Ex-premier die spectaculaire comeback maakt

De Israëlische oud-premier Ehud Barak is gisteren gekozen als nieuwe leider van de Arbeidspartij. Daarmee maakt hij een spectaculaire comeback.

Ehud Barak. (Foto AP) Former Israeli Prime Minister Ehud Barak and leading candidate in the Labor Party primary election, left, visits a polling station in Kfar Saba, Israel, Tuesday, June 12, 2007. Members of the dovish Israeli Labor Party were choosing a new leader Tuesday, picking between two retired soldiers, one an ex-premier who fizzled fast and the other a newcomer to politics. But both Ehud Barak and Ami Ayalon have said they would bring stark differences to the leadership of Labor, the junior party in Israel's governing coalition. (AP Photo/Ariel Schalit)
Ehud Barak. (Foto AP) Former Israeli Prime Minister Ehud Barak and leading candidate in the Labor Party primary election, left, visits a polling station in Kfar Saba, Israel, Tuesday, June 12, 2007. Members of the dovish Israeli Labor Party were choosing a new leader Tuesday, picking between two retired soldiers, one an ex-premier who fizzled fast and the other a newcomer to politics. But both Ehud Barak and Ami Ayalon have said they would bring stark differences to the leadership of Labor, the junior party in Israel's governing coalition. (AP Photo/Ariel Schalit) Associated Press

Na een zes maanden durende campagne, waarin hij de media grotendeels meed, heeft oud-premier Ehud Barak (65) het leiderschap van de Israëlische Arbeidspartij heroverd en daarmee een spectaculaire comeback gemaakt. In de laatste ronde van de interne verkiezingsstrijd won Barak gisteren 51,3 procent van de ruim 67.000 uitgebrachte stemmen. Zijn tegenstander, oud-admiraal Ami Ayalon, kreeg 47,3 procent van de stemmen.

Barak vervangt met onmiddellijke ingang Amir Peretz als partijleider en wil ook diens functie van minister van Defensie overnemen. Peretz werd al in de eerste stemronde verslagen. Hoewel Barak vorige maand na de publicatie van een voor de regering zeer kritisch rapport over de Tweede Libanonoorlog zei dat premier Olmert moest aftreden, is Barak niet van plan de Arbeidspartij uit de coalitie terug te trekken. „Ik zal al mijn energie en kennis investeren in het versterken van onze defensie en onze afschrikkingskracht”, aldus Barak vanochtend vroeg op het partijhoofdkwartier in Tel Aviv.

Naast het herstellen van de slagkracht en de reputatie van het Israëlische leger wil Barak, die ook buiten de Arbeidspartij populairder is dan premier Olmert, het „vertrouwen van de Israëliërs in de leiders repareren”. Door een reeks corruptieschandalen en de chaotische besluitvorming en oorlogvoering vorige zomer tegen de Libanese Hezbollah is het aanzien van de politiek ernstig geschaad. Over sociale kwesties, de Palestijnen en Syrië heeft Barak in zijn verkiezingscampagne nauwelijks gesproken.

Barak, die studeerde aan de Hebreeuwse Universiteit en Stanford University, was na een zeer succesvolle carrière als militair – hij bracht het tot chef-staf – van 1997 tot 2001 partijleider en van 1999 tot 2001 premier. Hij werd tijdens de premiersverkiezingen van 2001 vernietigend verslagen door toenmalig Likudleider Ariel Sharon.

Barak werd aan het begin van zijn politieke carrière gezien als briljant, maar ontpopte zich als een arrogante, eenzelvige politicus, die een jaar eerder (tijdens een top onder leiding van president Clinton) bereid was geweest een volgens vele Israëliërs desastreus akkoord met de Palestijnen te sluiten. Hij was ook bereid Jeruzalem met de Palestijnen te delen. Nadat hij door Sharon met een groot verschil verslagen was ging hij het bedrijfsleven in, hertrouwde en verwierf een vermogen.

Als consultant voor bedrijven in de militaire sector in Israël, de VS en Turkije en met toespraken in de Verenigde Staten is hij volgens onderzoek van het dagblad Ha’aretz miljonair geworden. Hij zou zijn oude militaire contacten in Turkije hebben gebruikt om voor een Israëlische onderneming de rechten te verwerven voor de exploitatie van parkeerplaatsen in Istanbul.

Tijdens de campagne om het leiderschap van de Arbeidspartij heeft Barak deze publicaties afgedaan als „smerige trucs” van de staf van partijleider Peretz en zich vervolgens maandenlang geconcentreerd op huisbezoek en kleine bijeenkomsten met partijleden. Kranten en tv werden nagenoeg volledig genegeerd, op één interview na, waarin hij zich voorstelde als „een volledig veranderd mens, die bereid is naar anderen te luisteren”. Deze tactiek is profijtelijk geweest, want hij won in alle belangrijke sectoren van de Arbeidspartij (kibboetsen, moshaves, de Arabische en druzische sectoren).

Tijdens deze bijeenkomsten kon hij profiteren van het feit dat de meeste leden van de Arbeidspartij nooit hebben begrepen waarom partijleider Peretz, die jarenlang de overkoepelende vakbeweging had geleid, had gekozen voor het ministerie van Defensie en niet voor Sociale Zaken. Peretz had, zo gaf hij ook toe, geen verstand van militaire zaken en speelde in de aanloop naar en tijdens de oorlog tegen Hezbollah in Libanon geen enkele rol. Barak, die de meest gedecoreerde officier in de geschiedenis van het Israëlisch leger is, kon zich daardoor op geloofwaardige wijze presenteren als een in militaire zaken zeer ervaren alternatief.

Voor Amir Peretz is het partijleiderschap een kortstondige, pijnlijke episode geweest. Nadat hij anderhalf jaar geleden toenmalig partijleider Shimon Peres verrassend versloeg, werd hij als Marokkaanse jood en vakbondsleider door de elite van de partij niet geaccepteerd. Op Defensie maakte hij een verloren indruk. Dat hij er ook niet in slaagde zijn woonplaats Sderot bij de Gazastrook te beschermen tegen de Qassamraketten van de Palestijnse militante groepen ondermijnde verder zijn gezag. Of hij in de regering nog een andere rol gaat spelen, is niet duidelijk nu Barak, met wie hij niet kan opschieten, heeft gewonnen.

Zodra ook de presidentsverkiezingen, die vandaag worden gehouden, achter de rug zijn, gaat premier Olmert zijn regering herschikken. Belangrijkste kandidaat voor het presidentschap is de huidige vicepremier van Olmerts Kadima, Shimon Peres.