Levende vogelverschrikkers

Het is kersentijd. De levende vogelverschrikkers hebben ineen boomgaard in Cothen hun posities weer ingenomen.

Op een hoogte van dertien meter spelen de scholieren Thomas en Thijmen dagelijks voor vogelverschrikker. Foto Walter Herfst Cothen juni 2007 Vogels worden verjaagd uit een kersen boomgaard door een systeem van touwen met blikken die vanuit een toren worden bewogen. Foto: Walter Herfst tuinbouw fruitteelt fruitbomen boomgaarden heuen in de kersenboomgaard vogels verjagen
Op een hoogte van dertien meter spelen de scholieren Thomas en Thijmen dagelijks voor vogelverschrikker. Foto Walter Herfst Cothen juni 2007 Vogels worden verjaagd uit een kersen boomgaard door een systeem van touwen met blikken die vanuit een toren worden bewogen. Foto: Walter Herfst tuinbouw fruitteelt fruitbomen boomgaarden heuen in de kersenboomgaard vogels verjagen Herfst, Walter

„Heb je hoogtevrees? Ik wel. Niet naar beneden kijken”, adviseert Thomas Roosendaal (16). Thomas is vogelverschrikker. Niet dat hij er zo uitziet, met zijn blauwe ogen, blonde haren en vriendelijke gezicht. Maar ondanks zijn hoogtevrees (‘het went’) klimt hij elke dag verschillende keren op de toren in de Cothense kersenboomgaard van Theo Vernooy om de vogels te verjagen. Een smal laddertje leidt naar een stalen kooistellage, die op dertien meter hoogte eindigt in een bak van zo’n anderhalve vierkante meter. Vanaf de reling is een web van 25 lichtblauwe koorden over de boomgaard gespannen. Aan het uiteinde zitten blikken met wat kiezelstenen. Van half zeven ’s ochtends tot half acht ’s avonds staat hier een vogelverschrikker, in de Kromme Rijnstreek ‘heuer’ genoemd, aan de koorden te trekken. Een luid gerammel cirkelt door de boomgaard, hier en daar vliegt een vogel op.

Spreeuwen, lijsters, merels, ze zijn dol op kersen. „Als we een paar dagen niet heuen, is de boomgaard helemaal leeggevreten”, zegt Theo Vernooy. Vooral spreeuwen zijn een plaag. „Die duiken soms met honderden tegelijk in een boom.” In een half uur kunnen ze een enorme ravage aanrichten. Ze pikken alle kersen aan en laten een kleverige massa achter. Lang niet alle bomen zijn voorzien van blikken. Daarom staat in de kersentijd niet alleen een vogelverjager in de uitkijktoren, maar loopt er ook een rond met een grote rammelaar. Vaak scholieren na hun eindexamen, zoals Thomas en Thijmen Deenekemp (16) of, als die zich niet aandienen, Polen. Na schooltijd worden ze steevast afgewisseld door scholieren die zich met verwachtingsvolle blik melden.

Om beurten staan Thomas en Thijmen in de toren en beneden tussen de bomen. Thijmen ziet ‘zeker niet’ alle vogels. „Daar zit er een”, wijst hij vanuit de toren, „maar ik kan er niet bij.” Thomas is, zo te horen, aan de andere kant van de boomgaard. Het is hun eerste jaar als heuer. De eerste dag leverde spierpijn en blaren op, nu trekken ze als volleerde heuers, mét handschoenen, aan de gerafelde koorden. „Je moet goed opletten waar de vogels vandaan komen en hoe ze aanvliegen”, zegt Thomas. „Vaak schuilen ze in die bomen.” Hij wijst op een rij bomen langs de weg. „Een half uur geleden was het heel druk, kwamen ze steeds met twintig, dertig tegelijk.”

Behalve levende vogelverschrikkers zetten kersentelers ook allerlei andere middelen in om de vogels uit hun hoogstamboomgaarden weg te houden. „Afwisseling is heel belangrijk”, zegt Theo Vernooy. „Sta je de hele dag onder een boom te rammelen, dan gaan ze er toch in zitten.” Dus zet hij af en toe een versterker neer die snerpend hard angstkreten van vogels laat horen, of een apparaat dat ultrasone geluiden produceert. In de loop van de middag wappert ineens een gele slurf tussen de kersenbomen omhoog, weer een andere troef.

Bij de laagstamboomgaarden, waar Vernooy er ook verschillende van heeft, is het met netten en overkappingen veel makkelijker om de vogels weg te houden.

„Thijmen!”, schreeuwt Thomas naar boven. „Er zit hier een nestje in een boom.” „Jaag ze weg dan!” roept Thijmen terug. „Nee! Het zijn geen spreeuwen!” „Wat dan?” „Weet ik niet, ik heb geen verstand van vogels.” Thijmen ook niet. Hij weet dat er behalve ‘veel mussen’ heel wat „mussen met gele buikjes” rondvliegen. Waarschijnlijk doelt hij op vinken of koolmezen. Hij trekt aan een paar koorden. Meteen vliegen een paar merels op.

Al begint na een week de verveling soms toe te slaan, Thomas en Thijmen vinden het een mooi vakantiebaantje. Thomas: „Beter dan thuis op de bank zitten, en je verdient wat, 3,25 euro netto per uur. Als het lekker weer is, is het helemaal leuk, zeker op de toren. Mooi uitzicht en je ziet de vogels aankomen.” Hij heeft er lol in hen te slim af te zijn. „Grappig”, zegt hij, „je ziet ze schrikken. Net als ze willen landen, pak je zo’n touw en vliegen ze weer omhoog.”

Een stuk of tien vogels cirkelen wat rond, maar ze wagen zich niet in de buurt van de herrie. Verderop in een heg strijken ze neer. Ze wachten hun kans af.