Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

De Brutus-Tapes

Op het Holland Festival brengt Toneelgroep Amsterdam Romeinse tragedies, een toneelmarathon van drie politieke tragedies van Shakespeare. ‘Ik geloof in de oprechtheid van politici.’

Scène uit ‘Romeinse tragedies’, een toneelmarathon waarin drie toneelstukken van William Shakespeare over het oude Rome achter elkaar worden gespeeld. foto’s Toneelgroep Amsterdam
Scène uit ‘Romeinse tragedies’, een toneelmarathon waarin drie toneelstukken van William Shakespeare over het oude Rome achter elkaar worden gespeeld. foto’s Toneelgroep Amsterdam Toneelgroep Amsterdam

Over tien minuten de moord op Julius Caesar,” zegt de omroeper. „Broodjes en drank aan de bar op het podium.” Caesars moordenaars zitten achter op het podium hun e-mail te checken. Acteur Jacob Derwig zit te tobben op een beige kantoorbank. Hij speelt Brutus, de oogappel van Caesar die straks de dolk in zijn beste vriend zal plaatsen. Niet uit haat of passie, maar voor het landsbelang. Nothing personal, strictly business, zoals de maffiosi zeggen. Derwig is vanuit de zaal niet waar te nemen, maar op een groot videoscherm is de twijfel en de kwelling in iedere rimpel van zijn voorhoofd te zien.

Op het Holland Festival brengt Toneelgroep Amsterdam Romeinse tragedies; een toneelmarathon waarin drie toneelstukken van William Shakespeare over het oude Rome achter elkaar worden gespeeld: Coriolanus, Julius Caesar en Antonius en Cleopatra. Regisseur Ivo van Hove doet er alles aan om er een modern evenement van te maken. Vijftien acteurs – vierendertig rollen – staan doorlopend op het grote podium en worden gevolgd door een batterij camera’s, die alles in close up tonen. Boven het podium hangt een lichtkrant waarop het laatste nieuws („Bloedbanken mogen homo’s weigeren”) en discussievragen van de bij de voorstelling behorende website: „Dragen de media ertoe bij dat burgers politici wantrouwen?”

Maar het wildste idee van dit circa zes uur durende evenement is dat het publiek de zaal uit mag lopen en het podium mag oplopen om in het decor te gaan zitten, of om aan de podiumbar verfrissingen te halen. Overal staan televisies, zodat je de handelingen kunt blijven volgen.

Tijdens een repetitie, nu twee weken geleden, is de verslaggever de eerste bezoeker die in het decor gaat zitten. Het zit niet zo lekker, de banken zijn laag en diep. En alleen tv kijken is ook onbevredigend. Bij de eerste voorstelling met publiek, afgelopen zaterdag, blijkt dat de toeschouwers toch te verlegen of te geboeid zijn om van de bewegingsvrijheid gebruik te maken. Maar aangezien de pauzeloze marathon om vier uur begint, zal de hongerige kijker op een geven moment wel móéten opstaan.

De acteurs zijn allemaal ietwat huiverig voor het rondlopen. Hans Kesting, die Marcus Antonius speelt: „Straks zit ik te mompelen bij het lichaam van Caesar: ‘Vergeef me, bloedend stukje aarde/ dat ik zo mak en vriendelijk met die slachters ben.’ En dan roept zo’n kerel aan de bar: „Henk, gehaktballetjes erbij?”

Van Hove: „Ik plaats de stukken op een politieke conferentie, waar altijd veel in- en uit gelopen wordt, waar media omheen hangen, waar de beslissingen in de wandelgangen worden genomen. Daarbij hoort een bezige sfeer. Als je wegloopt, mis je misschien een doorslaggevende monoloog of een geschiedenisbepalende moord, maar zo gaat het in de werkelijkheid ook.”

De repetitieruimte,

op een industrieterrein in het verre westen van Amsterdam, ziet er uit als een commandocentrum. Vóór het brede, diepe decor staat een indrukwekkende hoeveelheid apparatuur. Jacob Derwig (Brutus): „We begonnen met één regietafel, nu hebben we er zes.” De zes tafels staan vol computers, links heeft musicus Bl!ndman flink veel vierkante meters in beslag genomen met zijn instrumenten. Het lijkt alsof de zwerm creatives en technici straks een raket van de grond moet krijgen, in plaats van een toneelstuk.

Doordat de drie stukken achter elkaar zijn gezet, krijg je flink wat Romeinse geschiedenis mee. Coriolanus speelt in de begintijd van de Romeinse republiek. Hier botst een klassieke machthebber – iemand die de macht krijgt wegens verdiensten op het slagveld – met de opkomst van de volkspoliticus. Caesar en Antonius en Cleopatra gaan over de nadagen van de republiek. Met de hulp van volk en leger trekken generaals de macht naar zich toe. Alle drie zijn het soldaten die ineens moeten gaan praten. Alle oude politici moeten wijken voor een nieuw soort, gepersonifieerd door Octavianus, de latere keizer Augustus, die de laatste restjes republiek opveegt.

Regisseur Van Hove: „Augustus is de homo novus, de nieuwe politicus die het Romeinse rijk leidt als een manager. Voor romantische helden en robuuste vechtjassen als Antonius is geen ruimte meer.”

De Amerikaanse politiek is duidelijk aanwezig in de vormgeving van scenograaf Jan Versweyveld. De mannen in grijze pakken die zich door het bruingrijs gestoffeerde, neo-seventies vergaderoord bewegen, zijn op de Amerikaanse werkelijkheid gebaseerd. Door belichting en subtiele kleurmanipulatie ziet vooral de beelden van videokunstenaar Tal Yarden er erg Amerikaans uit. Derwig: „Ik moest steeds aan tv denken, vooral aan de Amerikaanse misdaadserie 24. Ook omdat het steeds over machtsgrepen gaat.”

De keuze voor Amerikaanse

vormen ligt voor de hand. Sinds de stichting van de Verenigde Staten, twee eeuwen geleden, vergelijkt die republiek zichzelf graag met het oude Rome. Toen ging het vooral om de Romeinse republikeinse idealen en de Romeinse termen: het capitool, de senaat. De Amerikaanse republiek vormde een City Upon the Hill, een democratisch voorbeeld voor de rest van de wereld. In de vorige eeuw is daar een negatievere connotatie bijgekomen: die van de onoverwinnelijke grootmacht, al dan niet in verval, die zijn wil en zijn cultuur oplegt aan de wereld.

Een belangrijke rol in de trilogie is weggelegd voor de retorica, de redenaarskunst, de kunst van het overtuigen. Doorlopend staan de Romeinen met elkaar te redetwisten, of elkaar over te halen. Shakespeares hele oeuvre is een hoogtepunt van zestiende-eeuwse Elizabethaanse retorica, die weer gebaseerd was op de Griekse en Romeinse retorica. Hij levert dan ook voorbeeldige speeches, met als gedenkwaardigste de grafrede van Antonius bij het lijk van Caesar. Met briljante trucs weet Antonius het Romeinse volk tegen de moordenaars van Caesar op te zetten. Terugkerende mokerslag is de zin: „Want Brutus is een zeer gerespecteerd man.”

De eerste keer dat Hans Kesting de grafrede repeteert, breekt hij met alle politieke conventies. Als een niet te stoppen storm komt hij vanachter de spreekstoel vandaan, werpt zijn microfoon weg, gaat op de grond zitten, loopt het publiek in, en beent zo snel rond dat de cameraman hem niet kan volgen. Hij vliegt Brutus aan. Hij fluistert, hij schreeuwt, hij sleept met het lijk van Caesar.

Kesting: „De grafrede is zo effectief, dat het lijkt alsof Antonius alles zorgvuldig heeft voorbereid. Maar ik denk dat hij het allemaal op het moment zelf bedenkt. Dat is in ieder geval spannender om te spelen. Antonius is niet naïef, hij is zich bewust van de kracht van zijn woorden, maar hij is niet berekenend, niet uit op effectbejag. Hij spreekt recht uit zijn hart. Volgens Plutarchus, de klassieke historicus op wie Shakespeare zich baseerde, was Antonius een man die van feesten hield, van mannen en van vrouwen. Hij is een strijder, een generaal, geen politicus. De politicus in hem wordt pas geboren op het moment dat hij het volk toespreekt. Of misschien iets eerder, als hij Caesar dood ziet liggen.”

Hugo Koolschijn, die

Caesar speelt, ligt dood op het toneel. Koolschijn heeft een kaal hoofd, een pak aan, en zijn leren schoenzolen zijn naar de kijker gericht. Slachtoffer van een politieke moord die het volk diep heeft geschokt. Waarschijnlijk gepleegd met het oogmerk om de democratie te redden van een man die zich mogelijk tot tiran zou ontwikkelen.

De geest van Pim Fortuyn dwarrelt vooral door de voorstelling omdat die gaat over outsiders die de politiek binnendringen, en over de politieke afhankelijkheid van de volksgunst. Generaal Coriolanus is zo’n outsider, maar hij is veel te bot, rechtlijnig en eerlijk voor een politicus. Hij steekt zijn minachting voor het volk niet onder stoelen of banken. Dat kost hem de kop. Caesar en Antonius zijn ook veldheren die politici worden, maar zij weten het volk wel aan zich te binden.

Tegenover Antonius plaatst Shakespeare Brutus, een raspoliticus, een technocraat. Een man die „uit het hart spreken” juist niet relevant vindt. Een toegewijd stoïcijn bovendien: emoties moet je vooral ondergeschikt maken aan de koel redenerende geest. Boven alles gaat voor Brutus het belang van de republiek, die Van Hove voor het gemak, en voor de actualisering, gelijkstelt met „de democratie”.

Van Hove: „Antonius verhoudt zich tot Brutus als Pim Fortuyn tot Ad Melkert, zij het dat Antonius geen populist is, wel een machiavellist. Terwijl Brutus juist een idealist is. Brutus is écht een ‘zeer respectabele man’. Brutus is onkreukbaar. Maar ook iemand met een stugge, orthodoxe kant, een twijfelaar bovendien. Hij maakt één vergissing: hij onderschat Antonius.”

Jacob Derwig, die Brutus speelt: „Het is een Hamlet-achtige rol. Vooral de nacht voor de moord is Brutus typisch Hamlet: al die twijfel, al die redeneringen die rondjes draaien in zijn hoofd. Hamlet en Brutus moeten zich naar een moord toe redeneren waar ze eigenlijk geen zin in hebben. Net als Hamlet maakt Brutus de kapitale fout dat hij het in zijn eentje wil oplossen.”

Van Hove: „Ter inspiratie hebben we goed gekeken naar The War Room van Pennebaker, een documentaire over de verkiezingscampagne van voormalig president Bill Clinton, en naar De Wouter Tapes, over de campagne van PvdA-leider Wouter Bos. De politicus in informele setting, de politicus achter de schermen. Om de volksgunst te winnen en behouden, moeten politici zich tegenwoordig van hun menselijke kant laten zien. Ze moeten hun privémomenten tonen. Maar die Wouter Tapes tonen ook het gevaar van die openheid. Moet je een twijfelende leider wel aan het publiek tonen? Wil het publiek dat wel zien?”

Wederom dringt zich de vergelijking op met de Verenigde Staten, waar presidenten bij voorkeur ver van Washington opgroeien, het liefst in het Zuiden. Het thema van de binnendringer doet ook denken aan de opkomst van de Europese populisten als Berlusconi.

Sinds de aanslagen in de VS van 11 september 2001 is politieke kunst weer helemaal en vogue. Deze editie van het Holland Festival, met als thema ‘Oppression and Compassion’, wordt gedomineerd door het politiek theater. Romeinse Tragedies past daar goed in, maar is anders, minder expliciet. Het gaat noch over de ‘War on Terror’ noch over een ander actueel krantenonderwerp. Van Hove is ook geen typische politiek theatermaker, hij is meer thuis in de liefde en de familie. Woede over misstanden is geen drijfveer voor hem en hij denkt opmerkelijk vriendelijk over politici.

Van Hove: „Mijn leidraad

is Hannah Arendts essay Was ist Politik? Daarin schrijft ze dat politiek en waarheid nooit samen kunnen gaan. Niet om de gebruikelijke reden, dat politici nu eenmaal graag de boel zouden bedriegen, maar omdat politiek gaat over de maakbare samenleving. Waarheid is onwrikbaar, en politici willen graag wrikken, de samenleving veranderen. Bovendien bestaat politiek bij de gratie van het compromis: een wankel evenwicht tussen verschillende waarheden.”

Geen politicus is volgens Van Hove alleen maar machtspoliticus. „Iedere politicus handelt uit een diep geloof in de mensheid en de vooruitgang. Anders begin je er niet aan. Ik wil niet de geijkte cynische politieke voorstelling maken over politici als doortrapte boeven. Dat zou een te mager uitgangspunt zijn voor een voorstelling van zes uur. Bovendien is het te gemakkelijk. Ik wil geen moralist zijn, ik wil een subversief regisseur zijn.”

Van Hove gelooft dat politici weliswaar niet precies de waarheid kunnen volgen, maar dat ze wel oprecht zijn. „Als de Britse premier Blair zegt dat hij écht dacht dat Saddam Hoessein massavernietigingswapens had, dan geloof ik hem. Ik denk wel dat hij is misleid, of zichzelf heeft misleid, en ik wil niet zeggen dat het dús goed was om Irak binnen te vallen – integendeel. Maar als je Bush en Blair wil doorgronden, moet je kijken naar hun oprechte idealisme. Goede bedoelingen zijn overigens geen garantie voor goede daden. Politici zijn gewoon mensen, en die falen.”

Volgens van Hove biedt Shakespeare een open, onbevooroordeelde blik op zijn politieke personages. „Opmerkelijk genoeg zitten er geen slechte mensen in deze stukken. Shakespeare toont de politieke machine, maar oordeelt niet. De samenzweerders die Caesar vermoorden, zijn oprecht in hun bedoelingen. Ze willen de republiek redden van een dictator in opkomst. Dat verklaart waarom Brutus meedoet aan de moord op zijn beste vriend. Hij stelt het landsbelang boven zijn eigen belang.”

Politiek is volgens Van Hove ook een vreedzaam alternatief voor oorlog. Toch komen er nogal wat oorlogen langs in deze marathon. Van Hove: „Ja, maar er zit wel verloop in. Corolianus is het stuk van de actie, Julius Caesar is het stuk van de gedachte, en Cleopatra is het stuk van het hart.”

Bij optimist Van Hove overwint langzaam de rede. Voor die moord schakelen de samenzweerders hun gevoel uit: het is een politieke moord, een eindpunt van een redenering, niet van rancune of andere emoties. Van Hove: „Politiek gaat daarover: het beheersen van de emoties, een redelijk en vreedzaam uitweg bieden uit de spiraal van geweld. Dat de Romeinen elkaar toch weer in de haren vliegen, doet niet af aan de oprechtheid van hun pogingen.”

Première 17 juni Stadsschouwburg Amsterdam. Aldaar t/m 26 aug. T/m 30 sept in Amsterdam en Eindhoven, doordeweeks in losse delen, in het weekden als marathon. Inl. 020-6242311 of www.toneelgroepamsterdam.nl.