Zonde van het geld

Het nieuwe kabinet heeft zojuist zijn 100-dagen tournee door het land afgesloten. Op 14 juni komt het met zijn plannen voor de besteding van 10 miljard euro aan beleidsintensivering. De 10 miljard waren al eerder afgesproken in het regeerakkoord, alleen was de invulling ervan nog niet uitgewerkt.

Naar eigen zeggen hebben de kabinetsleden tijdens hun tournee goed geluisterd naar het volk en waarschijnlijk hebben ze tal van verlanglijstjes in ontvangst mogen nemen.

Levert deze beleidsintensivering de Nederlandse bevolking inderdaad iets substantieels op? Hier hebben wij grote twijfels over. We vrezen dat de 10 miljard euro nog beter in een gat in de grond gestopt kunnen worden dan dat ze uitgegeven worden.

In de eerste plaats is de volgorde waarin beleidsbeslissingen worden genomen verkeerd. Men begint met het vaststellen van het bedrag aan uitgaven en laat vervolgens allerlei ministeries verlanglijstjes indienen, waaruit dan een keuze gemaakt zal worden. Vanzelfsprekend zal ieder ministerie met een zo lang mogelijke lijst van prioriteiten komen, omdat volgens de wet van de verdelende rechtvaardigheid natuurlijk een niet te groot percentage van de ingediende voorstellen kan worden afgewezen.

Het zou logischer zijn eerst de knelpunten binnen de Nederlandse samenleving in kaart te brengen en daarna een afweging te maken van de kosten en baten van het oplossen van de knelpunten. Onder de baten mogen daarbij natuurlijk ook de immateriële opbrengsten worden meegeteld. Uiteindelijk komt men dan op een bedrag uit dat best groter, maar ook kleiner mag zijn dan 10 miljard. Men moet investeren tot het punt waar de baten de kosten niet meer overtreffen.

In de huidige opzet worden ministeries uitgenodigd voorstellen voor hun stokpaardjes in te dienen. En omdat niemand teleurgesteld mag worden zullen er mogelijke zinvolle projecten zijn die het moeten afleggen tegen zwakke projecten. Het uiteindelijke resultaat zal een kleurrijk, maar onsamenhangend geheel zijn van ad hoc uitgaven. Kortom, sinterklazerij, waarvan de effecten, zo er al effecten zijn, binnen enige jaren verdampen.

Het tweede bezwaar van de huidige systematiek is dat de indruk gewekt wordt dat het kabinet zich inzet voor een beter functionerend Nederland door geld uit te geven. Alsof geld uitgeven de oplossing is voor veel van onze problemen.

Nederland heeft behoefte aan een strategische visie op de overheidsinvesteringen. Het lijkt er op dat het kabinet zo’n visie mist. Dan kom je er niet door maar eens je oor her en der te luister te leggen en wat projecten te verzamelen, waarvan de waarde optelt tot 10 miljard.

Onze belangrijkste zorg is echter of de nieuwe projecten van het kabinet, hoe zinvol bepaalde projecten ook mogen lijken, wel goed getimed zijn. Enige dagen geleden waarschuwde de OESO (de club van rijke industrielanden) nog dat de Nederlandse economie te snel groeit, waardoor oververhitting dreigt. De voorspelde groei voor dit en volgend jaar is 2,9 procent, terwijl de werkloosheid wordt verwacht te dalen naar 3,7 procent dit jaar en 2,8 procent volgend jaar.

Dit is een ongekend laag niveau, zowel voor Nederlandse begrippen, als internationaal. Bedrijven hebben dan ook de grootste moeite om werknemers te vinden en het MKB heeft al maanden geleden de noodklok hierover geluid. Het gevolg is dat lonen en prijzen weer de pan uit dreigen te rijzen.

Maar het kabinet gooit hier nog eens 10 miljard aan extra uitgaven overheen. Exact hetzelfde scenario als eind vorige eeuw en begin van deze eeuw dreigt zich nu te ontvouwen. Destijds werd ook op de top van de conjunctuur het begrotingsbeleid verruimd, toen in het kader van de belastingherziening 2001. De economie werd dusdanig aangewakkerd dat we veranderden in een relatief duur land met hoge inflatie en er een basis werd gelegd voor een onnodig diepe economische neergang. Kennelijk hebben we dus niets geleerd van zelfs de meest recente economische geschiedenis.

Wat is dan wel zinvol beleid? Er komt steeds meer duidelijkheid over een aantal tegenvallers van in totaal ongeveer twee miljard, onder andere bij de zorg, de sociale zekerheid en de aardgasbaten. Laat de overheid van de 10 miljard er twee gebruiken om deze tegenvallers te dekken en de andere acht gebruiken voor een herstructurering van ons onderwijssysteem en een betere beloning voor onderwijsgevenden. Dat is de beste investering voor de toekomst.

Bij gebrek aan een strategische visie kan men het geld ook beter inzetten voor het terugbrengen van de overheidsschuld. Het is fantasieloos, maar het is een verstandige manier om het geld dan tijdelijk te parkeren.

De verlaging van de overheidsschuld kan later eventueel weer worden benut voor het vermijden van bezuinigingen, wanneer de economie het zwaar te verduren heeft.

Roel Beetsma is hoogleraar macro-economie. Bernard van Praag is universiteitshoogleraar, beiden aan de Universiteit van Amsterdam.