Hij stal een fiets én was zwart

Een fietsendief stak in Rotterdam een jongen dood.

Over de precieze toedracht lopen de meningen uiteen. „Hij kwam helaas in het mes terecht.”

Bloemen op de plek waar vorige week een 18-jarige jongen werd doodgestoken Foto Bas Czerwinski 13-06-2007, ROTTERDAM. PERSOONSHAVEN. FOTO BAS CZERWINSKI
Bloemen op de plek waar vorige week een 18-jarige jongen werd doodgestoken Foto Bas Czerwinski 13-06-2007, ROTTERDAM. PERSOONSHAVEN. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

In een bushokje in de Persoonshaven steken de Turks-Nederlandse vrienden van de vorige week donderdag doodgestoken Rahman Ali de ene sigaret na de andere aan.

Eerder op de dag hebben zij voorgoed afscheid genomen van de 18-jarige Rahman. Eerst in het uitvaartcentrum aan de Boezemsingel, vervolgens in de Turkse moskee aan de Oranjeboomstraat.

Het was, zeggen ze, een loodzware dag. Dat de dader zichzelf twee dagen eerder heeft aangegeven en heeft bekend, verzacht hun leed niet. Gisteren is hun vriend begraven in Turkije.

Praten over de dodelijke steekpartij kost moeite. Zeker als de vraag luidt wat de ware toedracht is van het drama, dat zich die donderdagavond omstreeks half tien heeft voltrokken, vlakbij de Nieuwe Maas, in de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord. „Weet je dat dan niet?”, bitst de jongste van de twee.

Het is volgens hem precies zoals „overal in de krant” heeft gestaan. „Die zwarte gek begon onmiddellijk te steken, nadat wij hem hadden aangesproken op die gestolen fiets.” Vraag maar aan Ali’s jongere broer. Die staat inmiddels ook bij het bushokje, vergezeld door zeven vrienden. „Rahman heeft zijn leven gegeven”, zegt hij. „Hij wilde problemen voorkomen, en is ertussen gesprongen.” En, wijzend op de naar de grond starende jongen naast hem: „Rahman heeft zijn leven gered.”

Ook burgemeester Ivo Opstelten (VVD) meent dat Ali het slachtoffer is van zinloos geweld, zoals dat eerder Joes Kloppenburg (1996, Amsterdam), Meindert Tjoelker (1997, Leeuwarden) en René Steegmans (2002, Venlo) overkwam. „Gedood worden omdat je iemand aanspreekt op zijn foute gedrag, onaanvaardbaar”, schrijft de burgemeester in een brief aan de leden van de gemeentelijke veiligheidscommissie.

Toch wijkt zijn lezing van het steekincident af van die van Ali’s vrienden. Volgens Opstelten stond de dader de gestolen fiets af en wilde hij weglopen. „De jongens gaven toen aan dat dit niet zomaar kon en wilden hem aangeven bij de politie. Daarop stak de man het slachtoffer neer en vluchtte hij.

Maar die versie is volgens advocaat Greg Stolk „wel heel erg kort door de bocht”. Zijn cliënt, de 18-jarige Romano L., stond de fiets inderdaad af, maar werd vervolgens „door vijf Turkse jongens geslagen en geschopt, waarna hij zich gedwongen zag zijn mes te trekken”. Het slachtoffer „besprong mijn cliënt vanuit het niets, en kwam zo helaas in het mes terecht”.

Van kwade opzet was dan ook geen sprake, stelt Stolk. Zijn cliënt, van Surinaamse afkomst, verdedigde zich slechts na „ernstig in het nauw te zijn gedreven en daarbij fysiek zwaar te zijn bedreigd”. Racistische motieven zouden daarbij een rol hebben gespeeld, stelt Stolk. „Romano heeft mij exact hetzelfde verhaal verteld dat ik later in een van de kranten teruglas: dat een van die jongens hem toe had gebeten dat „Turken het niet accepteren dat negers iets van ze pikken”.

Zijn er spanningen tussen de Turkse en Surinaams-Antilliaanse gemeenschap in Feijenoord? Volgens Ali’s vrienden is daar geen sprake van. Kijk maar naar de twee Surinaamse meisjes die even verderop bij de bloemenzee hun vriend een laatste groet brengen. Een oudere, autochtone bewoonster van de Persoonshaven onderschrijft die woorden even later. „Het ging hier, tot voor kort, juist weer hartstikke goed.”

Jeugd- en opbouwwerkers in de Rotterdamse achterstandswijk zijn weinig mededeelzaam. Ze bellen niet terug. Of ze zeggen van niets te weten. En de afdeling voorlichting van de deelgemeente adviseert om de politie te bellen. „Die weten precies hoe het zit.” Maar ‘in het belang van het onderzoek’ doet ook de politie weinig mededelingen. Vijftien rechercheurs zijn ingezet. „We doen ons best de waarheid te achterhalen”, zegt een woordvoerder.

Zaterdag liet diezelfde Rotterdamse politie in een persverklaring weten de dader op het spoor te zijn. Maar was dat wel zo? Was die mededeling niet slechts bedoeld om eventuele wraaklustige vrienden en betrokkenen in te tomen? De woordvoerder reageert behoedzaam. Op dicteersnelheid: „Met het oog op zowel het onderzoek als de nabestaanden kan het soms handig zijn om duidelijk te maken dat je de dader bijna te pakken hebt.”

Uiteindelijk meldde de dader zich zelf bij de politie, ruim 24 uur later. Hij kwam naar het bureau uit wroeging, maar ook uit angst voor represailles, stelt advocaat Stolk. „Al vrij snel na het ongeval signaleerde mijn cliënt een verhoogde concentratie auto’s met Turken erin voor zijn huis. Hij kon zichzelf niet eens aangeven.” En nee, zijn cliënt was niet net een week op vrije voeten, zoals De Telegraaf meldde, bezweert Stolk. „Wij hebben hem in september juridisch bijgestaan in een strafzaak. Ik moet nog even kijken waarvoor. Maar sindsdien ging het goed met hem.”

Dat de verdachte een mes op zak had, is volgens Stolk te wijten aan de gewelddadige dood van diens oudere broer, die drie maanden geleden na een drugsruzie werd geliquideerd op vrijwel dezelfde plek. „Sommige mensen zoeken hun toevlucht tot de slijterij, een ander pakt een mes.”

Op de geïmproviseerde herdenkingsplek lezen twee Surinaams-Nederlandse meisjes de teksten op de rouwkaarten.