtzaken niet over recht gaan, maar over liefde? De ongelukkige liefde. De liefde die voorbij is voor de een, maar voor de ander niet.

Dirk van B. uit Zoetermeer, veertig jaar, wilde niet geloven dat zijn Fatima hem niet meer wou. Dirk schreeuwde tegen haar, gaf haar klappen, viel haar lastig. Zij deed aangifte en hij kwam in de gevangenis. Dat was de eerste keer.

Dirk schreef Fatima elke dag een brief vanuit zijn cel. Zij schreef hem terug en kwam op bezoek in de gevangenis. Oktober vorig jaar kwam hij vrij. En Dirk en Fatima gingen weer samenwonen. Hij schilderde de muren van haar huis en repareerde wat er kapot was. Alles werd zoals vroeger.

Maar nu zit Dirk weer bij de rechter, in Den Haag. Fatima heeft weer aangifte gedaan van belaging. Dirks moeder zit achter hem, in een helderrood linnen mantelpak. De reclasseringswerker is er ook. Naast Dirk zit zijn advocaat. Politierechter Berendsen: „Dus na tweeënhalve week was dat samenwonen weer voorbij?”

– Dirk: Nee, het duurde 19 dagen.

– De rechter, wrevelig: En sindsdien stuurde u haar 85 brieven, kaarten, floppy’s, dvd’s, sms’jes en een Nederlandse vlag met de woorden ‘ik laat je los’?

– Ze stuurde mij ook brieven en sms’jes.

Juist, zegt de rechter, en die berichtjes zijn door de politie uitgelezen. Hij leest voor uit het politieverslag: ‘Je bent een lafaard.’ En: ‘Laat me alsjeblieft met rust’. Waarom, vraagt de rechter, bleef u elke dag bij haar langs komen.

– Ik wou mijn gereedschap terug. Mijn spullen lagen nog bij haar.”

– De rechter, schamper: Er lag nog een boormachine.

– Ja maar, ik wou ook mijn brieven terug.

– Maar die brieven had u haar toch gestuurd?

– Jawel, maar als ik schrijf dat ik van haar hou, dan meen ik dat. Ze is de brieven niet waard.

– Maar moest u daarvoor nou elke dag staan roepen en schreeuwen bij haar deur en het voordeurslot met stopverf insmeren?

Dirk gniffelt. De rechter bijt hem toe: „Vindt u het leuk?”

– Nee.

– Ik namelijk ook niet.

De rechter ploetert door.

– Ze wilde u niet meer zien.

– Jawel. Ze heeft me nog een keer via de achtertuin binnengelaten. En, herinnert Dirk zich, met Kerst heb ik haar nog mee uit eten genomen. „In zo’n restaurant waar je zelf mag opscheppen. Een Chinees.”

En toen kwam op zekere dag de buurman van Fatima op Dirk af. Met een hakbijl. Hij wilde Dirk niet meer horen of zien. De rechter: „En had u toen nóg niet door dat u ongewenst bent?”

Fatima heeft een slachtofferverklaring afgelegd. De rechter leest hem voor. Het klinkt als een liefdesverklaring. „Dirk woonde bij mij in de straat. In 2005 sloeg de vonk over tussen ons.” Maar: „Ik was gewend alleen met mijn dochter te wonen. Hij wilde meer tijd met mij alleen doorbrengen. Dat kon ik niet.” En: „Voor Dirk is het alles of niets.” En: „Het had zo mooi kunnen zijn. Een leven met de man van wie ik hou.” Ze hoopt, zo eindigt de brief, dat Dirk een baan zal vinden, minder zal drinken en dat hij een gelukkig eigen leven krijgt.

Wat vindt u ervan, vraagt de rechter Dirk. „Lief,” zegt hij. Dirk is, staat in een psychiatrisch rapport een ‘emotioneel instabiele man’. En hoe streng de rechter tijdens de zitting ook was, zo mild is hij in zijn oordeel. „U bent fout”, zegt hij. Maar hij denkt dat Fatima ook niet altijd even duidelijk is geweest. Dirk is geen crimineel, Dirk is eerder sneu. Hij krijgt een voorwaardelijke celstraf van 120 dagen. Er staan ook nog honderd dagen van zijn vorige straf. Die hoeft hij nu ook niet uit te zitten. Voor de 120 uur werkstraf krijgt hij meteen een formulier mee, dan kan het dezelfde dag nog worden geregeld.

Dirk, zijn moeder, de advocaat en de jongen van de reclassering praten buiten de rechtszaal na. Dirk is opgelucht, maar ook bang. „Wat moet ik doen, als Fatima me weer belt?” De mannen praten op hem in. Gewoon afkappen. Niet op ingaan. Trap er niet in.