Nieuwe aanslag Gouden Moskee

Rebellen hebben vanochtend de twee minaretten opgeblazen van de Gouden Moskee in Samarra, een van de belangrijkste shi’itische heiligdommen in Irak. Een aanslag op de gouden koepel van de moskee ontketende vorig jaar februari grootschalig sektarisch geweld dat nog steeds woedt. Een hoge Iraakse functionaris noemde de nieuwe aanslag „erg slecht nieuws”.

De hoogste shi’itische geestelijk leider, grootayatollah Ali Sistani, drong er direct bij de shi’ieten op aan zich van vergelding te onthouden. Premier Maliki verzocht het Amerikaanse leger versterkingen te sturen naar Samarra, een sunnitische stad 120 kilometer ten noorden van Bagdad, en de paraatheid in de hoofdstad op te voeren om een nieuwe golf van geweld te voorkomen. De shi’itische geestelijke Muqtada Sadr, wiens militie voor veel van het sektarisch geweld na de eerste aanslag verantwoordelijk is, riep op tot vreedzame demonstraties. In Bagdad en in Samarra is een uitgaansverbod afgekondigd.

Twee zware bomexplosies verwoestten de twee gouden minaretten van de moskee, waar volgens het shi’itische geloof de twaalfde en laatste imam in 874 is verdwenen. Het heiligdom werd sinds de vorige aanslag door de veiligheidsdiensten van het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken bewaakt. Het is niet duidelijk hoe de bommenleggers binnen zijn gekomen. Volgens een getuige had gisteren net een nieuwe eenheid uit Bagdad de oude afgelost, wat tot onderling ongenoegen had geleid. De koepel van de moskee is overigens nog niet gereconstrueerd.

Volgens een medewerker van premier Maliki is de aanslag waarschijnlijk het werk van Al-Qaeda-in-Irak, dat onlangs in Samarra zou zijn geïnfiltreerd. Maar de overwegend shi’itische regering wijst altijd naar Al-Qaeda, en het is ook mogelijk dat andere sunnitische extremisten verantwoordelijk zijn. (Reuters, AFP, AP)