Math metal, wiskunde als muziek

Metal staat niet bekend om experimenteerdrift.

Toch bloeit de laatste jaren een wiskundige stroming op: de math metal – bijvoorbeeld bij een band in Etten-Leur.

Vier van de zes bandleden van metalband Textures, Jochem Jacobs, Eric Kalsbeek, Bart Hennephof en Dennis Aarts, bestuderen een schema met de ‘A4-mat-riff’. Foto Joyce van Belkom Nederland, Etten Leur, 09-06-2007 vlnr Jochem Jacobs, Eric Kalsbeek, Bart Hennephof en Dennis Aarts van de Mathmetalband Textures luistert in de studio naar de repetities van nummers voor het nieuwe album. Op het schoolbord worden de schema's van de nummers opgeschreven. Foto: Joyce van Belkom repetities popmuziek
Vier van de zes bandleden van metalband Textures, Jochem Jacobs, Eric Kalsbeek, Bart Hennephof en Dennis Aarts, bestuderen een schema met de ‘A4-mat-riff’. Foto Joyce van Belkom Nederland, Etten Leur, 09-06-2007 vlnr Jochem Jacobs, Eric Kalsbeek, Bart Hennephof en Dennis Aarts van de Mathmetalband Textures luistert in de studio naar de repetities van nummers voor het nieuwe album. Op het schoolbord worden de schema's van de nummers opgeschreven. Foto: Joyce van Belkom repetities popmuziek Belkom, Joyce van

„A? Welke A?”

„De A4-mat-riff! Die van tau-da-dukkidi-tau-da. Je weet wel, die 5/8.”

„Welnee man, da’s gewoon een vierkwartsmaat.”

„Ja, hèhè. Als je doortelt, wordt alles vierkwarts.”

„Het is een zeskwart.”

„Moet er niet gewoon een simpele festival-riff in?”

„Luister. We zitten nu bij A en moeten nog naar D. Zo wordt het te veel.”

„Misschien moeten we het even laten rusten.”

Er wordt meer gepraat dan gespeeld in de repetitieruimte van de Nederlandse metalband Textures, te Etten-Leur. Vanavond staat een soepele overgang naar de zogeheten A4-mat-riff ter discussie. Zes bandleden staren afwisselend naar elkaar en naar een oud schoolbord. Daarop is een onnavolgbaar schema uitgeschreven. Stef Broks staat op van zijn drumkruk en veegt één regel weg. Op die plaats krijt hij: 121’2121’212’121. De rest van de band kijkt begrijpend. Behalve gitarist Bart Hennephof. „Het gaat zó!” Hij klapt in zijn handen en begint te zingen: „Tau-da-dukkidi-tau-da.”

„Oh, is dat alles?”

„Nu alleen nog even leren spelen.”

„Je krijgt nog één kans om te luisteren. Dan moet je hem kunnen.”

„Zullen we dan maar?”

„Ik snap er geen hol van.”

„Het is gewoon hoofdrekenen.”

‘Polyritmische metal madness’ maakt Textures naar eigen zeggen. Het is een omschrijving voor het subgenre dat de afgelopen jaren binnen de heavy metal is opgebloeid. Andere termen: metal core, math core, math metal, of gewoon in goed Nederlands: wiskundemetal.

Een van de belangrijkste vertolkers van het moment, de Amerikaanse band Mastodon, staat dit weekend op het tweedaagse metalfestival Fields of Rock, in Biddinghuizen, en een week later op de Belgische Fields of Rock-variant: de driedaagse ‘Metal Meeting’ Graspop, in Dessel. Daar zal ook Textures aantreden.

Math metal dankt zijn naam aan de gecompliceerdheid van de composities. In het genre zijn doorgaans wél ontelbare ritmes en schijnbaar onmogelijke tempowisselingen te ontdekken, maar nauwelijks coupletten, bruggen of refreinen. Techniek gaat voor het luistergenot. Muzikale perfectie is belangrijker dan een pakkende melodie. En het belang om onverenigbare maatsoorten toch te verenigen weegt zwaarder dan het gemak waarmee het publiek moet kunnen headbangen. Als heavy metal meetkunde zou zijn, was math core de driehoek van Escher. Het kan niet, maar je hoort het toch.

Een van de grondleggers van het genre, The Dillinger Escape Plan uit New Jersey, vernoemt zich naar een beroemde bankovervaller. De muziek is de perfecte soundtrack voor de chaotische vluchtroute van een gangster met de politie op de hielen. Nergens rechttoe rechtaan, maar Voortdurend steeg in, hek over, dak op, regenpijp af. Om dergelijke experimenteerdriften staat metal niet bepaald bekend. En muziek die zoveel inspanning van de luisteraar vergt, lijkt ook commercieel niet interessant. Textures-gitarist Jochem Jacobs: „Onze manager vraagt soms of het wat toegankelijker kan. Maar daar is geen discussie over mogelijk.”

Toch zien The Dillinger Escape Plan en andere pioniers als het Zweedse Meshuggah en het Amerikaanse Converge fans, verkoopcijfers én invloed groeien. De definitieve doorbraak werd vorig jaar beleefd door Mastodon. Hun derde album Blood Mountain eindigde niet alleen bovenaan in lijstjes van toonaangevende metalbladen als Kerrang! en Metal Hammer, maar haalde ook de toptien van het jaaroverzicht in Rolling Stone en scoorde daarmee hoger dan het debuut van Arctic Monkeys.

Inmiddels lijken ook de mainstream bands, te worden beïnvloed. Machine Head, ook te zien op Fields of Rock, bracht onlangs The Blackening uit. Nummers van tien minuten zijn er eerder regel dan uitzondering.

„De structuur bleef maar veranderen”, zegt zanger-gitarist Robb Flynn, aan de telefoon vanuit een Ierse concertzaal. En zolang het eindresultaat niet eentonig klinkt, zegt hij, maakt de lengte niet uit. „Ik ken genoeg bands waarvan de four minute songs juist tien minuten lijken te duren.”

Maar bij Machine Head moet de balans niet te ver naar technische verfijning doorslaan, vindt hij. „Af en toe moet het gewoon beuken. Je mag de kracht van fucking crushing breakdown-riff nooit onderschatten.” En hoe goed hij Mastodon ook vindt, zegt Flynn, „het progressieve werk waar ik vooral naar luister zijn de eerste platen van Rush.” Toch is die band – en ook de vroege Genesis – van het soort dat voorheen werd verketterd maar door de huidige generatie wordt omarmd. Drummers laten zich leiden door ritmepatronen uit de free jazz en fusion.

In Etten-Leur vindt hij het na weer een mislukte poging tijd voor een noodgreep: „Effe de riffbak doorrossen.” Dat is een grote mp3-speler met daarin alle ongebruikte riffs. Die voorraad blijft groeien. Voor iedere repetitie (vrijdag- en zaterdagavond tussen acht en één) moeten bandleden thuis opgenomen „digitale schetsen” op de Textures-server plaatsen. Het „huiswerk” hoort erbij, zegt zanger Eric Kalsbeek, net als „de opgefokte stemming”. In november willen ze namelijk weer de studio in. „Ik hoop dat we het halen.”

De oordoppen gaan uit en in sneltreinvaart wordt er langs riffs gezapt met namen als Andijviestamp of Eendjes lusten er wel pap van. „Zo onthoud je het beter dan nummer 484 en 485.”

De keuze valt op de Michael Jackson-riff. Oordoppen weer in. Spelen maar.

„Waarom doe je dat nu zó?”

„Het is juist cool als het tempo niet klopt.”

„Hij begint telkens vóór de tel.”

„Een opmaat!”

„Keivet.”

„Dit is fucking Thriller. Dit moeten we er echt inhouden.”

„Hij ging net wel goed, maar ik moet hem nog leren spelen.”

„Aaah. Zo komen we nooit thuis.”

Fields of Rock, Biddinghuizen (Mastodon, Machine Head, Slayer, Motörhead, e.a.), 16-17 juni. Graspop, Dessel (idem), 23-24-25 juni. Converge, 21 juni, Tivoli/de Helling. Zie: www.fieldsofrock.nl en www.graspop.be