10. leer luisteren

Dick Voordewind (70) is dominee. Hij woont in Ede. Van oorsprong is hij een vrijgevochten, Friese doorzetter.

„Ik wist vanaf mijn zevende dat ik dominee wilde worden. Ik zat met mijn moeder in de kerk in het dorp, ik zag die dominee in zijn zwarte toga en ik dacht: dat wil ik ook. Het was een gevoel. En tot op de dag van vandaag weet ik dat ik op het juiste spoor zit. Ik weet: ik ben in het leven gekomen om deze taak te vervullen. En ik ben elke dag blij dat dit mijn werk is: meeleven met andere mensen.

„Ik kom uit de Friese Wouden. Uit Wijnjewoude. Mijn ouders waren eenvoudige mensen. Dat zeiden ze zelf ook altijd. ‘Wij zijn maar gewoon arbeidersmensen’, zei mijn moeder. Of: ‘Wij zijn maar gewone gelovigen.’ Mijn moeder had een groot, innerlijk geloof. Mijn vaders geloof was meer naar buiten gericht. Hij wond zich op over onrecht. Dat de grote boeren met een hoed naar de gereformeerde kerk gingen en de arbeiders met een pet op naar de hervormde kerk. Mijn vader weigerde zich te onderwerpen. Hij ging alleen naar de kerk om daar de kachel aan te doen. ‘Voor de gewone mensen’, zei hij dan. Hij bleef niet voor de preek. Die wilde hij niet horen. Naar mijn preken kwam hij later wel luisteren.

„Ik ben van 1937. Toen ik vijf was, werd mijn vader opgepakt. We hadden onderduikers. Hij zei tegen de Duitsers die hem kwamen halen: ‘Jullie kunnen mij beter nu neerschieten. Ik kom toch niet terug.’ Maar ze namen hem mee – en hij kwam wél terug. Hij kwam terug uit Dachau. Dat was een wonder.

„In die tijd ging iemand uit zo’n gezin hooguit naar de ambachtschool. Maar ik ging naar de mulo. En daarna naar het gymnasium. Want onze dominee had gezegd dat als ik het werk wilde doen dat hij deed, ik nog wel even door moest leren. In het dorp vonden ze dat ik het hoog in de bol had. Een arbeider hoort te werken. De mensen vroegen: ‘Wat docht jimme Durk doch yn Drachten?’, wat doet jullie Dick toch in Drachten? Mijn moeder kon het woord gymnasium niet onthouden. Dus zei zij: ‘Hy sit op ien hiele heeche skoalle’, hij zit op een hele hoge school.

„Mijn vader was trots op mij. Ik herinner me dat ik een keer ’s avonds in de huiskamer zat, de enige kamer waar een kachel stond. Ik zat te leren bij het licht van de petroleumlamp. Er was visite en ze vroegen mijn ouders weer eens wat ik toch aan het doen was. Mijn vader zei toen: ‘Deze jongen weet meer dan wij allemaal.’

„Hij was een man van weinig woorden. Vlak voor zijn dood riep hij mij bij zich. Hij zei: ‘Wat jij nu geworden bent, had ik ook graag gewild. Maar dat kon niet.’ Dat heeft een enorme indruk op mij gemaakt. Misschien, denk ik sindsdien, heb ik dat onbewust geweten toen ik bedacht dat ik dominee wilde worden.

„Het was niet moeilijk om dat door te zetten, hoor. Ik hield van leren. Ik las alles. Toen ik nog geen twaalf was, had ik al de hele geschiedenis van de hervormde kerk gelezen. Ik had een doel: die kant wil ik op. En als dominee wist ik ook wat ik wilde. Ik ben altijd in de randgebieden gebleven. Ik heb zwerfjongeren en drugsverslaafden opgevangen. Ik ben gevangenisdominee geweest en legerdominee. Het meeste heb ik buiten de kerk om gedaan. En nog. Ik geef cursussen en lezingen aan mensen die wel gelovig zijn, maar niet kerkelijk. Daar verzorg ik ook uitvaarten en huwelijksplechtigheden voor. De dominee van de niet-kerkelijken noemen ze me hier.

„Met mijn werk probeer ik, héél bescheiden, in de voetsporen te treden van Jezus. Ik probeer mensen te laten voelen dat ze de moeite waard zijn. Ik leg geen nadruk op hun zondigheid, maar op het goede. In ieder mens zit iets goeds. Dat zoek ik, altijd. In de gevangenis vroeg ik een keer aan een moordenaar: ‘Kun je nou niks anders dan iemand doodsteken?’ Hij was even stil. Toen zei hij: ‘Ja, motorcrossen.’ Ik zei: ‘Nou, zie je, dat is iets goeds. Dat zit óók in jou.’

„Ik oordeel niet. Ik luister alleen maar. Maar je kunt alleen luisteren als je mensen de moeite waard vindt en geen oordeel over ze hebt. Het geloof heeft dat oordeel uit mij weggenomen. En ik voel me daar heel goed bij. Dat kun je denk ik wel gelukkig zijn noemen. Ik ben gelukkig met mijn werk, elke dag opnieuw. Ik heb doorgezet wat ik wilde. En nu ben ik dankbaar voor wat het leven mij heeft gebracht.”

Lees het weblog van dominee Dick Voordewind op www.hourofinspiration.nl