12. zet een vissenkom neer

Marinus (70) en Diny (66) Gremmen pachten de wc’s op het NS-station in Nijmegen.

Bij de wastafels hebben ze vazen met kunstbloemen neergezet en beeldjes van vrouwen met een kaars op hun hoofd. Er is een fonteintje met een kabouter en een aquarium met sluierstaartvissen. Er hangen kooien met fluitende nepvogeltjes.

Marinus: „Ik was kok in het Radboud Ziekenhuis en toen ik met pensioen ging, zijn we dit gaan doen. Het is een mooie bijverdienste bij de AOW.”

Diny: „Ik zat al in de schoonmaak. Voor mij was het gemakkelijk.”

Marinus: „Driehonderd mensen op een dag, maal vijftig cent. Daar gaat dan nog wel de pacht van af en 19 procent BTW.”

Diny: „In het begin was het hier zo kil en zo zakelijk, met al die witte tegels. Ik dacht: ik moet iets doen om het gezellig te maken. Het is beetje ons thuis hier hè.”

Marinus: „Het begon met een vissenkom.”

Diny: „En toen dat rotan tafeltje. Het stond op zolder, ik zag er niks van. Ik dacht: het kan net zo goed hier staan. Daarna kwamen die beeldjes.”

Marinus: „Mensen kijken negatief tegen de wc aan hè. Maar als ze eenmaal hier zijn geweest, dan is dat anders. Dan zijn ze positief over de wc.”

Diny: „Ons voordeel is dat hier veel studenten wonen. Die gaan in het weekend naar huis en dan vertellen ze dat het hier zo gezellig is. De volgende keer komen hun ouders ook.”

Marinus: „Je praat met de mensen. Je zegt: goedemorgen jongeman, tot ziens jongedame.”

Diny: „Wij hebben geen sponsor, zoals de dame van de wc’s op Den Haag Holland Spoor. Die zit naast een bloemenzaak waar haar schoondochter in zit. Die geeft haar bloemen.”