De Iraakse hel is diep, maar kan heus dieper

De Verenigde Staten bewapenen sunnitische bendes in hun strijd tegen andere sunnitische bendes.

Hoe weten de VS dat ze geen moordenaars steunen?

Je denkt dat je de bodem hebt bereikt, en dan hoor je toch weer geklop van beneden. Terwijl ik het nieuws uit Irak en het Amerikaanse debat daarover volg, vrees ik dat het ergste nog moet komen. Neem de laatste wending. Omdat de extra inspanningen niet het gewenste effect hebben, bewapent en financiert het Amerikaanse leger in zijn wanhoop nu sunnitische bendes om hen te helpen in de strijd tegen andere sunnitische bendes, die banden met Al-Qaeda hebben.

De vijand van mijn vijand is mijn vriend, ook als hij tot gisteren de vijand was die ik beweerde verslagen te hebben. Hoe weet het Amerikaanse leger dat het geen moordenaars steunt die het bloed van Amerikaanse soldaten aan hun handen hebben? Aha, omdat er biometrische gegevens worden verzameld – irisscans en vingerafdrukken – van de mensen die hen bewapenen. Heel geruststellend.

Op korte termijn zal deze moderne versie van een negentiende-eeuwse Britse koloniale techniek misschien zelfs wel helpen om de Al-Qaeda--bendes terug te slaan, zoals in de provincie Anbar schijnt te zijn gebeurd. Maar op middellange termijn kan het alleen maar bijdragen tot de burgeroorlog die naar verwachting van de meeste waarnemers in alle razernij zal losbarsten, zodra de Amerikaanse en Britse strijdkrachten zich terugtrekken. En dit komt nog bij de bewapening van de merendeels shi’itische troepen van het Iraakse leger. Hoe je het ook wendt of keert, de Amerikanen geven Irakezen meer wapens waarmee ze elkaar kunnen doden.

De huidige operatie moet volgens plan in april volgend jaar voltooid zijn. In november wordt een nieuwe Amerikaanse president gekozen. Wat zal hij of zij gaan doen? Laten we met haar beginnen. „Wat ik op dit moment probeer”, zei Hillary Clinton vorige week in een discussie op nieuwszender CNN, „is uit te zoeken hoe we ons uit Irak kunnen terugtrekken en hoe we dat zo snel mogelijk kunnen doen.” Dat is helder. John McCain en Rudy Giuliani spreken een heel andere taal: van standvastigheid, van koers houden en van zegevieren in de strijd. Sommige Republikeinse concurrenten hebben andere ideeën.

Senator Sam Brownback stelt een verdeling in drie staten voor: een Koerdische, een sunnitische en een shi’itische. Tommy Thompson, een voormalig kabinetslid, zegt dat elk van de achttien districten in Irak eigen leiders zouden moeten kiezen, „en als ze dat doen, zullen de shi’ieten shi’ieten, de sunnieten sunnieten en de Koerden Koerden kiezen. En wat denkt u? Dan gaan de mensen naar die bepaalde gebieden en ben je af van die moordzuchtige burgeroorlog.” Oftewel, door middel van etnische zuivering.

In Irak zelf kunnen de slimme ideetjes van verre politici in bloed worden geschreven. McCain zelf ziet dit ook in en waarschuwt ertegen. „Je zou in Bagdad gescheiden slaapkamers moeten maken”, zegt hij, „want je hebt soennieten en shi’ieten die met elkaar getrouwd zijn.” Als de Verenigde Staten het voorstel van Senator Brownback zouden opvolgen, dan „zouden ze zich tot de grenzen terugtrekken en zien hoe in Bagdad volkenmoord zou plaatsvinden”.

Ik hoop van harte dat ik ongelijk heb, maar het ligt inmiddels voor de hand dat toekomstige historici in Irak een even grote Amerikaanse nederlaag als die in Vietnam zullen zien, zij het van een andere aard. Het is nog niet zover en zal misschien ook nooit zover komen dat de helikopters opstijgen van het platte dak van de ambassade in Bagdad, zoals in Saigon gebeurde, maar ook nu is het al tragisch en jammerlijk. Het machtigste leger uit de geschiedenis van de mensheid, met een totaalbegroting in de orde van 500 miljard dollar per jaar, verlaagt zich tot het uitdelen van wapens aan lokale bandieten, in een vertwijfelde poging de verspreiding van geweld en anarchie een halt toe te roepen. Daarmee levert het alleen maar brandstof voor nog meer geweld en anarchie in de toekomst.

Timothy Garton Ash is hoogleraar Europese Studies aan de Universiteit van Oxford.