Met Benzakour heb je altijd nonsens

Toen het laatste fluitsignaal klonk bij de voetbalwedstrijd tussen Jong Nederland en Jong Marokko, sprongen een paar jongens van hun stoeltjes en schreeuwden Allah oe Akbar (God is groot).

In de belevingswereld van deze jongens gaat God blijkbaar schuil achter de overwinning van de Marokkaanse nationale ploeg onder de 21 jaar.

Helaas bleef het niet bij het feestelijk scanderen van God de heer. Ze bewogen zich richting het grasveld en daar ging het Allah-oe-Akbaren verder. Op het veld brachten zij vernielingen aan en werden de stadionstewards tot waanzin gedreven.

Net zoals Mohammed Benzakour (Opiniepagina, 9 juni) begreep ik niet waarom je gaat rellen tijdens een dagje uit. Maar als je gaat rellen na een gewonnen oefenduel, dan heb je echt een klap van de molen gehad.

Mijn eerste gedachte zonder het onder stoelen en of banken te steken was: wat een rotmoslims. Waarom veroorzaken ze toch altijd zoveel gedonder? Achter bijna al het geweld op deze aarde zit wel een religieuze mohammedaan, ging het tekeer in mijn hoofd. Snel onderdrukte ik deze niet-kloppende gedachte. Ik was aangeslagen en boos op de reltrappers, dit bracht deze idiote gedachten bij mij op.

Niet veel later doemde een andere zorg op. Ik zag de krantenkoppen al voor me: nieuw fenomeen, moslimhooliganisme. Maar het viel mee. Nergens las ik dat we hier met een nieuw islamitisch verschijnsel te maken hadden. Er waren zelfs stemmen te horen om de relschoppers als hooligans (van eigen bodem) te zien en niet als een andersoortig exotisch hooliganisme. Straf iemand om wat hij doet en niet om wie hij is, een goede ontwikkeling in het integratiedebat.

Toch hebben we met een vreemd en onbekend fenomeen te maken, tenminste als wij Benzakours woorden moeten geloven. Deze wijsheid deed hij op tijdens een verblijf van twee maanden in Marokko. Hij zag daar een bedroevende en zieke samenleving, die wordt gedreven door een combinatie van armoede en wantrouwen. Benzakour moet werkelijk een paar slechte weken hebben gehad. Terug in Nederland schrok hij zich rot, toen hij lijpe mocro’s (geen Hollandse relschoppers) doelloos door een stadion zag rennen.

Dit voorval wierp hem terug naar zijn ellendige tijd in Afrika en hij maakte de volgende gevolgtrekking. Volgens hem is het hooliganisme, dat wij hebben gezien rondom de wedstrijd Jong Nederland-Jong Marokko typisch iets van Berbers. De Imazighen hebben namelijk iets met publieksaangelegenheden en geweld. Thuis en in de moskee wordt men kort gehouden en alles daarbuiten „gaat steevast gepaard met een rits ruzies of knokpartijen waarbij de boel dikwijls, al dan niet in gedrogeerde toestand, kort en klein wordt geslagen.”

Volgens mij heeft Mohammed Benzakour verkeerde vrienden.

Benzakour vindt het heldhaftig dat hij, zelf Amazigh, durft te zeggen dat zijn volk altijd voor gedonder zorgt. Dergelijke uitspraken zijn niet heroïsch, maar dom. Net zoals mijn eerste gedachte beperkt van verstand was. Moslims zitten achter het wereldgeweld.

Mohammed Benzakour is vijfendertig jaar Berber en wil nu, na twee maanden vakantie in Marokko, ons er van overtuigen dat Berbers te allen tijde onrust veroorzaken. Onze ouders zijn geboren in een cultuur van chaos en daarom zullen wij, zoals het een Berber betaamt hier immer chaos veroorzaken, is daarom niets anders dan een goedkope drogreden.

Iedereen weet dit, ook Benzakour. Juist omdat hij zelf Amazigh is en weet dat de Marokkaanse situatie niet als een blauwdruk op dit land te leggen is. We hebben hier niet te maken met iemand die werkelijk geïnteresseerd is in de hedendaagse jongerenproblematiek, maar met een sensatiezoeker. De gehele Berbercultuur verantwoordelijk houden voor het verstoren van voetbalwedstrijden, het beroven van oude vrouwtjes, jonge vrouwen aanranden en het uitdelen van messteken is veel te makkelijk willen scoren.

Asis Aynan is student filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Redactielid van het opiniemagazine Contrast en columnist voor de Nederlandse Islamitische Omroep

    • Asis Aynan