Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Wel een topinkomen, maar niet op de lijst

Voormalig GroenLinks-leider Paul Rosenmöller ontving in 2006 meer publiek geld dan premier Balkenende. Dat viel niet op, want zijn inkomsten uit verschillende overheidsfuncties werden niet bij elkaar opgeteld.

Tussen alle recente berichten over de hoogtes van de topinkomens in de (semi) publieke sector, dook plotseling ook de naam van Paul Rosenmöller op. De oud-fractievoorzitter van GroenLinks in de Tweede Kamer (1994-2002) kreeg bij zijn werkgever de IKON, aldus het vakblad De Journalist, te maken met „wrevel” onder collega’s over de hoogte van zijn salaris.

Rosenmöller (51) was in zijn tijd als politicus fel pleitbezorger van beperking van de salarissen in het openbaar bestuur, die niet boven dat van de premier mochten uitkomen. Rosenmöller nu: „Dat vind ik nog steeds. Ik vind dat ik mezelf daaraan moet houden.” Hij diende in 2001 een motie in die leidde tot openheid rond publieke topinkomens.

Rosenmöller is sinds 2003 in vaste dienst bij de publieke omroep IKON en zegt nooit iets gemerkt te hebben van wrevel. „Ik ben altijd heel open geweest over mijn salaris. Ik verdien 109.000 euro bij de IKON. Daarnaast is er een pensioenbijdrage van 24.926 euro.”

Naast zijn fulltimebaan heeft Rosenmöller een eenmanszaak. Daarin vloeien de inkomsten uit meer (semi)publieke banen. Hij is lid van de raad van advies van het Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen (12.750 euro), voorzitter van de stuurgroep convenant overgewicht (44.476 euro) en voorzitter van de raad van toezicht van het Mulier Instituut (2.500 euro). Voorts heeft hij drie commissariaten: de Nederlandse Spoorwegen, beveiligings- en schoonmaakbedrijf CSU en Cordaris, uitvoerder van pensioen- en andere regelingen. Rosenmöller treedt ook op als dagvoorzitter.

Zijn naam komt niet voor op de lijst van publieke topinkomens, waarop alle (semi)publieke inkomens boven de 171.000 euro (2006) staan. Dat is het gemiddelde fiscale ministerssalaris (inclusief pensioenbijdrage), ook wel bekend als de Balkenende-norm.

Van zijn inkomen van 226.434 euro (2006) kwam 194.434 euro uit (semi)publieke middelen. Daarmee passeert hij Balkenende. Dat hij toch niet op de lijst staat komt omdat de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (WOPT) niet eist dat de inkomsten uit meerdere (semi)publieke functies bij elkaar worden opgeteld.

Rosenmöller zegt dat hij juist onder de norm had willen blijven. „Dat die pensioenbijdrage van de IKON (24.926 euro) meetelt, wist ik niet. Dat staat niet op mijn loonstrook. Daardoor zat ik vorig jaar dus boven die norm. Als ik op dat punt een fout gemaakt heb, geef ik het toe. Goed dat je me er op wijst.”

Sinds zijn vertrek uit de Kamer ligt Rosenmöllers salaris jaarlijks rond de twee ton. Zo was hij in 2004 behalve journalist en UWV-adviseur ook voorzitter van de commissie Participatie van Vrouwen van Etnische Minderheden (PaVEM). Hiervoor kreeg hij jaarlijks 70.720 euro (voor één dag werk per week). Toen dit bedrag in 2005 commotie veroorzaakte, stortte hij 25.000 euro terug.

In 2004 was Rosenmöller tevens lid van een werkgroep die moest adviseren over nieuwe verhoudingen op de Antillen. Van het ministerie van Binnenlandse Zaken ontving hij daarvoor 23.144 euro. In de brief (28 april 2004) over zijn vergoeding meldde directeur-generaal L. van Halder: „Ik ga er hierbij vanuit, dat de vergoeding, als deze wordt opgeteld met eventuele andere inkomsten van u uit de openbare kas, het salaris van een minister niet zal overschrijden.”

Volgens het Vergoedingenbesluit adviescolleges, dat geldt voor alle leden van overheidsadviescolleges, mocht de optelsom van Rosenmöllers publieke inkomsten niet meer zijn dan een ministerssalaris (123.113 euro in 2004). Wat hij meer verdiende, diende afgetrokken te worden van zijn vergoeding. In plaats daarvan zou hij een (geringer) bedrag per vergadering krijgen.

Uit de ‘openbare kas’ ontving Rosenmöller in 2004 zo’n twee ton: van de publieke omroep, het UWV en de ministeries SZW en BZK. Dus meer dan een ministerssalaris. Rosenmöller meldde dit niet, aldus het departement. Zo overtrad hij het vergoedingenbesluit dat zegt dat hij het „terstond” moest melden.

Rosenmöller, geconfronteerd met deze feiten: „Uiteraard houd ik mij aan de regels van het vergoedingenbesluit. Om elk misverstand te voorkomen heb ik het hele bedrag van 23.144 euro teruggestort aan BZK. Met het ministerie zal ik bezien of ik recht heb op het gehele bedrag of een deel er van.”